Varen binnen de kust

Amsterdam, wij nemen een besluit

“Au, ik heb kiespijn!” riep At. “Ik wil naar huis, naar mijn eigen tandarts” en zo waren we eerder in Amsterdam dan gepland. De eerste tien dagen waren heerlijk zonnig en warm, het bleek het enige stukje zomer te zijn dat Nederland heeft gezien dit jaar.

Kinderen en kleinkinderen maakten het allemaal goed gelukkig, we konden wel twee kinderverjaardagen meemaken!

Kes en Pomme leren al zeilen!

Een paar vrienden van ons bleken ernstig ziek te zijn. We wensen ze nog heel veel beterschap toe.

Bootje sieren de Prinsengracht

 

 

 

 

 

 

Wat is Amsterdam toch mooi, er is maar een beetje zon nodig om iedereen in een bootje op het water te krijgen. Dan is Amsterdam extra gezellig. Maak een wandeling over het Prinseneiland voor prachtige pakhuizen.

Pakhuizen op het Prinseneiland

We hebben besloten om ons  geweldige appartement aan het IJ op te geven. Dat is wel heel verdrietig want we wilden daar oud worden. Maar we hebben er zoveel gezondheidsproblemen door de straling van de telefoonmasten en draadloze huistelefoons van de buren, dat we daar niet langer kunnen blijven. Omdat we meestal op de boot zijn, merk je duidelijk de verschillen. Zo kan ik echt niet slapen in dat huis, met een tablet melatonine extra sterk lukt het twee uur, dan is het weer over.

Dus dochter Tess, die nu in ons appartement woont, gaat een ander huis huren met haar vriend Chris en wij krijgen daarin een kamer. Ze zijn al hard op zoek naar iets leuks in de stad.

Op 31 oktober vlogen we terug naar New York. De boot lag er nog, geheel in tact. Maar het was koud, ijskoud. De sneeuw die er had gelegen was weg gelukkig en we hebben een kachel aan boord die ons warm hield. De zon scheen fel en maakte het overdag een beetje warmer. Onze koelkast en vriezer waren natuurlijk helemaal leeg want je kunt die apparaten niet aan laten staan. Ze maken de accu’s leeg en dan is het over en bederft het voedsel. Daarom moesten we inkopen doen voor onze reis naar het zuiden. At moest in zijn duikpak en zijn snorkel het 11 graden koude water in om een dikke laag plantengroei van de schroef en de  romp te schrapen. Doe je dat niet, dan is het schip niet vooruit te branden en ga je heel veel diesel voor niets verstoken. Het onderwaterwerk duurde wel 40 minuten. Hij kreeg het gelukkig niet koud omdat hij een 7 mm dik pak met capuchon heeft.

Toen waren we klaar voor de eerste etappe: New York – Norfolk.

2 november – Die etappe liep ‘buitenom’, dat wil zeggen over de oceaan. Het weerbericht beloofde wind in de rug dus wij zouden gaan zeilen. Nou, niets daarvan, het hele stuk, drie dagen en nachten was het motoren geblazen met de wind op de kop.  Met mutsen op, dikke kleren aan onder de zeilpakken en handschoenen voeren we in de zon. Dan de Chesapeake Bay op, en links af de Elisabeth River op naar Norfolk. 4 november – Tijd om Herman en Mientje weer te zien in hun prachtige huis.

Pim en Paula waren met hun Panoramix op de kant in de buurt van Norfolk, daar gingen wij heen om ook de boot op de kant te zetten om de schoef te verwisselen en een nieuwe laag aangroeiwerende verf aan te brengen. Bij deze marina, Cobb’s, Little Creek, zagen we de eerste slachtoffers van de orkaan Irene; boten die op de rotsen waren gekwakt, deuken, gebroken roeren, masten eraf, drama’s waar je niet aan moet denken.

Onze mast, apparaten eraf dus geen verlichting en windinformatie meer.

9 november – Dan het tijd voor de volgende etappe: Via de Intra Coastal Waterway naar Florida. Langs vrijwel de gehele US-kust liggen barriere eilanden die de oceaangolven weghouden van de kust. Achter die eilanden ligt meestal water met moerassen, stroompjes en rivieren. Die rivieren zijn via kanaaltjes verbonden met elkaar en vormen samen de Intra Coastal Waterway, kortweg de ICW.

We varen de route samen met de Panoramix: Pim en Paula kijken of onze mast wel onder de bruggen door past, want de bruggen zijn beweegbaar of precies 65 voet hoog. Onze mast is, met de lampjes en windmeters eraf, precies 64,5 voet hoog! En dan heb je nog behoorlijk wisselende waterstanden. Bij veel bruggen heb je een schaal die aangeeft wat de doorvaarthoogte in voeten is (een voet is 30,48 cm). Maar voor de zekerheid laten we Pim altijd vooruit varen, die zegt over de marifoon (bootradio) hoe hoog het is volgens de schaal (als die er is tenminste) en vervolgens vaart hij 200 meter door en dan kijkt hij met de verrekijker, terwijl wij heel langzaam enkele meters voor de brug varen, hoeveel licht hij tussen de brug en de masttop kan zien. Onder een brug hadden we nog maar 5 centimeter ruimte! Als er dan een boot langsvaart die golven maakt, knallen we zo tegen het beton aan. At blijft heel zenuwachtig bij elke brug.

We zijn erg voorzichtig want als je de mast eraf vaart heb je enorm veel schade aan je schip en is het voorlopig uit met de pret.

De Panoramix steekt 2 meter diep (wij 1 meter met de kiel omhoog) en die kan vastlopen op de oneffen bodem. Wij kunnen dan proberen de boot weer vlot te trekken. Zo kun je met z’n tweetjes een veel veiliger tocht maken en dat zal nog heel handig blijken te zijn. En ’s avonds, voor anker, met de Panoramix aan onze boot vastgemaakt, eten we samen en doen dan nog een scrabbeltje of een ander spel. Echt gezellig.

Onze eerste ICW-brug, vlak bij Norfolk.

De ICW begint nogal industrieel, het grote havengebied van Norfolk en Portsmouth is niet echt gezellig. We komen verderop de eerste beweegbare brug tegen waarop we moeten wachten. Dat zal nog vaker gebeuren. Maar daarna varen we meer en meer door natuur en ankeren we zomaar ergens in een kreekje. De telefoon heeft geen bereik, het internet doet het niet. Heerlijk rustig. We varen op de ICW alleen overdag. Tegen de tijd dat de zon ondergaat hebben we een ankerplek gevonden of een dorpje om in aan te meren.

Ik denk niet dat we iemand een plezier doen met het opnoemen van alle wateren en stadjes die we aandoen. Een paar willen we jullie niet onthouden. Zoals Ocracoke, een dorpje ver van het vaste land, op een barriere eiland aan de oceaan. Hier kom je met een ferry of zeilend natuurlijk. Het hier heel brede water achter de eilanden, de Pamlico

Mauyva zeilt met de motor bij.

Sound, is erg ondiep. Je moet heel precies sturen om niet vast te lopen. Vergis je je even, dan gaat het meteen fout en de Panoramix liep natuurlijk vast. Onderaan de diepe kiel zit een soort dikke voet met lood erin, de voet staat naar achteren gelukkig, zodat er geen lijnen en netten aan blijven hangen. Als ze vastloopt kan de boot nog wel draaien op die voet en zo weet Pim meestal de boot weer vlot te krijgen. Zo ook deze keer. Maar het zal nog anders gaan lopen.

Paula en Pim op het Ocracoke strand aan de 'binnenkant', de Pamlico Sound dus niet bij de oceaan.

Het dorpje van Ocracoke is gebouwd rond een beschutte baai waarin je heerlijk rustig kunt ankeren. De huizen en hotels zijn in stijl, dus houten constructies, niet te hoog, geen betonkolossen. Alle huizen staan hoog op de poten want de oceaan ligt vlakbij en als het stormt stijgt het water zomaar enkele meters en dan is het fijn als je huiskamer toch droog blijft. Je kunt hier fijn wandelen en fietsen, er is een vuurtoren die het niet meer doet. We blijven een paar dagen en wandelen met Pim en Paula over het strand.

De Panoramix, een Jeanneau Sun Odyssey 37.

De tocht naar Oriental kenmerkt zich door erg veel

Mauyva, Chatam 47 Extrem, 50 voet.

wind, windkracht 7 a 8 en wij hebben nog niet opgeruimd! Wel  spannend zeilen, dat hebben we al een poos niet gedaan. In Oriental moet ik de mast in om het losgeraakte windinstrument (de kabel zit in de mast dus hij kon er niet echt af) vast te zetten. Ik maak even foto’s van de Mauyva en de Panoramix.

Draaibrug onderweg De Panoramix is er al door voor iet goed en wel open staat.

Bij het dorp Beaufort raakt eerst de Panoramix al zeilend aan de grond, waarbij At de grootste lol heeft want hij moppert steeds op hen omdat ze vrijwel de hele route zeilen, ook in de smalle kanaaltjes.  Pim weet zichzelf los te wurmen met behulp van het zeil. Dan gaat de Mauyva even kijken waar je dan wel over een bankje kunt komen en wij raken ook vast, maar dan goed! We hebben geen lange kiel maar liggen met de hele buik op de grond en de roerbeschermers aan weerszijden steken in het zand. Nee dat is

Als we zuidelijker komen zien we schildpadjes.

lollig. Een bootje van een reddingsdienst komt er al snel aan, na zelf ook te zijn vastgelopen. Voor zo’n 1600$ wil hij ons wel van de bank halen. We zijn lid van de concurrent maar die beantwoordt de oproep niet. Gelukkig is At altijd handig met manoeuvreren en kreeg het schip in de oorspronkelijke vaarrichting en daarna achteruit van de bank af.  Als we later voor de brug liggen te wachten op laag water komt alsnog ‘onze’ club langs met

Doorvaarthoogte in voeten bij een brug. We kunnen er net onderdoor.

de vraag of we nog vastzitten. Nee dus. En nog bedankt.

De Panoramix zeilt vrijwel de gehele route!

We hebben nogal wat werk gehad om de grijns van Pim z’n smoel te verwijderen.

Een een lang smal kanaal worden we opgelopen door een boot met een enorme troep erop. Het ziet er echt niet uit! Later blijken daar Joost en Jose op te varen. Hun boot lag tijdens Irene aan een mooring. Een grote motorboot is van zijn anker afgeslagen en over hun boot heen gaan hangen. De boot is toen alsnog losgeslagen en min of meer door een steiger

De Santa Maria, slachtoffer van de orkaan Irene. Wat een schade! En wat gaat de verzekering doen denk je?

heen gedrukt. De boegspriet was eraf en de verstaging beschadigd zodat de mast eraf moest. Wat hebben die mensen een ellende meegemaakt. En nu hebben ze een stevige bok op het schip gemaakt waarop de mast ligt. Voordeel is dat ze onder bijna alle bruggen door kunnen varen, op weg naar midden Amerika waar de boot wordt opgeknapt in afwachting van een uitkering van de verzekering. Op Youtube is een filmpje te zien: http://www.youtube.com/watch?v=k4PbppRJgxsnet iets voorbij de helft zie je een steiger, de Santa Maria van Joost is de boot met een gescheurd zeil eraan. Op een gegeven moment zie je hoe dat schip dwars door de steiger heen breekt.

Weer een bold eagle gezien.

