Panama tot Azoren

De relatief smalle strook land die de Stille oceaan van de Atlantische oceaan scheidt is sinds de 16e eeuw een doorn in het oog van de Europeanen, die goud en zilver aan het stelen waren in Peru. Stel het je maar voor. De prachtigste voorwerpen van de indianen werden omgesmolten tot broodjes goud en zilver. Met schepen vervoerden ze die ze tot aan het smalste punt van de landbrug waar nu Panama ligt. Dan moest dat goud en zilver in manden op de ruggen van ezeltjes en dan ging het in een 80 kilometer lange tocht met reserve-ezeltjes, soldaten en ezelmenners over een smal pad, over bergen, door moerassen helemaal tot de oever aan de Caribische zee. Ondertussen stierven de soldaten aan malaria, gele koorts, slangenbeten, infecties en boze indianen.

Aan de Caribische zee waren twee grote overslagplaatsen met enorme versterkte goudpakhuizen: Portobelo, dat inderdaad in een prachtige baai ligt, en Colon.Van daaruit ging het edelmetaal per schip naar Europa als het niet onderweg gestolen werd.

Bij Colon  loopt de rivier de Chagres en die maakte dat hier de beste plaats was om een doorsteek te graven naar de andere oceaan. Al in 1534 schreef Karel de Grote een brief aan de gouverneur van dat gebied dat er een offerte moest komen voor het graven van een dergelijk kanaal. Alle Europese landen die probeerden te profiteren van een dergelijk kanaal waren het er al snel over eens dat het een kanaal moest worden dat neutraal was, voor iedereen beschikbaar.

Het zou nog tot 1855 duren voordat er een spoorweg was aangelegd van Colon aan de ene kant naar de Panama stad aan de andere oceaan. In 1880 beginnen de Fransen met het graafwerk. 17.000 werkers worden van de eilanden in de Caribische zee gehaald om het werk te doen. In Europa kocht men aandelen. De aarde van Panama is echter fragiel, als je de jungle weg kapt en de regentijd breekt aan in mei, dan spoelt de bodem weg en alles wat was uitgegraven is loopt weer vol. Bovendien stierven de werkers in de regentijd net als de mensen van de ezeltjestreinen, aan malaria en gele koorts, knokkelkoorts en andere ellende. Hoewel de lijken van de werkers werden gepekeld en in tonnen werden verkocht aan de Europese medische faculteiten, mocht ook dat een faillissement niet voorkomen.

De Amerikanen namen het over van de Fransen. In 1904 begonnen ze met het bestrijden van gele koorts en malaria. Toen pas kon er met succes gegraven worden. De Chagres werd afgedamd zodat er een groot meer ontstond. Aan weerszijden werden drie sluizen aangelegd die de schepen 26 meter optillen naar het meer en aan de andere kant weer laten zakken. In 1914 voer het eerste schip van de Atlantische oceaan naar de Stille oceaan. Hiermee besparen de schepen een weken lange tocht om Zuid Amerika heen. Dus het Panamakanaal kan enorme bedragen vragen voor de doorvaart en dat doen ze ook.

Maar dit terzijde. Wij hangen een briefje op in de marina van Shelter Bay: “twee line handlers bieden zich aan om mee te varen door het kanaal”. Je moet namelijk naast een stuurman vier mensen aan boord hebben die de touwen aanpakken van de sluismannen. Het lukt. Met een fransman en zijn vrienden vertrekken we ’s middags, volgens het schema van de sluiswachter. Met drie jachten aan elkaar gebonden varen we de eerste enorme sluiskamer, kolk, in.

Een kolk van de sluis.

Een kolk van de sluis. Rechts op de muur zie je een treintje.