Gelukkig waren Joost en Jose op dat moment in Nederland. Je wil niet meemaken hoe je schip aan barrels wordt gehakt. En de film is opgenomen in een haven die achter een hurricane barriere ligt. Dus in beschut water. Stel je maar eens voor hoe de oceaan eruit heeft gezien die dag!

Het water wordt al warmer maar de lucht is koud door een noorden wind. 's Morgens staat de rook op het water.

We voeren nog een paar dagen op met Joost en Jose, tot de ankerplaats in Charleston. Toen begon de Santa Maria, die natuurlijk veel problemen heeft, erg veel apparatuur is stuk gegaan, ook nog eens te lekken en kregen ze meer haast. Veel succes wensen we jullie toe, vooral hopen we dat de verzekering gaat doen waarvoor je hebt betaald.

Charleston is een oase van goede smaak, schoonheid, rust en gezelligheid. Echt een juweeltje met fijne winkels.

Schommelbanken in Charleston.

Amerikaanse eik met zijn bizar lange takken in Canon Park, C'ton.

Twee prachtige stadjes die we aandoen zijn Charleston en Savannah. Wat een sfeer! En dan is Savannah nog wat mooier aangelegd, met een raster van vierkante pleintjes met veel groen in het stratenpatroon. We liggen aangenaam aan het stadsdok, je mag er

Kerstparade langs de kade.

eigenlijk maar 3 uur gratis liggen maar we blijven er gewoon een paar dagen en geen haan die er naar kraait. Die avond meteen al vuurwerk voor de deur, de volgende avond een kerstparade. Wij raken al helemaal in de kerststemming en sinterklaas moet nog komen!

Liberty Street, Savannah.

Je merkt tussen Charleston en Savannah al een groot verschil: Savannah is duidelijk zuidelijker met veel spaans mos in de bomen. De bomen worden steeds groter en woester. Het accent is in Savannah veel langzamer en slepender, echt zoals je dat gewend bent uit de film die in het zuiden spelen.

Bij het aanmeren in Savannah horen we deze twee zangers al die kerstliederen zingen. Zo sfeervol.

Voorbeeld: Forrest Gump is hier opgenomen. Hier staat het bankje waarop hij zit met zijn doos bonbons en lijzig zegt: ‘life is like a box of chocolates: you never know what you’re gonna get.’

 

 

Snoepjesinpakmachine.

 

 

 

 

 

 

Winkels hier zijn echt prachtig, vooral met kerst natuurlijk.

Hier is het al volop kerst.

Boom met spaans mos, die hangende plukken, kenmerken voor het zuiden van de VS.

 

 

Pelikanen kijken mee of we wel door de brug kunnen.

 

 

 

 

Enkele dorpjes later komen we voor het eerst in een onvriendelijk dorp en beleven we een echt avontuur. Het onvriendelijke dorp is Brunswick, je mag er alleen in de marina liggen voor 2 $ per voet per nacht, dus 100 $ voor ons. Dat gaan we niet doen! Maar aan de kade van het dorp word je ook weggejaagd, die is voor de garnalenboten. Ze verwachten nog een gigantische vloot blijkbaar. En ankeren aan de overkant mag ook niet. Met een toeter en een hoop geschreeuw wordt duidelijk gemaakt dat je niet in de rivier mag ankeren en desgevraagd beweert men dat de rivier eigendom is van de marina. Wij hebben er genoeg van. We varen weg en gaan in een kommetje van de grote rivier ankeren, het wordt alweer donker.

We kunnen ze niet lostrekken aan de boeg.

De volgende morgen maakt de Panoramix los van ons en vaart weg zonder op de kaart te kijken. Bom, ze zitten vast. De ebstroom van de rivier duwt de boot nog verder op de bank dus nu wordt het echt tijd dat de Mauyva als redder gaat optreden. Help! We moeten een touw overbrengen naar de Panoramix. Maar als we naderen blijkt dat we onvoldoende controle hebben achteruit tegen de stroom in. Wat we niet willen is de Panoramix beschadigen of zelf ook op de bank belanden. Ondertussen zien we met de minuut de P. schuiner liggen op het zand! Het water gaat nog anderhalve meter zakken en dan duurt het nog uren voor het weer zo hoog staat dat de Panoramix ook maar een beetje gaat drijven.

Nu eerst de M. voor anker, bovenstrooms van de P. Zo is er rust in de tent. Eerst het eigen schip in veiligheid brengen, dan pas de

Met een lijn aan het spinakerval trekken we de Panoramix heel erg schuin, dan komt de kiel omhoog en vaart ze weer. Het werd wel een rommeltje in de boot.

reddingsoperatie beginnen. Met de rubberboot, die eerst te water moet worden gelaten, dan de motor erop gezet, vaart At een lijn naar de P. We gaan trekken maar de P. Blijft waar ie is. Dan uiteindelijk maar een lijn naar de masttop van de P. We trekken de boot op zijn kant schuin met behulp van de motor en een sterke lier op de M. Pim geeft vol gas op zijn schuine boot en dan komen ze eindelijk los.

En bij het wegvaren komen ze weer vast te zitten! Opnieuw een lijn met de rubberboot overbrengen en dan met een lijn weer aan de masttop trekken.  At durft nu met bijna vol gas te trekken. Ze gaan beangstigend schuin, met de gangboorden volledig onder water.

Pim met veel gas er op en zo komen ze definitief vrij van de bodem. Wat een opluchting!!!

Op 5 december is het Sinterklaas. We hebben speculaas en ontbijtkoek speciaal voor deze dag bewaard en die gaan nu op. We hebben, zonder overleg trouwens, cadeautjes voor elkaar gekocht! En Piet Paula heeft er mooie gedichten bij gemaakt. Je begrijpt natuurlijk niet hoe dat kan, de Klaas op twee plaatsen tegelijk,  maar dat werk zo: de kerstman hier heeft elven, een soort blanke pieten zijn dat. Door middel van een trans-atlantische overeenkomst kan Sinterklaas de elven vragen geschenken te regelen. Alleen met de gedichten gaat het niet goed en die elven weten niet hoe je surprises bouwt.

Op naar Saint Mary, een stadje met een grote naval base en geweldig grote garages waarin onderzeeers worden gebouwd! Net als we door de vaargeul varen komen er op hoge poten boten van de Coast Guard aangestoven. Via de marifoon worden we opgeroepen. Er is een vloot die begeleid moet worden en wij moeten uit de vaargeul, we zien maar waarheen. Er

Dol op schieten, die amerikanen.

komen kleine snelle marine-bootjes met mannetjes die geweren op ons richten. Die vertellen ook nog maar eens dat we weg moeten. Zeker niet naar de marifoon geluisterd! We zijn al buiten de vaargeul maar ze blijven vlak bij ons varen. Ondertussen zien we een enorme onderzeeer, die tussen twee lange schepen vaart. Op de twee schepen zijn een soort muren gezet die volgens Pim een raketaanval moeten voorkomen. De vaargeul is natuurlijk niet zo diep dat de onderzeeboot helemaal onder water kan blijven. Een zwerm boten en bootjes vaart eromheen. Wij maken stiekum foto’s en worden waarschijnlijk opgesloten als we die op het internet publiceren. At praat met een van de mannetjes met een geweer en vraagt of dit de proefvaart van hun nieuwste baby is en krijgt een miniem trots knikje,  dit is de allernieuwste onderzeeer die er ontwikkeld is.

De allernieuwste onderzeeer (zelf even de puntjes op de 4e e zetten)

En nu liggen we in het dorpje Saint Mary, aan de overkant van de rivier begint Florida! Het begint al goed, de eerste avond is er op zo’ grote veranda van een restaurantje (veredelde snackbar) een gitarist die mooie liederen speelt. En het hele dorp is in kerststemming met overal lichtjes en en kransen.

Op naar het onderzeebootmuseum!

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Natuurgeweld

Een auto werd gehuurd in Mystic, het vriendelijke New England dorpje aan de rivier de Mystic. Leuke huisjes, aardige mensen, knusse winkeltjes, heerlijke koffie in de ijssalon naast de basculebrug met de enorme, logge betonnen contragewichten.

En zo schrijven ze hier in de lucht, met vijf vliegtuigjes die naast elkaar vliegen:

 

 

 

Met de auto reden we richting familiein Canada. De familie woont min of meer aan het Erimeer, aan de noordkant want de zuidkust in van de Amerikanen.

Als je daarheen rijdt kom je langs een verwarrende opeenvolging van plaatsen: Rome, Syracuse, Amsterdam, Dorchester en noem het maar op, het ligt allemaal maar door elkaar en heeft geen enkele structuur. Het enige wat je ervan kunt

We waren bijna thuis...

zeggen is dat alle kleine steden hetzelfde type huisjes heeft als overal in de VS en Canada: vrijstaande huizen met een of twee bouwlagen, tuin eromheen en gemaakt van houten balkjes, isolatie ertussen, gipsplaat binnenin en aan de buitenkant horizontale rabatdelen, van hout of plastic.

Maar rij je dus langs al die plaatsen, dan kom je ook langs het Ontariomeer, ook een van de grote meren. Het zijn meer zeeen want de overkant kun je echt niet zien. Wel is het water zoet. We reden een stukje om om het meer te kunnen zien en het was echt prachtig, met mooi aangelegde vakantiehuisjes erlangs. Daarna rijd je naar Buffalo, de laatste plaats in de VS en daar is iets bijzonders. Het water van het Erimeer loopt via een rivier naar het Ontariomeer. De rivier heet Niagara. Op een gegeven moment, niet ver van Buffalo, stort het water zich in twee enorme watervallen een meter of 50 naar beneden; het zijn de Niagara Falls!

The Horseshoe Falls.

The American Falls.

Op de heenweg bezochten we de Amerikaanse kant van het geval; je bent dan dicht bij de watervallen, je kunt zelfs met een plastic cape en speciale saunaslippers met een lift naar beneden en dan over een houten stellage (uit 1920) naar de voet van een val en dan voel je met een enorme hoeveelheid kracht water en lucht op je af blazen in wat met gevoel voor theater heet: the hurricane deck.

Let op de koele outfit: die is verplicht en inclusief.

Het capeje is niet echt bestand tegen dit geweld hoor, we kwamen drijfnat weer bij de lift maar het was geweldig om al die power van zo dichtbij te kunnen voelen.

Ja At, een hoop water!

Voor de volledigheid hebben we de DVD van de film Niagara, met Marilyn Monroe gekocht. Daar duikt ze weer op. De film speelt zich bij de Falls af  en je kunt zien dat de lift en het staketsel nog precies hetzelfde zijn. Ja, het water ook.

 

 

 

 

 

 

 

 

Onderaan dit stukje waterval zie je het Hurricane Deck met de weg ernaartoe.

Dat was natuurgeweld deel 1.

 

Tesla heeft hier een standbeeld want hij maakte als eerste stroom van de waterval.

 

 

 

 

 

 

De tocht naar Chatam, waar mijn nicht Monica met haar man Bob plus de vier kinderen wonen, verliep. Het was heerlijk om het hele stel weer te zien, in 2007 was het zestal nog in Amsterdam en het was prachtig om te zien hoe de kinderen gegroeid zijn. Monica en bob zagen er ook goed uit. We mochten in de onderverdiepeing van het huis slapen en hadden daar kilo’s speelgoed ter beschikking.

Monica en Bob

 

 

 

 

 

 

At, Andrew, Monica, Joyce, Matthew en vooraan Justin, met zonsondergang aan het Lake St. Claire.

 

 

 

 

 

 

 

Lighthouse Cove, gewoon een mooi plaatje.

Mijn tante Cor (zus van mijn overleden moeder) en haar man Jim, inmiddels zijn ze 88 jaar oud, wonen in Ridgetown, een half uurtje rijden van Chatam. Bij hen hebben we ook zo nu en dan gelogeerd. Het was fijn om bij ze thuis te zijn. Cor en Jim zijn zo eens in de tien jaar in Nederland en logeren dan in Amsterdam dus ik ken ze goed.

Cor en Jim bij hun huis.

Toen ik 10 was logeerde ik in Canada. Jim is een geschiedenisleraar, altijd met zijn neus in de boeken en ook nu nog kan hij je feilloos, zonder ook maar een woord, een naam of een datum of plaats niet meer te weten. Van alle boeken weet hij wie ze heeft geschreven en wat erin staat (ik ben zelf een gretige boekensnuffelaar) en ik heb nog nooit zo’n geheugen meegemaakt, zeker niet op die leeftijd. En je kunt altijd fijn met hem praten, over religie bijvoorbeeld. Hij heeft interessante denkbeelden en bij-de-tijdse opvattingen. En als je de volgende keer kwam had hij een aantal artikelen en boeken klaar liggen waarvan hij weet dat ze je interesseren.

Eten in de heerlijk zonnige serre, At heeft kippensoep gemaakt.

Mijn tante Cor, die als kind ziekelijk was, is een vrolijk type, altijd opgewekt en positief. Nu ze bijna niets meer kan zien of horen mag dat de pret niet drukken. “Ach,” zegt ze, “ik lach er maar om”. Dat is knap, als de helft van de tijd er niets op je vork blijkt te zitten als je een hap neemt.

Nu ze van karate af is en ook niet meer in de winter in het water gaat staan in een in het ijs gezaagd gat in het Erimeer, hangt ze aan de ringen bij haar thuis,  ja ook ondersteboven!

Cor, op haar 88-ste ondersteboven aan de ringen. Ik doe het niet na.

En ze maakt nog zwaantjes. Samen gingen we in de tuin van een buurvrouw rabarber halen en daarvan maakt ze heerlijk jam en toetje. Ze fietst nog naar het zwembad, iedereen houdt zijn hart vast natuurlijk maar ze komt er wel! Ze duikt in het diepe en probeert daar het putje op 3 meter diep te raken. Ze had heel wat bekijks.

 

Als ze op zondag naar de kerk zijn geweest gaan ze even langs in het bejaardentehuis, de mensen helpen (die jonger zijn dan zijzelf) met de communie. Deze twee redden zich nog heel best en zijn niet van plan hun onafhankelijkheid op te geven. De twee scootmobielen die ze van hun kinderen kregen willen ze niet gebruiken want die zijn voor oude mensen en ze gaan ook niet hard genoeg. Dus Cor en Jim gaan op de fiets.

Bob laat zien hoe je kunt racen op een scootmobiel, Joyce juigt hem toe.

 

Het waren twee heel gezellige weken, met bezoek aan Lighthouse Cove aan het St. Clairmeer, en de toneelvoorstelling ‘the Misanthrope’ van Moliere, eindeloos spelletjes spelen met de kinderen, waarbij je opgelucht adem haalt als de jongste, Justin, van 7, je niet heeft ingemaakt, veel zwemmen in het geweldige zwembad in te tuin, gezellig kletsen met Monica, kijken naar de kinderen als ze tennissen en veel plezier.

Justin, je ziet het al, veel te slim!

Het zwembad, heerlijk om in te spelen. Justin is altijd onder water te vinden, met zijn duikbril op..

At had het op zich genomen om te koken want Monica en Bob moesten gewoon werken

Andrew, 14 jaar en slim en lang.

terwijl de kinderen vakantie hadden. Als loge wil je niet het leven zwaarder maken dan het al is. En At kan heel lekker koken, vooral als hij in een keuken is waar vlees bereidt wordt. (Op de boot dus niet). Hij leefde zich uit in het draaien van gehaktballetjes, het bouwen van kippensoep en stoofvlees maken. En dan met aardappelen en veel jus. Iedereen smulde van de oudhollandse keuken.

Joyce, 12 jaar, slim lang en beeldig!

Het is een beetje vreemd maar ik moet jullie echt iets over deze kinderen vertellen. Ten eerste zijn ze heel aardig en gezellig met elkaar, met hun ouders en met ons ook. Ze hebben geen mobiele telefoons, hoeven die ook niet, ze dekken de tafel samen en ruimen ook weer op, op maandag maken ze het huis schoon, ieder een afdeling, zonder te mopperen, zonder dat iemand zegt dat ze het moeten doen. Ze nemen samen met hun ouders de verantwoordelijkheid. En als er een klein kibbeltje is, bijvoorbeeld een stemverheffing tussen Matthew en Justin, dan zegt Andrew: he, you guys. En dan stopt het en zeggen ze: sorry.

Matthew (10 en ook heel slim) leerde van At vissen in Lake Erie, 20 op een dag!

In plaats van tv-kijken doen ze spelletjes met elkaar, schaken of Reversie (Othello) of ze spelen op de DS. Andrew deed in zijn vakantie wiskunde om het komende jaar een extra vak te kunnen doen.

Deze kinderen zijn geweldig goed opgevoed en ze groeien en bloeien in hun veilige omgeving. Ik heb de ouders nog geen standje horen geven. Echt bijzonder om dit gezin mee te maken.

Dat was natuurgeweld deel 2.

Er zijn altijd van die types die zo nodig van de Falls af willen vallen, in blik bijvoorbeeld. Afloop onbekend, het blik heeft het overleefd in ieder geval.

Op de terugweg kwamen we natuurlijk weer langs de Falls, dit keer bekeken we ze van de Canadese kant: veel meer overzicht en vanuit de hoge toren zelf luchtfoto’s maken, speciaal voor deze blog.

The American Falls, geen wolk ervoor want ze vallen via rotsen naar beneden.

 

 

Horseshoe Falls, altijd een wolk want het water dondert 50 meter naar beneden en dat wil wel stuiven.

 

 

 

 

Eindelijk gelukt om ze samen in beeld te krijgen. Lastig hoor.

 

 

Terug in Mystic bezochten we eerst wat ons hier naartoe heeft gedreven: het openlucht museum Mystic Seaport waarin een aantal oude werven en ambachtsbedrijven heen zijn gebracht.

Er is een kuiper die laat zien hoe een ton in een halve dag kon worden gemaakt, zo op het oog en hoe handig zo’n ton is: als ie staat is ie stabiel, als ie ligt kun je hem met gemak rollen. Eeuwen lang is de ton veelvuldig gebruikt, alle voorraden en vracht op een schip was in vaten opgeborgen, de walvisvaarders gebruikten de vaten voor de walvisolie en water was ook in vaten opgeslagen. Ze werden in losse, genummerde duigen meegenomen en terplaatse geassembleerd a la Ikea.

Nee, ik ga niet alles vertellen hoor.

In de romp van de walvisvaarder zie je losse duigen en rechts een pakket met twee tonnen plus hun hoepels.

 

Maar wel dat we hebben gezeild op een catboat, een kleine zeilboot met de mast helemaal voorop en alleen een grootzeil. Ik wilde natuurlijk graag sturen en dat mocht. Zo’n bootje kan heel goed tegen de wind invaren, echt machtig om eens mee te maken.

 

De catboat waarin we hebben gevaren.

Ik mocht aan het roer.

 

 

 

 

Voor de wind varend heeft de roerganger kracht nodig.

 

 

 

 

Toch niet weer een vuurtoren!

Knoop hier je paard maar vast.

Beeld van het openlucht museum.

Beeldige boegbeelden.

Na twee dagen hadden we alles gezien en begonnen we het vervolg van onze reis voor te bereiden, rustig aan want we vinden Mystic heel prettig. Maar toen kwamen de berichten van hurricane Irene. Nu is er in Mystic al sinds 1938 geen echte hurricane geweest maar de voorspellingen lieten duidelijk zien dat we in het oog terecht zouden komen en dat het echt heel hard zou gaan waaien en regenen. Dan blijkt de Mystic een ‘hurricane hole’ is, een beschutte plek waar je je boot min of meer veilig kunt neerleggen.

Veel boten zoeken hun toevlucht hier in Mystic, veilig achter de spoordijik.

 

Mauyva in de touwen, vlak voor we naar het hotel gingen.

In de dagen vooraf waren er oude rotten die zeiden: Dat valt allemaal wel mee, maak je niet druk, het komt hier niet. Maar wij zagen op de computer die nare rode punt op ons af komen. Bah. We gingen de boot heel goed vastleggen, maar niet te strak want er zou ook nog heel hoog water komen, opgestuwd door de wind. En op sommige plaatsen was er een er verhoging van 8 voet (ruim 2,5 meter) en hoe moeten dan die lijnen zitten, wil je niet tegen de palen aan geslingerd worden? Tja, ik heb weer een systeem bedacht: dikke nylon lijnen parrallel aan het schip vastmaken, dan korte, strakke lijntjes vanaf het schip naar die dikke lijn, dan kan de boot niet echt zijwaarts bewegen maar wel goed op en neer, de lange nylon lijnen geven genoeg rek. En dan lijnen die de boot voor- en achterwaarts stoppen. Ook lang, vanwege de mogelijke rijzing.

 

Het Hilton is van steen gemaakt, niet van latjes en plastic stripjes.

Enfin, na dagen lang voorbereiden boekten we een kamer in het Hilton hotel, van steen gemaakt. Uit ervaring weten we dat je tegen erg veel wind niets begint en het lijkt ons erg vervelend om in een rollende boot, met het lawaai van de wind en het getrommel van de regen te proberen te slapen. Het kan ook gevaarlijk zijn dus is het maar beter om niet op de boot te blijven. Zo erg was het niet in het Hilton hoor, er was een indoor pool en een redelijk

Starbucks en alle andere zaken met grote ramen, timmerden de boel dicht voor de storm.

restaurant.

Gelukkig viel het allemaal erg mee met het natuurgeweld omdat Irene besloten had bij New York het land op te gaan. We hebben de regen en harde wind niet gehad. De rijzing bleef beperkt tot het niveau dat de steigers onderwater kwamen te staan maar er hebben zoch geen problemen voorgedaan. Op zondag, ‘de dag’ fietsten we tegen de wind in om naar de boot te gaan kijken.

Na de 'storm' waren alle lijnen uitgerekt en kraste Mauyva langs de paal. Alleen schade aan de paal dus.

Onze lieve vrienden Herman en Mientje in Virginia Beach, bij de ingang van de Chesapeake Bay, hebben de volle laag gekregen maar brachten het er verder goed vanaf, zonder schade aan lijf en huis. De hurricane was toen al van een categorie 3 naar 1 afgezakt.

In verschillende kuststaten is er erg veel schade aangericht door Irene omdat ze zo langzaam ging. Ruim 18 mensen zijn overleden door de storm. Enorme overstromingen hebben zich voorgedaan verder naar het zuiden en 2,4 miljoen mensen zijn geevacueerd. Wij hebben onszelf geevacueerd maar in het hotel waren mensen die aan het water wonen en die moesten hun huis verlaten. New York is ook min of meer gespaard gebleven gelukkig, een klein deel is wat overstroomd maar het grootste deel van de ellende is aan de stad voorbij gegaan.