Vanaf de beide kanten, tien meter boven ons, en zes meter naast ons worden dunne touwen met een bal aan het eind geworpen naar de vier line handlers; twee op ons schip en twee op het derde schip. Aan de touw maken we de lijnen van het schip vast. Die worden omhoog getrokken en vastgemaakt op de kant. Miljoenen liters water uit het kunstmatige meer vullen de kolk en ik moet de lijn inhalen op een lier om  mede te zorgen dat de drie schepen in het midden blijven liggen. In de sluis naast ons zien we een enorm schip langzaam naar beneden zakken. Vier treintjes op de sluismuren houden de grote schepen van de kant af: die hebben een ruimte van maar  een halve meter aan weerszijden! Na te zijn gestegen in drie sluizen achterelkaar is het donker geworden. We gaan voor anker op het Gatunmeer en een heerlijke maaltijd wordt geserveerd. Dan gaat iedereen te kooi om de volgende morgen vroeg de lange reis over het meer af te leggen. Dan met de sluizen naar beneden en we zijn in de Pacific!

Als we voor anker liggen voor de lunch springt de kapitein over boord om even te gaan zwemmen, zoals hij dat gewend is. Een verschrikt gezicht komt weer boven: in plaats van de 30 graden die we gewend zijn, is het water hier maar 20 graden! Koud!

We nemen een hotel in Panama stad, een beetje een vervallen vieze stad maar wel met aardige stukken erin met moderne hoogbouw en luxe appartementen. We gaan met een taxi naar de oude stad, lopen wordt afgeraden. Er is niet veel aan. We bezoeken het Panamakanaal Visitors Center bij de Miraflores sluizen. Erg interessant. Op het internet lees je meer over het Panamakanaal, daar kun je ook zien dat er hard wordt gegraven aan een nog veel grotere sluis.

Panama is een geweldig natuurgebied, vol dieren en exotische planten. De haven waarin we liggen is Shelter Bay. Het is een verzamelplaats van schepen die nog door het kanaal gaan of juist uit de Pacific komen. Het is er bedrijvig en gezellig, sommige mensen maken hun boot klaar voor de Pacific: karren vol eten en drinken worden aangesleept en reserveonderdelen worden besteld. Noodzakelijke reparaties kunnen nu nog worden gedaan, daarna zal het maanden duren voordat er weer een goede werf voor handen is.

We ontmoeten aardige Nederlanders, zoals Cees de Ria, die organische groenten kweken in Maasland. Pim en Paula zijn er ook. Met ons zessen spelen we Perudo, ons lievelings spel waarmee we al veel zeilers hebben aangestoken. Van Ria leren Paula en ik van kraaltjes 3D-beesten te maken. Ria wordt door Paula en mij aangestoken met het beestenbrei-virus.

In de Jedi, een prachtige zeilboot, een boot die wij al heel lang als favoriet hebben aangemerkt: de Sundear, ontwikkeld door de Dashews, treffen we het Rotterdamse stel Nic en José aan. Het zijn dertigers die al met pensioen zijn na de verkoop van hun internetbedrijf. We doen een grappige ontdekking. Ik ben een verzamelaar van ‘handige dingen’ in de keuken en voor het schip en voor de naaimachine bijvoorbeeld. Nu blijkt dat zij precies dezelfde verzameling handige dingen hebben. Steeds meer halen ze –letterlijk- uit de kast om te controleren of ik die ook heb. Het is erg grappig; José pakt bijvoorbeeld een opvouwbaar vergiet en dan zie je Paula bevestigend knikken: ja, dat hebben ze ook. En dit slimme lepeltje? Ja hoor. Deze siliconen bakmat? Inderdaad.

Brulaap, fotografie: José

Brulaap, fotografie: José

Nic en José zijn fervent fotografen en hebben de prachtigste lenzen. Ze zijn gespecialiseerd in dieren, vooral vogels. Samen met José trek ik een paar keer de jungle in, die bevindt zich rondom de marina dus je loopt er zo in. We horen brulapen roepen en gaan naar ze op zoek. Ja hoor, daar is een hele groep. Ze zitten ons te blijken vanaf een tak. We kunnen vlak onder ze komen en moeten oppassen dat ze niet op ons plassen. Ik laat de foto’s zien die José heeft gemaakt, die zijn mooier dan die van mij. Een andere dag gaan we op spinnenjacht. Bij een verlaten Amerikaanse bunker, het hele gebied rond het Panamakanaal is namelijk lange tijd Amerikaans

Bananenspin. Fotografie: José

Bananenspin. Fotografie: José

grondgebied geweest, wonen bananenspinnen. Ze zijn erg mooi en giftig. Voorzichtig zijn dus. Ook hier heeft José een prachtige foto gemaakt en die laat ik hierbij zien.