De enige schade die te zien was in Mystic.

 

En nu zit heel Mystic in het donker. Samen met een paar miljoen andere amerikanen zitten ze zonder stroom. Dan kun je maar beter een boot hebben, met een generator. Wij zijn de enige mensen die gewoon licht hebben! De trein, die anders met enige regelmaat langs rijdt hebben we niet meer gezien. Bijna niemand gaat de deur uit. De supermarkt heeft al zijn verse waar moeten weggooien, de mensen zitten thuis hun vrieskist leeg te eten, ze zullen wel barbequen want ze koken hier op stroom. De tv doet het niet dus ze spelen met hun iPads, opgeladen in de auto. Op straat is het pikdonker. Dit gaat nog wel een week duren, is de verwachting. Nou, tel uit je winst.

 

Wij vertrekken van hier, kijken of er ergens anders nog wat te beleven valt.

P.S. We vertrokken inderdaad op 30 augustus, aan de andere kant van de spoordijk, waar geen bescherming is, waren de havens aan gort: drijvende steigers waren omgeslagen of weggespoeld, staande steigers waren hun planken kwijt, het was een ravage! Er werden boten gesleept, als we daar hadden gelegen had Mauyva er nu heel anders uitgezien.

Dat was natuurgeweld deel 3.

Irene op de barograaf in de boot.

 

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Chicago! En Marilyn natuurlijk…

Voor het eerst zijn we in Chicago, een kleinere en schonere uitvoering van New York maar het aantal bedelaars is er niet minder om. De wolkenkrabbers zijn hier ook prachtig, de stijl is wat anders en moderner omdat Chicago is afgebrand waarna de meest vooruitstrevende architecten aan het tekenen mochten om van een nadeel een voordeel te maken. Mensen als Mies van der Rohe en Le Corbusier hebben hun werk hier neergezet en daarmee weer anderen beinvloed. Zie verder de foto’s die we in de stad maakten, vanaf de rivier en vanaf ruim 350 meter hoog in de cocktailbar van het Hancock gebouw.

Chicago ligt aan Lake Michigan, een prachtig blauw water, een van de grote meren die in het gerensgebied van Canada en de VS liggen. Mijn neef Tim Sheehy, (oudste van de 4 kinderen van Cor, zusje van mijn moeder, en Jim, die we nog gaan bezoeken in Canada), ging meedoen met een zeilwedstrijd over de hele lengte van het meer, zo’n 330 zeemijl (is een kleine 600 km) en daar doen ze, afhankelijk van de wind, drie tot vier dagen over. Dus we zagen hem maar kort. Hij zeilt trouwens niet in zijn eigen boot maar met een maat met wie hij deze race vaker zeilt.

Tim zagen we bij het ontbijt in ons geweldige hotel Swissotel, op 15 juli. Onze kamer zag uit over de haven en het meer! Vanaf de 37e verdieping een lust voor het oog. Die dag trokken we samen op en reden in zijn auto rond. Erg gezellig om weer bij te kletsen na onze ontmoeting in september in Zuid Afrika.

Een dag later kwam zijn broer Paul, zoon nummer 2, ook langs met zijn vriendin Noemi. We bezochten samen de zeilboot en waren op het feest in de jachthaven.

De dag van de race zorgde Tim ervoor dat wAt en ik mee mochten op een kotter van de US Coast Guard, die zijn sponsors tracteerde. We lagen bijna de hele dag op het water om de honderden boten te zien starten met ongeveer iedere tien minuten een start. Eten en drinken waren verzorgd, alleen is eten hier altijd hotdogs en hamburgers. Dat eet iedereen echt elke dag! Wel leuk om eens op zo’n boot te zijn, meestal bezien we de Coast Guard met enige reserve omdat ze ieder moment in je boot kunnen komen en alles overhoop halen als ze dat willen.                                                               Tim, Noemi, Paul, At.

De race is een ramp geworden, twee zeilers verloren het leven in een plotselinge storm met onweer en 100 knopen wind (185 km/uur) waarin een boot ondersteboven kwam te liggen en van de 8 zeilers twee bleven vastzitten aan hun veiligheidslijnen. De zes anderen werden aan boord genomen door een ander schip, echt een prestatie onder dergelijke omstandigheden. Tim is OK gelukkig. De boot waarop hij voer is wel plat gegooid. Hij heeft het erg moeilijk gehad en is behoorlijk geschrokken.

De Coast Guard boot waar wij opzaten is bij de redding betrokken geweest.

de skyline van Chicago vanaf de Coast Guard boot.

Met Paul en Noemi wandelden we door Chicago, suisden we met de lift naar de 97e verdieping van het Hancock gebouw voor een drankje. Het is ooit het hoogste gebouw hier geweest maar werd al spoedig ingehaald door de Sears Tower en ook de pas gebouwde Trump Tower, een erg mooi gebouw trouwens, is hoger. Je ziet op de foto’s die gebouwen ook boven de horizon uitsteken, tel je de verdiepingen, dan weet je ongeveer hoe veel hoger ze zijn.

Uitzicht vanaf de 96e verdieping. De gebouwen die boven de horizon uitsteken zijn nog hoger.

Na een heerlijk dineetje in de GoRoma, met echt vers eten, slenterden we rustig naar het hotel, onderweg Marilyn Monroe bewonderend, die net was onthuld. Dit ongeveer acht meter hoge beeld is echt bijzonder geslaagd en ik denk dat het een enorme attractie voor de stad gaat worden! Haar benen en onderlijf zijn van roestvrij staal gemaakt en haar bovenlichaam en armen van aluminium.

Marilyn Monroe amuseert de bevolking postuum.

Controleren of ze een broek aan heeft en welke kleur precies.

We hebben gesproken met de schilders van het geheel, vandaar dat we weten dat ze het nog lang gaat volhouden. Vanaf haar onthulling is het enorm druk aan haar voeten, iedereen moet natuurlijk even controleren of ze wel een broekje aan heeft. Ja hoor, keurig netjes. Met een klein kantje. En ja, ook At is helemaal weg van dit beeld. En op de brug over de rivier, alsof we het erom deden, zagen we een geweldig vuurwerk boven de haven. Echt weer zo’n schitterend vuurwerk! Wat een bofkonten zijn we toch. En dan naar het heerlijke hotel, lekker in bad, beetje lezen en slapen.

De Sears tower, het donkere gebouw.

De laatste dag was Paul weer weg en namen wij een achitectuur rondvaart en leerden de term Echo Deco, een soort namaak art deco. De gids legde ook uit hoe het komt dat de oude gebouwen hier (in de US) helemaal vol zuilen, bogen en andere griekse en romeinse details zitten: ze wisten niet goed wat te doen met de vormgeving en dachten, he, die oude lui wisten wel wat ze deden! Wij doen het ook zo.

Veel architectonisch jatwerk hier.

De hoofdredacteur nam overal stenen vandaan en liet ze in de gevel metselen. Er is zelfs een steen van de maan te zien.

Verder deinzen ze er niet voor terug om wat details van Franse kathedralen over te nemen op een torenhoog gebouw wat toch een raar effect heeft. Dat is heel sterk op het gebouw van de Chicago Tribune, waar op straatniveau stenen van over de hele wereld in de gevel gemetseld zijn! Ook een baksteentje uit de Schrijerstoren in Amsterdam maar ook een steen van de maan en van een pyramide en verzin het maar, een steen kan je ervan vinden!

 

 

 

 

 

We wandelden weer een eind door de steeds heter wordende stad. Ook ’s nachts was het nu boven de dertig graden! We liepen naar het Milennium Park waarin de vorige favoriet van de fotografen staat: een enorme glimmende boon of blob. Echt prachtig met de reflexie van de wolkenkrabbers erop.

De blob, geheel van glimmend staal gemaakt.

De blob in het Milennium Park.

 

 

 

 

 

 

 

Zo ziet de blob eer van binnen uit. Wie poetst dat ding?

Als laatste bezochten we de finale van de Harry Potter serie. Ik zeg er verder niets over, ook niet dat Ron toch niet dood gaat.

Na een lange dag met twee vluchten waren we weer in New York, althans, in Weehawken, aan de Hudson en tegenover New York. Wat een uitzicht heb je hier! De hoogste toren die je hier ziet is het Empire State Building, waar we op geweest zijn.

Wat ik nog was vergeten te vertellen over New York is dat we naar de show Zarkana van het Cirque du Soleil zijn geweest in de enorme Radio City Music Hall! Een prachtige voorstelling in art deco stijl.

Op 20 juli, vertrekken we en zeilen door de Long Island Sound naar het noorden. Daar zoeken we nog wat zeilvrienden op en een plek voor de boot. In augustus gaan we dan naar de familie in Canada.

Brooklin Bridge, het was inderdaad nogal mistig.

Zeilen werd het niet op de Long Island Sound want er was niet genoeg wind. Onder de beroemde Brooklin Bridge door varen was echt bijzonder. Dit wonder van baksteen, indertijd tenminste, is ten koste van vele levens gebouwd in caissons. De caissonziekte (diepte ziekte, stikstofbelletjes die zich vormen in het bloed als je te snel opstijgt uit het water) was toen niet bekend. Het lijnenspel is echt mooi om te fotograferen. Sinds de Twin Towers zijn vernield, die altijd het herkenningesbeeld van New York waren, als opvolger van het Empire State Building, is de Brooklin Bridge het ‘logo’ van de stad.

Net als in de Hudson River, die aan de westkant van Manhattan loopt, is de East River aan het oosten (ja ja) hard aan het stromen. Je moet de doorvaart goed timen omdat je door een nauw stuk moet, Hell Gate genaamd, waarin de stroming kan toenemen tot 5 knopen en er veel wervels zijn. Het viel wel mee, zoals altijd als je horror verhalen hebt gehoord. We hadden een beetje mist maar geen harde wind die het allemaal nog eens opjaagt. De Sound was prachtig, ruim, wel met een vaargeul in het begin, mooie vuurtorentjes en veel gemene steekvliegen. We hadden sportieve dagen; we tennisten de vliegen dood en dan golften we ze van het schip af.
In de prachtige Oister Bay waren geen vliegen gelukkig. Wat een mooie natuur hier en prachtige klassieke schepen. Aan het eind van de Sound ankerden we nog een nachtje voor de kust, het was toch rustig weer. En toen voeren we naar Block Island.

Soort duinenrijtje van Block Island, aan de oostkust.

Blok Island is een soort Vlieland in de oceaan, een beetje meer geisoleerd en, heel handig, met een schitterende baai die vrijwel geheel afgesloten is van het open water, dus geen golfslag of harde stroming. Nu zijn er in de zomer meer mensen die dat willen meemaken dus er was niet heel veel plaats maar het was erg gezellig. Pim en Paula zagen we dit keer niet, die zijn al in Canada aan het varen.

Zeilers op schommelstoelen. Zitten we dan nooit stil? Wij met Annelies, Hans en de jongens Hille en Floris. Hun reis zit er inmiddels op, alleen Annelies zit voorlopig nog op de oceaan.

Wel kwam de Wizard binnenvaren en later ook de Liberty. Van de Liberty lees ik al een poosje het blog en hun boot zagen we in New York liggen maar nu kregen we de kans om Erik en Margreet zelf te ontmoeten.
In een mooi hotel met een grote varanda met schommelstoelen ontmoeten we elkaar allemaal en omdat het dan zo gezellig is eten we ook samen. Een interessante ontmoeting hadden we met Ran, een hippiedochter, nu kunstenares, die 37 jaar geleden, op haar 13e naar Amerika verhuisde met haar ouders. Ze vond het geweldig om weer even lekker nederlands te praten en voor ons was het een goede gelegenheid om eens een kijkje achter de schermen van de Amerikaanse cultuur te krijgen. Altijd boeiend om eens te horen hoe het nou echt is hier.

Op het laatst kwam de prachtige Abel T. ook nog binnenvaren, daar hadden we al veel over gehoord en gelezen. Aan boord waren Marius en Linda en de broer van Marius, de kinderen logeerden op de Wizard die inmiddels naar Wickford was vertrokken. De Wizard steekt binnenkort de Atlantische oceaan weer over en dan in hun reis ten einde. We hadden weer zo’n fijne avond, zij het met een iets andere samenstelling.

Het was druk die dag op het 'dingy beach' want iedereen wilde naar het strand of wandelen.

Net als op de waddeneilanden kun je heerlijk fietsen op Block Island, genoemd naar Adriaan Block, die het eerst het eiland in kaart bracht. Het licht is er ook zo hel en er zijn rondom duinen en stranden. En er zijn vuurtorens.
Na een week verlieten we Block om zeilend aan de wind naar de vaste wal te gaan om daar aanstalten te maken om naar de canadese familie te gaan. Mystic werd het, op aanraden van Annelies van de Wizard. (www.wizardwaves.nl) Mystic is echt prachtig, een mooi dorp, van die leuke huizen weer (heb je hier overal) mooi aangelegd, ruim opgezet en een leuke winkeltjes, dat is echt geweldig.

Prachtige spulletjes en de mooiste uitgaven die je bij ons nooit ziet. Gelukkig vliegen op een boot spulletjes om je oren en zijn boeken te zwaar dus het heeft geen zin ze te kopen.
Op 2 augustus zeilden we aan de wind naar het mooie dorp Mystic, van de film Mystic Pizza, met een heel jonge Julia Roberts en een nog jongere Mat Damon, enkele seconden in beeld. Het speelt zich af in de plaatselijke Pizzeria waar drie zussen in de vriendjesleeftijd zijn.

We hebben we een auto gehuurd, een goede plek voor de boot gevonden in de Seaport Marina, een goede tip van de Wizard, en nu kunnen we vertrekken.

Dit bericht is dan ook verzonden vanuit Canada. Hierover de volgende keer.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Van Sint Maarten naar New York

We zijn nog een aardig poosje in Sint Maarten geweest, Pim en Paula kwamen daar ook naartoe en we gingen samen naar de vlindertuin.

Op 2 mei kwamen we aan en pas op 21 mei vertrokken we weer.

De reis over de Atlantische oceaan naar Norfolk verliep prima, het duurde wat langer dan gedacht omdat we weinig wind hadden maar dat wisten we vooraf. We hebben toch de hele tijd kunnen zeilen want we hebben een geweldige genua voor de wat hoger aan de windse koersen, een genaker voor het ruimere werk maar niet genoeg wind om het gele Parasalor (zie vorige Atlantische oversteek) te zetten.

Onderweg zagen we weinig dolfijnen, helemaal geen walvissen maar wel heel veel Portugese oorlogsschepen. Niet dat het oorlog gaat worden hier, het zijn zeilende kwallen met uiterst lange en giftige tentakels, hun zeiltje is prachtig, soms versierd met een rood of blauw randje (meisjes of jongetjes?) en het was een ware sport om ze op de gevoelig plaat te krijgen met mijn nieuwe telelens (verjaars cadeautje) omdat het scherpstellen moeilijk is op een bewegende boot.

Anders aan deze oceaanoversteek was dat we nu niet onder het sterrenbeeld Orion voeren maar onder de Grote Beer, die een deel van de tijd zijn pannetje ondersteboven houdt. En als je dan maar lang genoeg naar het noorden vaart (koers meestal 340 a 350 graden) dan kom je bij de beruchte Cape Hatteras. Appeltje eitje voor ons want de wind was nog steeds kalm gelukkig maar het kan hier gigantisch spoken als de woeste golven rond deze onschuldig ogende punt dansen.

Wat leuk is van land is dat het te ruiken is. Na de heerlijke oceaanlucht eindelijk eens wat industrielucht maar ook, langs een groot deel van de kust waar alleen moerassen zijn, naar heerlijke kruiden, een mengseltje van Moeder Natuur met tijm, lavendel, munt en hooi dat zijn weerga niet kent. Snuivend zaten we in de kuip. Hier bij het land hebben we wat meer dieren gezien, zoals wat ‘slome duikelaars’ (onze benaming voor kleine, trage walvisjes) en vogels. Op een gegeven moment vlogen er allemaal enorme steekvliegen de kuip in, van het land afgewaaid en een lekker galgenmaaltje ontdekkend: ons. We hadden het zo gepland dat we met licht bij de Chesapeake Bay zouden aankomen omdat het daar wat drukker zou zijn. Om 6 uur voeren we het toegangskanaal in en echt druk was het niet. Het water veranderde van blauw naar IJsselmeer-groen. Op de kalme Chesapeake Bay zagen we krabben ‘zwemmen’, ze spartelden met hun pootjes maar echt vooruit ging het niet. Waarom ze dat doen weet niemand, het gebied is wel beroemd om dit gedrag van de krabben met mooie blauwe scharen. Ook zag ik een enorme degenkrab (daarover later meer) zwemmen.

Na een tocht door de baai en dan linksaf naar Norfolk kwamen we aan bij de Waterside Marina, gunstig gelegen aan het centrum van Norfolk. Norfolk is ons goed bevallen; het is mooi, schoon, redelijk gezellig, valk naast onze marina ligt een stadsparkje waarin altijd wat te doen is; muziek, dans, een barbecue en veel Norfolkers (vooral zwarte gezinnen) komen in het parkje picknicken. Het is echt gezellig om via dat parkje naar ‘huis’ te lopen. En At, voor het eerst in de States, zei na twee dagen, uit de grond van zijn hart: I love America!

De ouders van At (inmiddels niet meer in leven) hadden goede vrienden die naar Amerika waren verhuisd in de jaren 50, toen er in Amsterdam geen droog brood te verdienen viel en huisvesting voor het gezin met 3 kinderen al helemaal onmogelijk bleek. Ze hebben altijd contact gehouden met de familie, er is over en weer bezocht en ze kennen At al vanaf de dag dat hij werd geboren. Na eerst in San Diego an de westkust te hebben gewoond, verhuisden ze 8 jaar geleden naar Virginia Beach, een deel van de agglomeratie waar Norfolk bij hoort. We hebben Herman en Mientje meerdere malen bezocht in hun prachtige huis, ze haalden ons op met de auto en lieten ons historische plaatsen als Williamsburg zien, zodat we een indruk kregen van de geschiedenis hier.
Wat een fijne mensen, we missen ze nu al.

Op 9 juni werden we ook nog getracteerd op een heus botenfestival het Norfolk Harbourfest. Best aardig maar voor onze begrippen niet erg groot. Wel heb je er leuke dingen als sleep- en duwboten die elkaar eruit proberen te drukken en zo een soort botenwals op het havenwater dansten.

Vanwege het festival verhuisden wij naar de ankerplaats tegenover Norfolk in het stadje Portsmouth. Ja, het net alsof je in Engeland bent hier. Waar Norfolk een gloed nieuw centrum heeft, heeft Portsmouth een prachtige Olde Towne (zo schrijven ze dat echt) met tot de verbeelding sprekende villa’s, allemaal in de stijl van Volendam en Marken in de zin dat de huid van de huizen uit rabatdelen bestaan, geschaafde planken die een beetje over elkaar heen liggen met een randje om de regen buiten te houden. De huisjes en villa’s hebben vele dakjes, erkers en een porch met vaak een schommel, ze hebben een flinke tuin, zoals er nu in grote delen van het land nog steeds gebouwd wordt. Alleen is het ‘hout’ nu van gerecyceled plastic.

In Norfolk is ook een goed scheepvaartmuseum, Nauticus, waarnaast een 300 meter lang oorlogsschip ligt: de Wisconsin. Op het diverse schiettuig staan de arabische namen van steden die door het betreffende kanon zijn geraakt. De Wisconsin vocht ondermeer in de Golfoorlog.
Binnen in het museum zie je ondermeer een afdeling over de Chesapeake Bay, de ecologie ervan, nogal apart met brak water, en daar zagen we echte degenkrabben, die hier ‘horse shoe crab’ heten. Ze zijn bruin, hebben een schil over zich heen dat aan de voorkant rond is, als een hoef maar veel platter, dan op de rug een scharnier en dan nog een stuk schild. Een lange staart is wat je nog van het beest ziet, de pootjes en de rest zitten onder het schild. Deze dieren bestaan al 145 miljoen jaar!!!!! Zo goed zijn ze ‘gebouwd’. Ik heb ze aangeraakt en het was echt heel bijzonder om dit levende fossiel van zo dichtbij te kunnen meemaken.

Tot ons genoegen kwamen Pim en Paula ook naar Norfolk zodat we nog gezellige dagen met ze konden hebben. Toen werd het echt tijd om naar het noorden te gaan: het was alweer de 20ste en op de 27e zou Marten, de tweede zoon van At, met het vliegtuig landen in Washington.

At en ik voeren de Chesapeake op, richting de mond van de Potomac River. Na een ochtend van onschuldig weer en gunstige weerberichten, zag ik opeens het water voor ons zwart kleuren en de lucht loodgrijs. Ik zei: At, NU de zeilen eraf, nee NU! We draaiden het voorzeil in, het grootzeil deed al niet mee en ik haalde de nl vlag binnen. WAM opeens een harde klap wind en binnen enkele minuten hadden we windkracht 8. In no time bouwden de golven op en probeerden wij op de motor schuin tegen de wind te blijven liggen, wachtend tot de bui voorbij zou zijn geraasd. Nu bleek ook dat onze z.g. geweldige klapschroef geen kracht kan leveren tegen wind en golven in, dus we besluiten meteen de oude aluminium schroef er weer op te zetten zodra we weer een keer op het droge staan.

Nou ja, de ministorm hield aan en wij draaiden om om met de wind mee naar een haventje in de buurt te gaan. Die nacht was er erg veel wind voorspeld maar het bleef windstil. Dan de volgende dag maar weer op weg. Geen problemen meer met de wind en het reisschema had voldoende ruimte voor dit soort gevalletjes. Zonder verdere problemen voeren we de Potomac op. De rivier is hier nog 8 mijl breed en wordt zeer geleidelijk aan smaller en ondieper. Je vaart op zo’n rivier, net als in de Chesapeake trouwens, met het oog op de kaart want grote stukken zijn maar 60 cm diep dus je vaart door geulen die je alleen op de kaart kunt zien. Het is een beetje wadvaren. Er was bijna geen verkeer, alleen de Kalmar Nickel, een nagebouwd Nederlands schip, voer met ons mee. Zie foto. De Kalmar Nickel hadden we op het Norfolk Harbourfest al uitvoerig gefotografeerd maar toen lag ze aan de kade, toch anders dan zo in het wild.