At is ondertussen de kuip aan het afkrabben, schuren, plamuren en schilderen. Met moeite verlaten we Panama. Nu moeten we een stuk hoog aan de wind varen, schuin tegen de passaat in. Panama ligt eigenlijk in een soort fuik: je komt er makkelijk in maar eruit is een probleem. Hoe ze dat vroeger deze met ie schepen die niet tegen de wind in kunnen varen is mij een raadsel. We zouden eerst naar Guatemala gaan, waar Pim en Paula hun boot achterlaten voor de zomer, als ze naar Nederland gaan. In het najaar komen ze terug en varen rond in de Carieb. Een goed idee, er zijn meer mensen die dat zo doen. Maar Nic heeft ons verteld over hun vrienden die voor anker lagen bij een haven en van wie de keel is doorgesneden door een stel rovers. Er zou erg veel geweld zijn in Guatemala. Wij besluiten om daarin geen enkel risico te lopen en besluiten de steven te wenden naar de Cayman eilanden, 1000 mijl naar het noorden. De oversteek begint zwaar, we varen hoog aan de wind en er zijn vervelende golven. Het is vermoeiend en ik werd er zeeziek van. Na drie dagen ben je dan wel weer ingeslingerd en kun je weer lezen, koken en andere dingen doen maar vermoeiend blijft het. De laatste dag was prachtig, een lekker windje blies ons naar die heerlijke stukje Engeland.

Cayman Islands

De Cayman eilanden staan erom bekend dat je er banken hebt die jouw gegevens geheim houden. Het is er ook een echt belastingparadijs: een paar eeuwen geleen hebben de bewoners van Grand Cayman, het eiland waar wij zijn, de bemanning van een gestrand schip gered in een storm. Koning George van Engeland heeft toen het eiland voor altijd vrijgesteld van belasting. Je kunt er bijvoorbeeld een huis kopen zonder dat je ooit nog iets hoeft te betalen aan onroerend goed belasting en als je kinderen je huis erven betalen ze geen successierechten.

Lokale leguaan

Lokale leguaan bij de marina waar we onze rubberboot parkeerden als we naar het dorp gingen.

Maar als je boodschappen doet in de supermarkt betaal je je blauw want alles is geïmporteerd. Ha, eindelijk weer organische producten, heerlijk fruit, lekkere kaasjes (niet alleen maar cheddar, een soort zeepachtige Engelse kaas) en verder alles wat je hartje begeert. Wat een luxe! En op dit eiland geen criminaliteit! De beschutte ankerplaats is 6 kilometer fietsen van het dorp maar er is nog een supermarkt dichterbij.

Om de ankerplaats te bereiken moet je via een zig-zag-paadje navigeren door het beschermende rif. Een rif is altijd aan de ene kant een gevaar voor je schip en aan de andere kant een geweldige bescherming tegen de golven van de zee. Omdat Pim en Paula hier met hun diep stekende schip ook naartoe komen, verkennen we de ingang zorgvuldig. Overal zien we ruim twee meter diepte. Als we met de fiets naar het dorp gaan zien we de boot van Cees en Ria bokkensprongen maken, ankerend op de rede van George Town, waar je je moet melden bij de douane bij aankomst. Niet alleen staan er grote golven door de wind, er varen ook snelle boten af en aan naar de zes enorme cruiseschepen die, hoog boven het eiland uit torenend voor anker liggen bij het dorp. We kunnen ze met de handmarifoon niet bereiken. Dus heb ik op de oever een plek gezocht zo dicht mogelijk bij de Mariële en dan hard op mijn vingers gefloten. Ze horen het. Met de dinghy komt Cees mij ophalen. Ik vraag waarom ze niet naar de ankerplek komen. “Wij durven niet door het rif, we steken 2,30 meter diep.” zegt Cees. Ik vertel dat wij een route weten, wijs hem aan op de kaartplotter. Hij heeft liever dat we dan meevaren, dus de volgende dag mag ik loods spelen. Het gaat gelukkig allemaal goed en het wordt al gezelliger op de bijna lege ankerplaats. Als later Pim en Paula ook komen zijn we weer met zes en doen we gezellige dingen samen, zoals met onze boot, die 1,10 m kan zijn, naar Sting Ray City, een plaats waar vanouds een grote groep mantaroggen gevoerd worden, eerst door visafval van de vissers en nu door toeroperators. Het is geweldig om te zien hoe die beesten zich laten aaien en knuffelen. Maar het blijft oppassen voor die gevaarlijke stekels op hun staart. We hebben allemaal onze fietsen meegenomen dus we kunnen ook uit fietsen gaan.