Voor donker zochten we een ankerplekje in een van de vele inhammen en kreken langs de rivier. In de pilot zie je welke diep genoeg zijn. Het is hier motorbotenland, veel kreekjes zijn ondiep maar geschikt voor de kleine boten. Wij vonden een prachtige plek en genoten die avond van de mooie huizen, het licht en de vriendelijke mensen (wilt u misschien wat krab? Wij hebben er teveel gevangen.) Voor de krabben niet vriendelijk, en voor ons lastig, want overal hier dreven boeitjes met daaronder een krabbenval. Die boeitjes met hun touw wil je niet in je schroef krijgen dus je moet uitkijk houden.

Aan het eind van de volgende dag lagen we in Washington met uitzicht op het Monument, de lange obelisk die je al van mijlen ver boven de stad ziet uittoornen. De volgende dag de fietsen eruit en even langs de Mall (een heel groot plein) met daaraan het Capitool, het Monument en er vlakbij het Witte Huis. Dan naar een van de vele Smithonian Musea, gratis toegang en fantastich ingericht. Mijn favoriet is het museum van Natural History. Wat een dieren! Erg leuk was dat wij in het afgelopen jaar zelf met enkele ervan hebben kennisgemaakt: de Southern Right Wale, de lederschildpad en ook het portugese oorlogsschip was er vertegenwoordigd. Een gigantische afrikaanse olifant, ook een bekende, staat centraal. Het museum is zo fijn (en druk) omdat de teksten thematisch zijn (wat doen al deze dieren in de poolgebieden om niet af te koelen?) zonder met een overvloed aan informatie de bezoeker te ontmoedigen.
Ze hebben echt de meest bijzondere collectie opgezette en nagebouwde dieren, een indrukwekkende hoeveelheid skeletten van dinosauriers, je hebt dagen nodig voor zo’n museum.

 

 

 

 

Bij de zoogdieren zag je deze stekelmuis. Erg klein en erg grappig diertje.

 

 

 

 

De volgende dag gingen we naar het museum voor de oorspronkelijke bewoners. Het bijzondere aan dit museum is dat je er in het cafetaria de oorspronkelijke voeding van het land kunt eten. Exotische gerechten die je echt alleen hier kunt proeven.

Architectuur in Washington:

Toen werd het tijd om Marten van het vliegveld Dulles te halen. Gezellig, hij heeft 10 dagen de tijd en vliegt terug vanuit New York, zo kan hij een flink stuk meevaren en echt deelnemen aan onze reis. De voldoende morgen sleuren we arme Marten snel per fiets naar de ‘highlights’ die we eerder noemden, renden met hem door het museum van Nat. Hist. En toen snel naar de Gangplank marina, touwen losgooien en de Potomac weer af.

Voor de nacht vonden we een ankerplaats en toen we daar goed en wel lagen kwam er een bootje naar ons toe. Marten dacht: -we moeten hier zeker weg-, wij dachten, -o. Weer krabben- maar het was: Hi, my name is Mikey, and I am inviting you to dinner. En dat deden we meteen. We springen op zijn bootje, met een heerlijke meloen die ik net had aangesneden. In zijn kleine huisje met muggengaas waren nog 6 of 7 andere mensen. Allemaal vrienden uit de buurt en ze aten vaak samen. Het was het buitenhuisje van Mikey, die door de week een keurige makelaar is die in de stad woont.

We hadden een supergezellige avond, At en Marten zorgden ervoor dat Mikey niet teveel bier overhield. Gekukkig was er naast vlees ook veggy eten voor mij. We werden helemaal uitgehoord over onze reis, over hoe we over de amerikanen dachten, zijn we echt dom en onwetend? En wie we dachten dat de nieuwe president zou worden. Obama weer? Wij dachten van wel (niet dat we hier kranten lezen hoor, of tv kijken). Zij vertelden ons over hun manier van leven, hoe je fossiele haaientanden kon vinden op het strandje en hoe hun gezelschap vaak samen aan het eten was. Wat een avond, wat een verrassing, wat een mooie herinneringen.

Dan slapen en met licht weer op richting Chesapeake en het dorpje Saint Michaels.

Dat is een soort Urk; weer de nostalgische huisjes, maar met veel meer ruimte dan de opeen gepropte huisjes van Urk, Marken, Volendam, Edam en dergelijke. Na verkennen weer op weg naar het noorden van de Chesapeake, waar een kanaal naar de volgende baai aan de Atlantische oceaan loopt: het C&D channel naar de Delaware Bay. Hier zagen we een bald eagle, het nationale symbool van de USA. We overnachtten aan het begin van het kanaal en met hoog tij en de eerste zonnestralen lieten we het water ons naar de andere kant trekken.

De wind draaide met het water mee dus we konden niet zeilen of ook maar de zeilen bijzetten. Na een overnachting in Cape May, waar achter de Atlantic weer begint, vertrokken we de volgende dag richting New York en gelukkig viel er de hele weg prima te zeilen. We voeren weer een nachtje door om op 30 juni bij licht de Lower Bay in te varen bij Sandy Hook. Dan door de Narrows, onder een brug door, de Upper Bay in waar we om 07:23 uur het Vrijheidsbeeld zagen! Niet lang daarna voeren we er vlak langs om foto’s te maken en om te zien hoe groot dat beeld is! Om 9:15 uur hangen we aan een meerboei op de hard op het getij heen en weer stromende Hudson, vlak bij 79th Street.

Zodra we wat gesetteld waren gingen we de stad in om ons onder te dompelen in deze heerlijke energieke stadwaar de straten vol zijn met aparte mensen, schitterende hoogbouw, overweldigende reclameborden (full HD)

en om even adem te halen lieten wij ons op het Empire State Building hijsen met super snelle liften.

Heerlijk was die onderdompeling en toen we ’s avonds moe maar voldaan weer op de boot waren voelden we ons volmaakt gelukkig. Heerlijk om in je eigen omgeving weer wat op adem te komen!

En voor je het weet is het dan de 4e juli, groot feest hier. Annelies, van de Wizard, komt even langs op de Mauyva op kennis te maken en die avond eten we met haar gezin: Hans en de jongens Hille en Floris plus, je raadde het al, Pim en Paula, die ook in New York liggen. Super gezellig werd het die avond en het vuurwerk was prachtig.

Sorry voor de foto’s met een te lage resolutie. Ik zal de instelling wijzigen.

Een bezoek aan New York is niet compleet zonder naar het Natuur Historische museum te gaan hier, op loopafstand van onze haven. Ze hebben veel meer dino’s dan Washington maar hier is de opstelling vrij ouderwets, het is niet echt mooi en foto’s maken is lastig omdat overal glas voor zit.

En je moet ook naar het Guggenheim Museum, vooral vanwege de fraaie architectuur van Frank Loyd Wright. Let op, er zitten verboden foto’s bij!

Kandinsky hangt hier, samen met zijn impressionistische broeders Picasso en Monet, Manet en dat soort types.

Verder is New York een kwestie van veel wandelen, hoofd in de nek, gezellige buurtjes bezoeken, zoals Little Italy, Greenich Village, Noho en Soho, enfin, ga zelf maar eens een keer. En je moet echt, verplicht, wandelen in Central Park.

Ja, jammer van die lage resolutie.

Geplaatst in Uncategorized | 5 reacties

Trinidad

5 mei 2011
Van Tobago voeren we in 14 uur (dus ’s nachts want je wil met licht aankomen) naar Trinidad, een heel ander eiland waar het tempo hoger ligt, het veel viezer is, waar meer criminaliteit is, waar de hoofdstad Port of Spain ligt en waar bijzondere dingen te beleven zijn. Als je op de kaart kijkt naar Trinidad, net ten noorden van Venezuela, dan lijkt het een Tucje waar een hap uit is. Het eiland is ongeveer 100 bij 150 km groot en heeft twee snelwegen; een die noord-zuid loopt en een die oost-west loopt. Verder zijn er alleen maar smalle wegen met gaten erin, waar stukken uit weg zijn en waar her en der dorpjes langs liggen met huisjes op palen, veel kleine kraampjes met fruit & groenten en vrij veel krotten.

Op dit eiland spreken ze Engels maar je moet erg wennen aan het zangerige caraibische dialect, het overslaan van woorden en de aparte vocabulaire. In winkels word je door de dames aangesproken met sweety, darling of sweetheart bijvoorbeeld. Onze lieve lasser Roy (Fitzroy Russel), die werkt vanuit zijn hart en met ons wilde werken omdat hij goede ‘vibes’ kreeg van ons, noemde Tess ‘Baby Girl’ omdat iedereen hier met zijn bijnaam wordt aangesproken en als je die niet hebt krijg je er een.

Onze haven ligt in Chaguaramas, ten zuiden van het noord-westelijke puntje in de

beschutting van een schiereiland. Het is de luxe haven in een ‘dorp’ dat alleen uit jachthavens, met ieder hun eigen botenwinkel en restaurant, en werven bestaat. Er zijn ook vissersboten en boten die de olie-industrie die hier domineert bedienen. Langs de hele noordkust ligt een bergketen die bedekt is met tropisch regenwoud. Het water is hier groen omdat de Orinoco met vele mondingen uit Venezuela stroomt en de Orinoco heeft groen water.

De reden voor ons om naar Trinidad te gaan begin maart was dat onze vrienden van de Panoramix, Pim en Paula, hier ook liggen en we samen naar het beroemde carnaval willen gaan kijken. Dus kijk maar even naar foto’s voor een impressie van het carnaval.

Wij dragen weggegooide versierselen in Egyptische stijl.

Met Pim en Paula uitrusten.

Verder is de haven heel aantrekkelijk omdat hij beschikt over een geweldig zwembad waar we meerdere keren per dag indoken om af te koelen.

Wat ook interessant was om te zien is het pekmeer, daarvan bestaan er maar drie in de hele wereld. Onder Trinidad en Venezuela daar lopen diepe breuklijnen, er zijn hier ook wel eens aardbevingen. Die breuklijnen lopen door grote olie en gasvelden. Trinidad staat ook bekend om zijn olieindustrie en benzine kost hier bijna niets. Op de kruising van die breuklijnen lekt olie naar het oppervlak en vormt een meer. De bovenlaag stolt en daarop kun je lopen. Kleine belletjes breken onder je tenen. At, Pim en ik hadden het geluk dat het flink regende zodat het oppervlak niet heet was. Het pek komt in bubbels boven zodat er naden lopen en daarin komt regenwater te staan dus soms moet je springen naar het volgende stuk.


Jullie hebben allemaal al eens gereden over Trinidees asfalt, het wordt in Nederland ook gebruikt in het asfalt op de wegen. Grote buldozers oogsten het plakkerige spul maar ze mogenniet stil blijven staan want dan zakken ze onherroepelijk weg in het pek.
De europese schepen die hier vroegen met elkaar knokten om wie welk eiland in zijn bezit kreeg, wisten het meer ook al te vinden om de scheepshuid waterdicht te maken want daar is pek ideaal materiaal voor, ook goed voor de bescherming van de houten romp.
Op deze foto zie je hoe belletjes gas door de gids worden aangestoken.
De lokale bevolking, die hun grond rond het huis allemaal hebben vol geteerd, komt baden in het water dat op het meer staat omdat dat ‘gezond’ zou zijn. Bij ons zou er om zo’n meer een hek worden gezet met waarschuwingen dat er ernstige vervuiling is.

Hier groeien er cashewnotenbomen, lotus bloemen en andere bijzondere planten in en als je de weg weet mag je zonder gids ook wel op het meer lopen.

Ik denk dat er aan een boom misschien 1 zakje noten zit en de bolster is giftig!

Pim prikt in de pek met een stok. Hier moet je niet per ongeluk gaan staan….

Wat aan Trinidad heel handig is, is dat je er een Amerikaanse ambassade hebt. Samen met Barbados is dit de enige mogelijkheid om in de Carieb een Amerikaans visum te krijgen. Bootjesmensen zoals wij worden beschouwd als mogelijke bewoners van de US omdat we ons huis bij ons hebben, en dus moeten we een interview hebben bij de ambassade voor een 10-jarig visum. Kom je met het vliegtuig, dan is het niet zo ingewikkeld. Onze afspraak was pas op 20 april, daarom zijn we hier twee maanden blijven steken. En als je dan toch moet wachten, dan maar meteen weer laten lassen aan de boot en we hebben een grote zonnetent laten maken omdat het echt te heet was in de boot en wij geen airco willen. Tess kwam ook nog langs met de post en met foto’s en filmpjes van Kes en Pomme. Erg fijn.

Natuurlijk hadden we alles zo gepland dat als Tess zou komen het werk klaar was maar omdat hier alles erg traag gaat en mensen zich niet gebonden voelen aan hun afspraak stond de boot op de kant toen ze kwam. Maar er was wel een plan. Samen met Pim en Paula waren we al eens naar de lederschildpadden gaan kijken die hier jaarlijks eieren komen leggen op het strand.

Dat was zo geweldig dat ik dat met Tess ook graag wilde gaan zien. At moest bij het werk op de boot blijven. Tess en ik reden dus over de snelweg (iedere 2 kilometer een stoplicht) en daarna over gammele bruggen en om de gaten heen door het regenwoud naar de noordkust waar een hotel op het strand stond en je alleen maar naar buiten hoefde te gaan om echt heel veel van die enorme schildpadden te zien. Ze wegen tussen de 300 en 900 kilo, zoveel als een kleine auto. In het donker ploeteren ze het steile strand op, zoeken een plek en gaan dan met hun achterpoten heel zorgvuldig en vakkundig een gat graven. Ze doen dat heel voorzichtig, er valt bijna geen zand terug. Dan deponeren ze hun eieren erin, ongeveer 80 tot 120 stuks waarvan een deel onbevrucht is, die eitjes schrompelen weg en geven zo ruimte voor de kleine padjes als ze uit hun ei komen. Na het leggen doet ze voorzichtig het gat weer dicht, stampt het goed aan (je ziet het beest omhoog komen) en camoufleert vervolgens het gat. Dan maakt ze verderop nog een schijnkuil om eierrovers (zoals de mensen) op een dwaalspoor te zetten en dan gaat ze via een omweggetje terug de zee in.
We hadden een erg goede en ervaren gids die erg veel vertelde over de beestjes, een uitvoerig verhaal kun je opvragen door een mailtje te sturen naar beatrijsvw@gmail.com.

Toen dan eindelijk ons interview was geweest, Tess naar huis was gegaan en wij onze paspoorten met visum en al terug hadden gekregen zouden we weg kunnen gaan ….. als onze zonnetent op tijd was afgeleverd. Moesten we daar weer op wachten! Enfin, eindelijk op de 29e, op het laatste nippertje kwam de zeilmaker met de tent en we konden nog net met licht wegvaren, tussen de eilanden door naar het noorden. Wij hebben haast om naar het noorden te gaan omdat het orkaanseizoen eraan komt. In juni moet je toch wel weg zijn hier dus geen tijd om al die prachtige eilanden te zien. We voeren in een kleine drie dagen naar Sint Maarten. Eindelijk weer goede restaurants, een prachtige supermarkt maar we liggen alweer in een haven terwijl we eigenlijk willen ankeren en zwemmen in zee.

Onze plannen: Binnenkort oversteken naar Norfolk, Chesepeak Bay in de US, aan deze baai ligt Washington bijvoorbeeld. Dan naar New York, dan verder noord naar de omgeving van de eilanden Martha’s vinyard en Nantucket. De bedoeling is om onze Canadese familie te bezoeken met een huurauto.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Geplaatst in Uncategorized | 5 reacties

Oversteek Atlantische oceaan

Op 10 februari om 1800 uur, na nog even 466 liter (achteraf) extra onnodige diesel getankt te hebben, staken we van wal. Er was bijna geen wind dus de motor deed het werk terwijl La Gomera, dat heerlijke eilandje met die fijne haven langzaam, heel langzaam uit het zicht verdween. De zon ging onder achter het meest westelijke eilandje van de Canarie archipel, El Hierro (de ijzeren).

In een zeilboot zit je meestal achterstevoren, met je rug tegen de kajuit, je benen voor je uit op de bank, lekker kussentje in je rug, flesje water bij de hand en zo is het goed uit te houden. Nog uren lang konden we de lichtjes zien op de eilanden, vooral het hoge Tenerife bleef nog lang nagloeien boven de oostelijke kim.

Het zou nog lange tijd duren voordat we weer land in zicht zouden hebben. Hoe is dat, weken lang geen land, geen andere mensen, geen seconde stilliggen, altijd maar golven, altijd maar wind? Niet samen in een bed slapen maar om de beurt een paar uur slapen en dan wacht houden, koken op een schommelend fornuis, snel de uien doorsnijden, anders rollen ze weg. Het viel gelukkig allemaal erg mee. Het weer op de oceaan is nogal constant, er is veel zon, een paar pluizige wolkjes sieren het zwerk. ’s Nachts zijn die wolken er nog en de lucht is vrij vochtig zodat je wel een prachtige sterrenhemel ziet maar niet helemaal tot de horizon. Toch is het schitterend. Orion passeerde hoog boven ons langs, de maan kwam vrijwel recht boven ons langs en de zon overdag staat ook heel hoog hier in de buurt van de evenaar.

Iedere ochtend doken we een brood op uit de vriezer en bakten het op in de oven. Een heerlijk vers knapperig brood als ontbijt, dat is echt luxe en we genoten ervan. Avondeten was eenvoudig als er veel golven waren (blikjes open trekken en opwarmen), op een rustige zee kan je ook uitgebreid koken. Ik ben nooit zo met eten bezig, ik denk meestal aan het eind van de dag, O jee, we moeten nog eten. Maar op reis betrapte ik mezelf erop dat ik ’s morgens als zat te denken wat we die avond zouden eten. Heel vreemd.

Ook absoluut luxe is midden op de oceaan een warme douche nemen. Omdat wij een watermaker hebben die met behulp van de stroom van de generator 60 liter zeer schoon water per uur kan maken kunnen wij dat gewoon doen. Top vinden we dat.

Nee, ik vond de overtocht helemaal niet te lang duren. Het was juist heerlijk. We hadden fijne boeken en het is ook lekker om gewoon voor je uit te staren naar de golven, de wolken of het kielzog en je gedachten de vrije loop te laten. Het ging allemaal zo gemakkelijk, zo rustig, dat we dachten: een oceaanoversteek? Eitje. Ja, dat dachten die eerste twee weken.

Dus vertrek op de 10e, we besloten meteen flink naar het zuiden te varen om echt in de passaatwind te komen, dus we voeren richting de Kaap Verdische eilanden, ten westen van Dakar. Daar in de buurt beginnen de passaatwinden echt door te zetten, dat betekent dat het constant 15 tot 20 knopen waait, windkracht 4 tot 5. Als je die wind van schuin achter hebt zeilt het geweldig! Ook de golven komen als het meezit uit die richting en die geven ook nog eens een zetje de goede kant op, samen met de noord equatoriale stroom die je met 1,5 knoop zomaar een dag of wat cadeau geeft.

We hebben veel plezier gehad van onze nieuwe genua, dat is een groot voorzeil,  van North Star, 3D gelamineerd en versterkt met kevlar en carbon strips. Dat zeil heeft geen naden omdat het uit een stuk op maat is gemaakt, dus het kan ook niet op de naden scheuren. Dat zeil staat altijd mooi en is heel krachtig. Dat zeil zit opgerold op het voorstag dus je hoeft het niet te hijsen of te strijken, je rolt het vanuit de kuip uit en weer in. Het grootzeil had drie reven erin, dat had niet gehoeven achteraf, maar we voeren met een ruime oostelijke wind toch nog 5,5 tot 7 knopen.

Op de 13e voeren we over de kreeftskeerkring en de 14e vierden we Valentijensdag, nog meer feest hadden we op de 17e, onze 5e trouwdag, en de 18e toen we 13 jaar samen waren. We hadden lekkere hapjes voor de feestjes en muziek en dans in de kuip bij zonsondergang. Reuze romantisch allemaal.

Na ruim een week hebben we voor het eerst ons nieuwe Parasailor voorzeil opgezet. Het is een soort spinaker maar dan met in het midden een opening over de hele breedte met daarin een vleugel. Het geheel wordt op zijn plaats gehouden met touwtjes en banden. Dit is een super zeil dat heel hard trekt maar dat ook een teveel aan wind kwijt kan door die opening. Met dat zeil hoef je geen grootzeil te voeren. Het is nogal een gedoe om dat zeil te zetten omdat het vier schoten heeft in plaats van twee en ook bleek dat het zeil het beste werkt als het uitgeboomd staat. Uitbomen is een lange paal, een spiboom van 6.5 meter lang, die met een kant aan een rail op de mast vastzit, met een lijn naar boven, een naar voren en eentje naar achteren vanaf de mast tot buiten het schip te plaatsen zodat je aan het uiteinde een schoot kunt voeren. Zo staat het zeil een beetje aan de wind kant (loef) van de boot en vangt het meer wind.

Dat hadden wij nog nooit gedaan, uitbomen. We moesten eerst ontdekken hoe dat precies werkt maar ja, je hebt niet veel anders te doen dus met onze tuigjes (veiligheidsharnas), vastgemaakt aan een veiligheidsband (lifeline) die van voor naar achter over het dek loopt, rommelen met touwen op het voordek is dan wel leuk. En de Parasailor deed het fantastisch met die boom. De snelheid ging nu naar de 8 knopen en dat scheelt een slok op een borrel, oftewel dagen op de reis. Een knoop harder varen is 24 mijl per dag meer afleggen.

Zo is een oceaanreis een gelegenheid om als zeiler te groeien. Omdat je op een gegeven moment toch met je zeilen wil gaan spelen leer je veel meer dan je zou doen op een kleinere afstand waarop snelheid geen groot verschil maakt. Het gedoe van het uitbomen is de moeite waard als je lang gebruik maakt van die boom. En nu gaat het alweer veel sneller.  Onze dagafstanden nemen toevan tussen de 150 en 160 naar tussen de 160 en 180.

We zijn nu ook echt in de passaat beland, het wordt steeds warmer, kleren heb je hier niet meer nodig, de oceaantemperatuur, die bij La Gomera nog 21 graden was neemt toe tot 27 graden. Als we met onze voeten in het water achterop het strand zitten, natuurlijk met tuigje, voelt het echt als badwater zo warm. Maar we gaan te snel om even een duik te nemen. Dat moet je toch niet doen, zelfs als je een lang touw achter de boot aan zou hebben is het risico dat je je eigen boot vanuit het water moet uitzwaaien veel te hoog. Een vlaag wind of een rare golf en hij gaat er vandoor. Dat zullen we dus nooit doen. Op de oceaan in het water vallen betekent dat je waarschijnlijk verloren bent. Daarom maken we ons altijd vast aan de life lines, sterke banden die van voor tot achter over beide kanten door het gangboord naar het voordek lopen. Als je de kuip uitgaat maak je je vast met een lijn van je harnas of tuigje zodat je hooguit langs de boot komt te hangen maar niet los in het water. Verder gaan wij de kuip niet uit als de ander er niet bij is.