Unieke blauwe leguaan.

Unieke blauwe leguaan.

Later maken we moet Pim en Paula een trip over het eiland met een huurauto.  We  bezichtigen de blauwe leguanen, uniek voor dit eilandje. We zwemmen met tarpons, de grote zilveren roofvissen, die onder een huisje boven zee rondhangen. We kunnen ze bijna aanraken. Er zwemmen daar ook kabeljauwen en platvissen.

Een poging om de beroemde duikmuur van Grand Cayman te zien valt in het water, onder meer door veel te hoge golven. De eilanden rijzen stijl op uit zee, op een paar kilometer uit de kust is het 7 kilometer diep! Er is altijd veel vis, veel koraal en mooie rifhaaien. Jammer dus.

Als iedereen weg is ga ik aan het werk: ik maak onze zithoek opnieuw. Er liggen alleen wat OLYMPUS DIGITAL CAMERAin stof verpakte stukken schuimrubber, een rugleuning is er niet. Nu is er een fijne zitting en er is een rugleuning. Het is veel werk maar dit is de eerste plek waar je goed schuimrubber kunt krijgen.

Cuba

En als je vanuit de Caymaneilanden pal noord vaart ben je zo in Cuba. Dus wij naar Cienfuegos, waar we alweer Cees en Ria aantroffen. Een communistisch land is tegenwoordig een bezienswaardigheid. Het is erg triest om te zien dat de mensen

Mooie maar vooral oude auto's.

Mooie maar vooral oude auto’s.

niets hebben, anderzijds hebben ze wel allemaal goede kleding aan. De huizen verkruimelen allemaal want ze zijn van ‘niemand’ en er is ook niemand die geld heeft voor onderhoud. De collectieve boerderijen functioneren wel, je ziet overal landbouw, voornamelijk wordt er suikerriet geteeld. We kregen onderweg naar Havana een stukje suikerriet bij de koffie: het is heerlijk sappig en mierzoet maar op een of andere manier ook verfrissend. De snelweg waarover we reden naar Havana was vrijwel leeg. Er is geen benzine, er is geen geld voor benzine en er zijn bijna geen nieuwe auto’s. Voor ons westerlingen is dat erg leuk. De grote attractie van Havana is het enorme arsenaal Amerikaanse auto’s van voor de coup in 1959. Sommige auto’s zijn op sterven na dood maar andere zijn perfect opgeknapt en glimmen alsof ze nieuw zijn.

Of mooi opgeknapt.

Of mooi opgeknapt.

Verder is Havana een en al nostalgie: het is ooit zo mooi geweest, het was er chique, sexy en rijk. Althans voor de Amerikanen.

Er waren schitterende panden met zuilenrijen voor de gevel en enorme tuinen. In de binnenstad zijn nog een paar van die luxe hotels in bedrijf, zoals hotel Ingles, waar ons favorite terras was.

En het hotel waar de schrijver Ernest Hemingway verbleef als hij niet in zijn Cubaanse villa was

In Havana is het Hemingway voor en Hemingway na. Het is de ennige Amerikaan die door de Cubanen echt wordt gewaardeerd.

In Havana is het Hemingway voor en Hemingway na. Het is de enige Amerikaan die door de Cubanen wordt gewaardeerd.

waar hij lange tijd gewoond heeft als fel voorstander van de Cubaanse revolutie. Cubanen houden van Hemingway, aan de rest van de amerikanen hebben ze een grondige hekel. (Behalve dan dat ze eigenlijk liefst zelf in in de VS zouden willen wonen en rijk worden.) Hemingway wist natuurlijk niet dat Cuba een vazalstaat van Rusland zou worden.

Maar er zijn ook auto's van na 1959 ...

Maar er zijn ook auto’s van na 1959 …

Logeren doe je op Cuba bij de mensen thuis, er is een overheidsorganisatie die Casa Particular heet en waarbij je je kunt aansluiten. Dan komen er toeristen bij je thuis logeren. Wij sliepen bij een mevrouw in huis in een nette flat op de Prada, de mooie wandelboulevard die nog in tact is. De panden er omheen zijn tot ruïnes geworden. Onze flat ligt op de 7e verdieping. We zien uit over de Prada maar ook over de zee en over de daken van de verkruimelde panden. Op de daken zijn krotten gebouwd en daarin wonen veel mensen en honden die dag en nacht blaffen. In het centrum is een wijk waar wel veel panden zijn opgeknapt: daar waar de cruiseschepen aanmeren. Zijn die toch ergens goed voor.

In het fortmuseum van Havana leren we hoe Piet Hein die zilvervloot op de kop heeft getikt: Op een maanloze nacht liet hij roeiboten de haven in varen, de bewakers van de vloot overmeesteren en geruisloos liet hij de schepen de haven uit slepen door de roeiers. De volgende morgen was iedereen stomverbaasd dat de schepen weg waren.

In het fortmuseum van Havana leren we hoe Piet Hein die zilvervloot op de kop heeft getikt: Op een maanloze nacht liet hij roeiboten de haven in varen, de bewakers van de vloot overmeesteren en geruisloos liet hij de schepen de haven uit slepen door de roeiers. De volgende morgen was iedereen stomverbaasd dat de schepen weg waren.

De mensen willen erg graag wat verdienen, bijvoorbeeld met een fietsriksha. We rijden met een bus rond in de stad en komen zo op het grote plein waar Fidel Castro zijn toespraken houdt. De regeringsgebouwen zijn versierd met afbeeldingen van Fidel, Che Guevara, dat is de beroemde man met de alpinopet met ster erop die mensen van onze generatie, ik dus ook, op een poster aan de muur van hun tienerkamer hadden hangen. Wisten we veel dat het een moordenaar was.

Revolutionaire lectuur is nog altijd populair hier op Cuba.

Revolutionaire lectuur is nog altijd populair hier op Cuba.

Che domineert het straatbeeld nu nog steeds, hij is gestorven in 1969 en heeft daarna een mythische status gekregen op Cuba. Je moet ook geen grapjes maken over Fidel bijvoorbeeld want de mensen houden oprecht van die man en maken zich ernstig zorgen over zijn gezondheid.

De Cubanen vinden het echt leuk om met buitenlanders te praten. Ze weten allemaal waar Amsterdam ligt, dat het de hoofdstad is van Nederland en iedereen zou er graag eens een kijkje nemen. Wat een leuke mensen hier.

Che Guevara is nog steeds het grote voorbeeld.

Che Guevara is nog steeds het grote voorbeeld bijvoorbeeld met een fietsriksha.

Ankerplaats van Cayo Grande. Wat een paradijsje!

Ankerplaats van Cayo Grande. Wat een paradijsje!

Na nog een paar dagen in Cienfuegos vertrokken we naar Cayo Grande, een verweneiland waar alleen maar grote toeristenhotels staan en mooie stranden zijn. Wat is de zee daar prachtig zeg, een heerlijke ankerplaats is er. Cubanen worden er in ploegen heen gebracht om er 10 dagen lang te werken in de hotels en winkeltjes, daarna worden ze afgelost. Er wonen dus geen cubanen. Toevallig blijkt dat er de wereldkampioenschappen onderwaterfotografie worden gehouden. Dus eigenlijk een sport gecombineerd met kunst. Een beetje vreemde combinatie. De fotograaf gaat met een assistent naar een aangewezen plek op een rif en moet daar binnen een thema, bijvoorbeeld ‘close-up’ of ‘groothoeklens’, zijn of haar foto maken. In een paar dagen worden tien categorieën afgewerkt. Slechts 18 landen doen mee, meestal winnen Spanje en Italië. De Nederlanders, die met twee fotografen meedoen, winnen zilver in een categorie en zijn dol van blijdschap. Er is nauwelijks sprake van pers, er is alleen een oud docent van de School voor de Journalistiek, waar ik gestudeerd heb. Hij schrijft voor de onderwaterpers. Ik heb dus aangeboden een algemeen artikeltje voor de kranten in Nederland te schrijven en was daarmee betrokken bij het hele gebeuren.

Mijn eigen onderwaterfoto.

Mijn eigen onderwaterfoto.

At is een week naar Nederland gegaan omdat zijn broer Joop op sterven lag. Heel verdrietig, maar hij leeft gelukkig nog steeds. Veel gezondheid wensen we je Joop!

In het prachtig heldere water ligt een chonchschelp met zijn bewoner er nog in. We hebben hem netjes teruggelegd en niet opgegeten.

In het prachtig heldere water ligt een chonchschelp met zijn bewoner er nog in. We hebben hem netjes teruggelegd en niet opgegeten.

Maar ik was alleen op Cayo Largo en vond het wat gezellig met een hele ploeg samen te eten en te kletsen ’s avonds. En dan was er nog de prijsuitreiking en het eindfeest. Ondertussen kwam op de ankerplaats de catamaran Outlandish, van de amerikanen Matt en Renee, die hier al drie jaar komen. Dat is bijzonder want de meeste amerikanen willen of durven hier niet te komen. Als de douane in de VS er achter komt dat ze in Cuba waren, worden ze ervan beschuldigd dat ze ‘handelsbetrekkingen met de vijand’ zijn aangegaan en dat is strafbaar. Maar de Cubanen zetten geen stempel in je paspoort dus je hoeft nergens bang voor te zijn.

Deze manden heb ik zelf gevlochten van palmbladeren.

Deze manden heb ik zelf gevlochten van palmbladeren en heb versierd met schelpjes.

Renee en Matt hebben een grote invloed op de Mauyva: ze hebben een goed systeem bedacht om de koeling in te richten, op een boot is een koeling meestal een groot diep gat in het aanrecht en het is een ramp er iets uit te pakken of er iets in te vinden. Zij hebben plastic mandjes die over railtjes schuiven en die je er zo uit kunt pakken.  Verder hebben ze een regenkap boven hun slaapkamerluik zodat je ook met regen en wind kunt ventileren en ik leer van Renee van palmbladeren manden vlechten.

Manden in de koelkast.

Manden in de koelkast.

Jullie raden het al: we hebben gevlochten manden in de kombuis, een goed ingedeelde koelkast en ik heb een kap gemaakt voor over het slaapkamerluik.

Op weg naar Florida ankerden we met de Outlandish bij de Rosario eilanden waar we geweldig gesnorkeld hebben en duizenden vissen en koralen zagen, mooie roofvissen en zelfs een schildpad die op de bodem aan het grazen was.

We hebben een goede oversteek van twee dagen naar de Dry Tortuga’s bij Florida, een oud fort midden in zee, tussen de riffen. Prachtig daar, mooi snorkelen tussen paarse koralen en sponzen!

Key West is zo  mooi: oude huizen en oude bomen.

Key West is zo mooi: oude huizen en oude bomen.

Dan een tocht naar Key West waar we al eerder waren, een favorite plek van mij. Zo gezellig, mooie huizen, goede botenwinkels. Toen via Marathon, waar we ook al eens een fijne maand hebben doorgebracht, verder naar Miami, ook al zo’n prachtige stad. Wij ankeren bij South Beach, als vanouds de chique buurt met mooie art deco hotels en de fijnste winkelstraat van de States: Lincoln Road. Zoek maar op op internet.

We bezochten deze keer ook het Holocaust memorial, een indrukwekkend monument met fraai beeldhouw werk en duizenden namen van slachtoffers in graniet vereeuwigd. Het is een erg geslaagd monument dat veel goede informatie geeft en je echt naar binnen zuigt als het ware.

Het Holocaust Memorial is echt een landmark in Miami.

Het Holocaust Memorial is echt een landmark in Miami.

In Miami zelf vinden we een geweldige winkel: de Container Store, waar ze niets anders verkopen dan manden, bakken, houders, en andere zaken waar je iets in kunt doen. Hier vinden wij de ideale manden voor de koelkast, dezelfde als die van Matt en Renee.  At maakt van teakhout en epoxy rails en nu hebben we echt een fijne koelkast.

Maar we moeten door: we willen immers naar Europa terug varen en de Atlantische oceaan oversteken moet je doen in mei en begin juni. Eerder heb je nog teveel winterstormen uit het noorden en daarna begint het hurricaneseizoen met gevaarlijke stormen vanuit het zuiden. We gaan naar Fort Pierce, waar Krina en Lutz op de Spray ook naar opweg zijn. Samen gaan we oversteken. Maar eerst nog genieten van Florida en de fijne supermarkt die niet al te ver van de ankerplaats af is. We moeten inkopen doen voor de oversteek naar Bermuda, 900 zeemijl verderop. Ik ben nu altijd op zoek naar de juiste palmbomen om bladeren vanaf te halen voor mijn manden.

Samen steken we over. De Spray is veel langzamer dan wij, dus wij leren hoe je je schip langzaam laat varen en wel precies op het tempo van de Spray. Het is een interessante oefening en het is ook leuk om elkaar te zien varen want het is erg leeg op zo’n oceaan

Een week lang zien we niets dan de oceaan en de Spray van Krina en Lutz.

Een week lang zien we niets dan de oceaan en de Spray van Krina en Lutz.

hoor. Via de marifoon praten we soms met elkaar en we maken veel foto’s van elkaars schip. En Bermuda, dat eilandje dat echt helemaal alleen midden in de oceaan ligt, is erg mooi. Het is veruit het mooiste eiland dat ik aan deze zijde van de oceaan heb gezien. Meestal is er op het land niet veel te zien of het is lelijk, vol troep, wrakke huizen en vuilstort plaatsen. Bermuda is daarentegen heel Engels maar dan op zijn tropisch. Dus mooie cottage tuintjes maar met palmbomen. De wegen zijn er bochtig en mooi, de huizen goed onderhouden en in plaats dat je overal lidtekens ziet van de hurricanes zijn de huizen hier sterk gebouwd. Je ziet niet dat hier vrijwel ieder jaar een hurricane overheen dendert. De straatjes zijn gezellig, de huisjes netjes geschilderd in pasteltinten en er zijn in het kleine dorpje Saint George, waar we ankeren, wel twee

Je vraagt je wel eens af of ze zich soms vervelen op Bermuda.

Je vraagt je wel eens af of ze zich soms vervelen op Bermuda.

breiwinkels met vriendelijk dames erin. Scones kun je hier kopen, high tea drinken en de mensen hebben duidelijk een Engels accent. Vergelijk dat eens met de Cayman Eilanden waar het accent eerder Amerikaans is en de cultuur ook.

Op Bermuda zien we opeens erg veel Nederlandse boten. Ze zijn op weg naar huis, meestal omdat de kinderen weer naar school moeten na een jaar vrij of omat ze zelf weer moeten werken: het geld is op. Meestal zijn zeilers aan de west kant van de oceaan ‘ ’bejaarden’, zoals wij, maar nu zijn de meeste mensen in de dertig, of veertig en er zijn veel kinderen. We zijn allemaal druk in de weer met voorbereidingen voor het volgende grote stuk: de 3700 kilometer naar de Azoren waar je twee tot drie weken over doet met een zeilboot. Bij een oceaanoversteek houd je ook rekening met zwaar weer. Een weerbericht is redelijk goed tot over over een dag of vijf. Je kunt dus te maken krijgen met een storm en het schip moet tiptop in orde zijn, er moet genoeg eten.

Bermuda is een naam die de meeste mensen kennen van de bermuda broek. Maar wat dat

Een Bermudakantoorklerk trekt een nette korte broek aan met kniekousen en gepoetste nette schoenen.

Een Bermuda-kantoorklerk.

echt is weet bijna niemand! Je lacht je rot als je de echte bermudabroek ziet. Het is namelijk een broek voor bij een mannenpak maar dan kort, tot net boven de knie. En daar onder dragen ze dan zwarte kniekousen en gepoetste zwart nette schoenen, tussendoor bleke, harige knieën. Het is een dracht voor naar kantoor. Echt grappig. Hierbij een foto die ik nam in Hamilton, het hoofddorp.

We ankerden samen met Krina en Lutz en de Abel. De bewoners van de Abel hebben we leren kennen in Bermuda. Ze hebben een aluminium boot, een beetje zoals die van ons maar dan wat kleiner. Ze zijn allebei huisarts en heel aardige mensen, ze houden ook van Perudo spelen. Fijn voor Krina en Lutz, die absoluut verslaafd zijn. Dus iedere avond van zeven tot negen speelden we samen. Soms aten we ook met z’n zessen.

Kaart van de oceaan met daarop de namen en posities van de boten in het radionet.

Kaart van de oceaan met daarop de namen en posities van de boten in het radionet. Het muntje bij de muizen ligt op Bermuda, da munt rechts is Horta met reeds aangekomen boten.

Op weg naar de Azoren heb ik ons schip aangemeld op het korte golf radionetje van een groep Nederlandse boten. Ik heb me meteen opgegeven als presentator. Wij zaten toen midden op het traject van bijna 4000 kilometer, terwijl de initiatiefnemers alweer bijna in de havenplaats Horta, waren aangekomen. Het bleek erg leuk om te doen. Een voor een roep je de aangemelde boten op en vraagt hun positie in noorderbreedte en westerlengte, dan de afgelegde dagafstand en of ze verder nog iets te melden hebben. Sommigen hebben dan dolfijnen gezien, of walvissen, iemand heeft zelfs in een hele school orka’s gelegen! Wij zagen trouwens maar een enkele walvis, een vinvis. Zie foto.

De kop van een vinvis, hij zwemt van links naar rechts.

De kop van een vinvis, hij zwemt van links naar rechts.

Toen de tropische storm Andrea vanuit het zuiden en de VS naar ons toe kwam en een echte storm zou worden, heb ik aan het net een weerpraatje toegevoegd. De boot de Vrijheid, die wij op het net tegen kwamen en al kenden vanuit de Canarische eilanden, heeft aan boord Erik die veel met het weer bezig is. Hij werd onze weerman. En zo hebben we het heel leuk gehad op de oceaan. We konden de storm vermijden door wat zuidelijker te gaan varen. Op de oceaan heb je alle ruimte om uit te wijken.  Op de foto zie je een zeekaart van de Atlantische oceaan met op de papiertjes de namen van de boten op hun positie.

Op de marina van Horta is het gebruikelijk dat de bemanning van alle schepen een straatschildering achterlaat. Die van Mauyva is er nog niet.

Op de marina van Horta is het gebruikelijk dat de bemanning van alle schepen een straatschildering achterlaat. Die van Mauyva is er nog niet.

En zo zijn we in twee weken naar Horta gevaren waar we welkom werden geheten met een borrel door de boten van het radionet die er al waren. En steeds komen er meer van ons binnen. De Spray (met motorpech) met Krina en Lutz, en de Abel met Casper en Geertje, die ook op windstille dagen bij de Spray zijn gebleven, zijn pas aangekomen.

We hangen nog wat rond op deze heerlijke plek, bezoeken later nog een ander eiland van de Azoren, dan steken we over naar de zuidkust van Portugal, een kleine 2000 kilometer die we in een week zullen afleggen, en dan zijn we weer vlak bij huis, voor ons gevoel dan.

Advertenties

Over beatrijsvw

Sailor, internet marketer, money maker online
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

2 reacties op Panama tot Azoren

  1. Bastiaan Bosch zegt:

    Wat een avonturen weer ! 🙂
    Bastiaan

  2. Chris zegt:

    Geweldig leuk om te lezen weer! Wat een levenservaringen. Koelkast ook grote verbetering!! Zijn jullie straks maar op een paar uur afstand van ons en/of andersom!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s