Enfin, zo lieten we ons geriefelijk voortsleuren door de Parasailor terwijl de stuurautomaat al het stuurwerk deed en wij alleen maar hoefden te genieten. Uitkijk werd gehouden door de AIS, dat is een systeem van schip naar schip berichten waarbij de positie en de koers wordt doorgegeven. Als de AIS computer ziet dat er een schip onze kant op komt zet hij op het navigaatiesysteem een symbool waar de boot ten opzichte van ons is. Zo kunnen wij besluiten al dan niet uit te wijken.  Heel handig want alle grote schepen moeten zo’n ding hebben.

Op de oceaan hebben wij erg weilnig dieren gezien, een enkel dolfijntje, wel twee ‘slome duikelaars’ zoals we ze noemen; langzame dolfijnen waarvan we inmiddels weten dat het een kleine walvissoort is, maar zo schuw dat niemand iets van ze weet. Wel zagen we vliegende vissen als schichten over de golven schieten, soms zigzaggend en altijd met een plons in een golf verdwijnend. Iedere ochtend liepen we een rondje over het schip om de overleden vliegende vissen uit het gangboord in zee te kieperen. Er zijn mensen die ze opeten. At is zelfs een op zijn been keer geraakt door zo’n vis. Hij schrok zich een hoedje. Je kunt ze ook tegen je hoofd krijgen als je buiten zit. Maar je wil niet de hele reis binnen doorbrengen dus dat risico loop je gewoon.

Het was aan het eind van de middag op 27 februari dat wolken zich boven onze hoofden samenpakten, Uit een regenbui kwam een hoop wind maar wij dachten, ach, het zal zo’n vaart niet lopen, op de weerkaart die we hadden binnengehaald met onze SSB radio stond een verwachting van 15 knopen wind in de nacht (4 Beaufort) dus we lieten de Parasailor staan. Maar het ging steeds maar harden waaien, enorme golven bouwen in korte tijd op en het was pikdonker geworden. Het schip ging sneller en sneller, eerst 9 knopen, dan 10, 11 en zelfs 12 knopen! We hadden 28 tot 30 knopen wind (windkracht 7). Het water siste en bruiste om ons heen maar we zagen helemaal niets. Wolken hielden zelfs het llicht van de sterren tegen en de maan was in zijn  laatste kwartier dus het was zwart om ons heen.

Als je je zeil wilt behouden, dat eigenlijk geschikt is tot 25 knopen, moet je proberen er zo min mogelijk wind in te hebben en dat doe je door precies met de wind mee te varen. Omdat het dek nat was, het zo donker was en enorme golven aan het stoeien waren met de boot vonden we het onverantwoord om ons uit te kuip te wagen dus het zeil strijken was geen optie. We moesten dus wel een heel stuk de verkeerde kant op varen, naar het zuidwesten in plaats van het noord westen. Ongeveer 60 mijl voeren we de verkeerde kant op. Pas toen het licht was geworden en de wind afnam tot 24 knopen hebben we met z’n tweeen het zeil in bedwang gekregen en opgeborgen. De genua en het grootzeil gingen gereefd (verkleind) de boot weer netjes naar het noorden brengen. He he, de stress was er af. Gelukkig bleef de Parasailor heel (het is nogal duur) en kunnen we er nog veel plezier aan beleven. Die dag nam de wind weer flink toe terwijl wij met de wind en de enorme golven dwars van opzij probeerden weer naar het noorden te komen. Anders waren we zo in Brits Guyana of in de Orinocorivier terecht gekomen! Het vreemde is dat Mauyva, die de hele tijd eigenlijk al voorbeeldig vaart, op deze ongemakkelijke koers erg rustig in het water ligt. Je ziet enorme golven van opzij op je af komen, dan denk je; nou, dat zal me een zwieper worden, maar er gebeurt helemaal niets!  Ze blijft keurig rechtop varen, glijdt misschien even met het kontje een stukje naar beneden, maar er is verder niets aan de hand. Ongeloofelijk. We hebben op deze reis echt nog veel meer waardering voor Mauyva gekregen. Ze zeilt altijd bijna rechtop, tussen de 5 en 15 graden helling, ook als ze een sleurzeil aan de zijkant heeft hangen. Super.

En dan, op de 28e: Land in Zicht!! Tobago doemt op aan de horizon en die zelfde dag om 12 uur laten we het anker zakken op de bodem van Man of War (Engels oorlogsschip) Bay bij het dorpje Charlotteville. Naast ons was het strandje te zien van Pirates Bay. Een prachtig stil strandje, dat meteen overgaan in tropisch woud, op een eiland dat  niet vergeven is van de toeristen, waar de bewoners zelf het straatbeeld uitmaken. Langs het strand van het dorp staan hokjes waarin mensen een bedrijfje runnen, een eettentje, een internetplek plus wasserij, een miniatuur ‘supermarktje’ of een benzienestationnetje.

De overtocht in cijfers

in Zeemijlen

De rechte lijn afstand was 2700 mijl  (een mijl is 1.852 kilometer)

We hebben totaal 2973 mijl afgelegd.

We hebben daar 430 uur over gedaan, namelijk 18 dagen, dag 1 van 1800 uur tot 16 uur op de laatste dag in UT tijd.

De gemiddelde snelheid is daarmee 6,9 knopen en dat is heel hard als je bedenkt dat het niet altijd hard waait.

Gemiddeld per etmaal 165 mijl.

in Kilometers

Afgelegd totaal 5506 kilometer

We hebben daar 430 uur over gedaan, namelijk 18 dagen, dag 1 van 1800 uur tot 16 uur op de laatste dag in UT tijd. Op een grote oversteek houd je een tijdklok aan.

(In Tobago is het 4 uur vroeger dan op de 0-meridiaan Universal Time, in Nederland is het 1 uur later.)

Dat is gemiddeld 12,58 kilometer per uur, het tempo waarin je rustig fietst.

Per etmaal ruim 300 kilometer.

Per etmaal om 12 uur ’s middags hebben we opgeschreven hoe groot de afstand was, dit is de lijst:

1e etmaal (van 18 uur) 104 mijl   er was weinig wind

2               156

3               153

4               157

5               168

6               183      we hadden veel wind en voeren bijna halve wind

7               158

8               153      vrijwel al het verse eten is bedorven

9               160      de parasailor wordt uitgeboomd gebruikt

10            148

11            163

12            158

13            188

14            188

15            163      At wordt getroffen door een vliegende vis

16            154

17            193      de parasailor blijft per ongeluk staan

18            191      we varen met 25 – 27 knopen wind dwars op de golven

Charlotteville, Tobago

Heerlijk is het in die baai, er liggen maar vijf boten, ver uit elkaar. We worden omringd door bergen met regenwoud erop. En de voertaal hier is engels, dus dat we niet zo hard spaans hebben gestudeerd als de bedoeling was is niet heel erg.

De mensen zijn allemaal heel vriendelijk, ze zijn de zeilers wel gewend. Verder zijn er wat huisjes die aan westerlingen worden verhuurd, de rest van de mensen is zwart, deels met rastahaar. In elegante visbootjes, met aan weeszijden lange hengels die als sprietantennes op een insect uitsteken, gaan ze de zee op en halen daar grote tonijnen, dolfijnvissen en marlijnen uit, naast een hoop klein grut.

Als At meegaat met een visboot vangt hij niets en dat is een uitzondering.

In het midden van de foto zie je een mooi gebouw met varanda, dat was ons restaurantje. Buiten eten, lokale gerechten.

 

Rock and Roll

“You will roll” waarschuwde de pilot van de Cariebische eilanden bij het hoofdstukje over ankeren. ’s Nachts is de wind vrijwel weg en gaat het schip inderdaad vreselijk liggen rollen. In bed is dat een ramp want hoe je ook ligt, op je rug, dan schuif je heen en weer over je vel, op je zij beweegt je onderlichaam anders dan je bovnelichaam en dat wiebelt in de onderrug. Uit wanhoop waren we maar weer ieder in een apart bed dwars gaan liggen en ik werd de volgende dag wakker met een vreselijke rugpijn. Ik dacht: daar gaat mijn reis, ik wil naar huis of ik moet dit probleem nu oplossen.

Het werd optie B: we hebben een Sea Breake, een stopzak om achter je schip te hangen als je gesleept wordt bijvoorbeeld, zodat je niet tegen je sleper aanbotst, of om af te remmen als je te hard van de golven afsurft. Die stopzak hebben we aan het eind van de giek gehangen in het water, verzwaard met wat kilo’s duiklood en de volgende nacht hebben we heerlijk, in een bed, geslapen.

Je zou denken dat je onderweg in de golven van de oceaan ook dit probleem zou hebben, maar onder het zeilen heb je winddruk naar een kant van de boot. Onze bedden zijn aan de zijkanten dicht dus je kunt er niet uit vallen. Aan de lage kant van het bed leg je kussens neer, je vlijt je er tegenaan en je ligt prima vast. Dan is slapen geen probleem.

Met een auto met gids gaan we een dag het eiland rond. Aan de noordkust is de ene na de andere prachtige baai met namen als Bloody Bay en Englishmans Bay. De engelsen zijn de laatste heersers geweest op het eiland, na de gebruikelijke machtswisselingen tussen de spanjaarden, hollanders, fransen en britten.  Nu is Tobago samen met Trinidad een onafhankelijk land. De Tobagohoofdstad Scarborough is niet erg interessant, wel bezoeken we het King George Fort dat de stad bewaakt heeft en waarin een museum is met oude kaarten, artefacten van de oorspronkelijke bewoners, de arwac indianen en wat koloniale spullen.

Ook rijden we een stukje door het regenwoud op de bergrug, het oudste natuurreservaat ter wereld. De zuidkust is echt een atlantische kust met ruige zee en stromingen die de strandjes daar ongeschikt maken om te zwemmen. Maar ook daar zijn baaien, zoals King Bay, met een prachtig strand en daar zou je ook prima kunnen ankeren, wat een enorm superjacht dan ook doet.

De dorpen/stadjes die we tegen komen zijn nogal lelijk eerlijk gezegd, eigenlijk is alleen Charlotteville echt mooi om te zien.

Op 4 maart in de avond vertrekken we naar Trinidad om onze vrienden Pim en Paula van de Panoramix (www.panoramixopzee.nl) op te zoeken en samen naar de grote en beroemde carnavalsoptocht te gaan. De ochtend van de 5e komen we aan in de haven Crews Inn bij Chaguaracas aan de noord westpunt van het eiland. We zien dolfijnen als we tussen eilandjes tegen een harde stroom in varen naar de enorma baai van Trinidad.

We liggen nu in een luxe jachthaven met hotel en zwembad, alle voorzieningen voor het goede leven. Het is soms nogal warm hier, dik boven de 30 graden, dus dat zwembad komt van pas.

Hier houden we het wel een paar weken uit; morgen de optocht en dan een visum aanvragen voor de USA.

Beatrijs

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie