DR, PR, maagden, ABC

Een code lijkt het wel. Vanaf het extreem prachtige en blauwe Sand Island staken we in een krappe 21 uur over naar de noordkust van de Dominicaanse Republiek: de DR (Amerikaanse uitspraak: Die Ar) geheten. Deze republiek ligt samen met het geruïneerde Haïtiop het eiland Hispaniola. Wij verwenden onszelf met de mooie, luxe nieuwe Ocean World Marina die een terrein deelt met een zeezoogdieren park.

Van de DR hebben we niet genoeg gezien om er een oordeel over te kunnen hebben. We namen een busje om Puerto Plata (zilverhaven) te bezoeken. Deze stad heeft een fort dat de haven bewaakt. De haven is industriegebied en er loopt een vuile rivier in die het water smerig maakt. De stad zelf is niet veilig of aantrekkelijk voor bezoekers. De foto hiernaast geeft geen representatief beeld.We namen een gids in de arm voor een wandeling naar het fortje en om met de kabelbaan de berg op te gaan voor

Uitzicht over Puerto Plata

een mooi uitzicht.

We kijken naar het sigarenbouwen.

Het busje naar Puerto Plata werd steeds voller.

In de DR zagen we voor het eerst sinds lange tijd bergen. De Amerikaanse oostkust is geheel vlak, Florida is zo vlak dat het land zelfs hol staat, de Florida Keys en de Bahama’s bestaan uit vlakke koraalplaten dus geen berg te zien. De DR heeft een aantal hoge bergketens die de vochtige oceaanlucht uitnodigen om wolken te vormen die zich vervolgens in de middag leegregenen om het land vruchtbaar te maken. De regen spoelt met aarde en modder uiteindelijk de zee in die daardoor troebel wordt en daarmee niet aantrekkelijk om in te zwemmen.

We bezochten het waterzoogdieren park dat shows verzorgde met de dieren. Vrolijke jonge mannen deden met veel humor ‘grappige dingen’ met de dieren, zoals schuifelen met de zeehonden en de dieren deden betrekkelijk vrolijk mee. De show met de nurse sharks, (niet vertalen met verpleegsterhaaien want dat zijn

Schuifelen met de zeehond. Op de achtergrond zie je de masten van de marina.

gevaarlijke menseneters,  nurse sharks zijn de zwarte bodemhaaien die wij hebben gezien op de Bahama’s) was interessant omdat we nu van dichtbij konden zien hoe die beesten eten: als ze een hapje kregen hoorde je een enorme smak want ze zuigen met kracht het eten naar binnen. Ze hebben een soort vacuümpomp in hun bek. Hiermee kunnen ze grote zeeslakken uit hun schelp zuigen. De haaien werden zelfs opgetild door hun trainers, toch kwamen de haaien braaf zelf aanzwemmen toen ze aan de beurt waren voor hun kunstjes.

 

 

 

Een uitstapje

Samana, aan de oostkust, was de volgende bestemming want daar liggen bijzondere eilandjes, zo hadden we gehoord van andere zeilers. Onderweg praat je met andere zeilers die het gebied kennen en vertellen wat zij mooi vonden, zo improviseer je hoe je uiteindelijk gaat varen en waar je stopt.

Samana werd het dus. Na een nachtelijke rit waarbij 20 kilometer uit de kust kakkerlakken aan boord vlogen (allemaal dood gemept) kwamen we aan in het dorp. Hier zie je overal bromfiets taxi’s en met Juan, een aardige en goedlachse vent gingen we naar de supermarkt. Hij bood ook aan naar een mooie waterval te gaan. We hadden al gehoord dat die hier was dus dat wilde ik wel. Er zijn in dit soort gebieden geen folders of toeristenbureau’s dus wij met die aardige vent mee. At had nog wat handdoeken en badkleding gehaald op de boot en een camera want je kon zeker zwemmen bij die waterval had Juan gezegd. Toen het maar verder en verder ging vroeg ik hoe ver het eigenlijk was. Nog 20 kilometer! De weg slingerde door de bergen en was niet echt comfortabel. We reden inmiddels in de wolken! Toen stopte onze bestuurder en zei: je moet straks ook nog een stukje op een paard rijden hoor! OK, we zien wel.

Een stukje waterval: ik had alleen een telelens bij me en we stonden te dicht bij.

En ja hoor, langs de weg stopten we en daar stonden twee muilezels opgezadeld. Wij erop en met twee jonge mensen ondernamen we een hachelijke tocht over knobbelige natte keien door het regenwoud. De ezelpaardjes glipten met hun hoefjes van de keien en de jongelui liepen de hele weg (ruim een half uur steile hellingen op en af) op hun kaplaarzen. Dan kom je bij een trap en loop je nog 200 meter trappen af tot je eindelijk bij een mooie kleine waterval kwam met modderig water. Nee, van zwemmen kwam er niets meer maar toch werden we doornat want, zoals je aan het woord ‘regenwoud’ al kunt zien, blijft het er nooit lang droog.

Doorweekt kwamen we bij de bromfietstaxi aan. Nu nog 25 kilometer over de weg!

Enfin, zo gaat dat in de DR. Het was een mooi avontuur dat ons nog lang zal heugen.

 Wie geen fiets of brommer heeft in deze contreien, pakt gewoon het paardje.

 

 

 

 

Dan die eilandjes bekijken die tegenover Samana in de enorme baai liggen. Ik zal de foto’s voor zich laten spreken.

 

 

 

 

 

 

 

 

De beruchte Mona Passage

Van de DR steek je over naar de PR: Puerto Rico. De zeestraat tussen de eilanden heet de Mona Passage en is berucht vanwege de windwervelingen, stromingen en woeste onweersbuien die hier de zeelui teisteren. Er zijn veel theoriën over de beste aanpak om de straat over te steken, wij kozen voor een nachtelijke noordelijke omweg om de buien heen maar in het donker belandden we toch midden in een bui met heftige winddraaiïngen. Het was niet zo erg als in de boekjes staat hoor. Ondertussen stond de passaat in het noord-oosten, hij schommelt namelijk tussen noord-oost, oost en zuid-oost. Wij wilden langs de noordkust naar de hoofdstad San Juan varen maar met een noord-ooster is er geen enkele mogelijkheid om te schuilen aan de noordkust; de enige goede haven is San Juan maar die ligt ver naar het oosten. Na beuken tegen de golven en wind in besloten we toch maar met een zuidelijke koers beschutting te zoeken voor de harde wind aan de westkust van Puerto Rico. Wat een opluchting om nu de wind en de golven mee te hebben en met een vaart de kust te zien naderen. In de loop van de ochtend kwamen we aan in Mayagues.

Plein Ponce de Leon met oude brandweerkazerne.

De PR is door Amerika gekocht, het is geen echte staat in de zin dat ze stemrecht hebben in het congres, maar ze zijn wel US grondgebied. De voertaal is Spaans (evenals in de DR) maar er zijn veel engelstaligen en, voor het eerst sinds tijden, behoorlijke supermarkten. Langs de west- en zuidkust voeren we, rustig aan, verder naar het oosten. Bij de oude Spaanse stad Ponce de Leon, genoemd naar de Spaanse ontdekkingsreiziger, gingen we voor

Hier hangt een enorm strandstuk van Mesdag!

anker. Per fiets bezochten we de stad waar een mooi kunstmuseum is met vooral religieuze schilderijen maar ook portretten door Ferdinand Bol en een enorm strandstuk van Mesdag. Ponce is rijk geworden door de teelt van koffie op de voet van  de nabijgelegen

Het museum voor oude en moderne kunst.

bergen en in de vlakte werd suikerriet gekweekt. Die tijden zijn natuurlijk voorbij. Voor ons was het fijn weer eens een ouderwets luxe Amerikaanse mall te struinen en, voor mijn verjaardag, een Samsung Galaxy Tab 10.1 te kopen zodat we weer bij de moderne mens horen.

 

 

RAT!!!!

Toen onze fietsen in de bijboot lagen en wij nog even op de wal liepen, is er een rat in de bijboot gesprongen. Onder de fietsen hield hij zich schuil om pas op de Mauyva tevoorschijn te komen. Snel deden wij alle luiken goed dicht, behalve het luik waar hij juist voor zat. Dus wij hadden een rat aan boord. Dat is een kleine ramp. De rat heeft snijtanden die blijven groeien dus hij moet knagen, Als hij een waterslang onderin het schip doorknaagt zinkt het schip binnen enkele uren. Hij moet er echt uit!

Wat we meteen deden was plakvallen zetten die naar pindakaas ruiken. De rat zet een pootje erop en blijft dan plakken. Dan volgen er steeds meer pootjes tot hij vastzit. Deze vallen hebben het grote voordeel dat niet je schip vol gif zit, dat de rat niet wordt doorgehakt en dat je weet waar je moet zoeken. Wat je vervolgens met de rat doet is dan weer de vraag. Enfin, onze rat, inmiddels Ponce de Leon geheten, trapte niet in die vallen. ’s Nachts hoorde ik zijn nageltjes krassen over de bodem. Brrrr. De volgende avond had At een ingeving. Hij heeft een groot inlevingsvermogen en de psyche van een rat heeft voor hem natuurlijk geen geheimen. “Als ik die rat was, dan had ik de eerste nacht het schip van binnen verkend en zou ik de tweede nacht het schip van buiten willen zien.” Zo besloot hij. Dus het luik waardoor de rat binnen was gekomen zette hij open en ieder kwartier inspecteerde hij het dek. En ja hoor, de rat liep om 11 uur over het dek. Snel het luik weer dicht. De rat bleek de weg al goed te kennen want hij rende naar de andere kant van de boot, liet zich in de kuip vallen en glipte door het beluchtingsgat onderin de gaskast naar binnen. We deden het gat dicht, de klep open en de jacht kon beginnen. Jammer dat zo’n rat van die lieve oogjes heeft en van die schattige tere rose oortjes, hij moest het afleggen tegen At. Nee, geen foto. Andere mensen hebben wel eens de rat naar het land gebracht met hun bootje  maar de rat zwom net zo hard weer terug naar de boot, waar immers zijn huis was. En er zijn ook ratten die op hun plakval de oceaan rond varen.

 

Coffin Island, waar een piraat zijn schat bewaarde: een doodskist met het lijk van zijn geliefde erin.

Volgende stop: Isla Caja de Muerte, in het Engels Coffin Island, een eiland in de vorm van een doodskist een eindje van het land af. Hier is het water eindelijk weer helder en blauw met mooie vissen, aantrekkelijk om in te zwemmen en te snorkelen. Eigenlijk zwemmen we altijd met een snorkel op.

 

 

Dan op naar de heerlijk beschutte baai van Salinas (vernoemd naar de voormalige zoutwinningsvelden, er zijn veel Salinas in de Carieb) waar veel zeekoeien en tarpons wonen. De zeekoeien, manatees, zijn dikke grijze zeezoogdieren met een gemoedelijk karakter terwijl tarpons felle zilveren vissen zijn van een tot twee meter lang die At wel graag aan zijn vishaakje zou willen hebben.  Hier is een gezellige zeilersgemeenschap, leuke restaurantjes, voor vleeseters althans. We huurden een auto om naar San Juan aan de noordkust te rijden.

Ons hotel El Convento, een voormalig klooster met een prachtige binnenplaats en uitzicht over de stad en de haven.

Je steekt dan de bergrug over die van west naar oost over het eiland loopt en die je altijd kunt zien. San Juan is eindelijk weer eens een echt mooie stad zoals wij Europeanen die gewend zijn. Mooie gebouwen, een goed stratenplan, fijne winkels en goede restaurants. Mijn nieuwe tablet verleende goede diensten met de GPS erin. Zo sliepen we in het beste hotel, El Covento, een voormalig klooster, en aten bij een geweldige italiaan die erg goede recenties had gekregen van bezoekers. Dit alles was te vinden in de app Map. Je kunt opzoeken hoe laat de musea open zijn, wat ze kosten en op welke dag ze dicht zijn.

Veel kunst op straat.

 

 

 

 

 

San Juan heeft een zeer indrukwekkend fort dat wel vijf verdiepingen telt. In een boek over de geschiedenis van de Carabean lezen we over het belang van deze haven. Hij heeft een smalle doorgang en een grote diepe haven daarachter waar je een aardige vloot in kwijt kunt. San Juan was een belangrijk element in de verdediging van de zilver- en goudvloten die vanuit Zuid Amerika naar Spanje voeren. Ondanks dit fort zijn Nederlanders een paar eeuwen geleden de haven binnengekomen en hebben de stad aangevallen. Toen ze werden verdreven hebben ze brand gesticht en geplunderd. Dat leren wij niet op school…

Na een tocht door een bijzonder stukje regenwoud, een boswandeling naar een waterval en een lekke band reden we terug naar de boot.

De bizarre, eeuwenoude ceibaboom, een soort eik.

Nu gingen we naar de Virgin eilanden. Dat is een groep van ongeveer 30 eilandjes, er zijn veel onbewoonde eilanden bij. We begonnen bij de Spanish Virgins, die bij Puerto Rico horen en dus ook van de Verenigde Staten zijn. De VS hebben de eilanden gebruikt om bommen op te gooien tot 2005. Vieques was het eerste eiland. Het is niet erg interessant, hoogtepunt was een 375 jaar oude ceiba boom. Ook aardig zijn de vele wilde paarden,

In de ‘hoofdstad’ van Vieques zat dit juweel op een pleintje.

afstammelingen van de Spaanse paardjes. In groepjes trekken ze het eiland rond.

 

At in het zeilerscafeetje.

 

 

 

 

Volgende eiland: Culebra, dat betekent ‘slang’. Eerst geankerd bij een eilandje voor de kust: blauw water, schildpadden, zon, strandje, een paradijsje.

Dan weer geankerd in een besloten baai met weer een zeilersgemeenschap, een bibliotheek met een ruilboekenkast, leuke ontmoetingen en … een bezoek aan een van de mooiste stranden ter wereld: Flamingo Beach. Er was niet veel zon die dag, wat vrij normaal is.

Flamingo Beach op een drukke dag.

 

 

 

 

 

 

Het is leuk varen in dit gebied omdat je om je heen de andere eilanden ziet liggen, de afstanden zijn in een halve dag te zeilen, ook al vaar je tegen de wind in. We gingen naar

Mooie gebouwen in Charlotte Amelie.

Saint Thomas, ook van de VS maar niet

Tommy Hilfiger heeft zich ook een mooi pakhuis aangeschaft.

van Puerto Rico. De hoofdstad, waar wij voor anker gingen, is Charlotte Amelie, genoemd naar een Deense prinses. Nog veel straatnamen zijn Deens en de gebouwen zijn oud en duidelijk Skandinavisch. Het is een prachtig

Steegje waarin je je paard nog kunt laten drinken.

stadje maar omdat de Virgin Islands belastingvrij zijn kun je in de winkels alleen maar goud, zilver, diamanten, alcohol en horloges kopen. Niet echt veel aan dus.

Onze golfbrekers.

Cruise schepen breken hier de golven voor de ankeraars, jammer dus als ze weg zijn. Als je er vlak bij bent zijn die schepen echt gigantisch.

Golfbreker van dichtbij. De cruise schepen zitten vol met Amerikanen maar de schepen zijn voornamelijk Skandinavisch.

De ankerbaai van Charlotte Amelie zonder de cruise schepen.

 

 

 

 

 

 

Omdat we een beetje te veel hebben gehaven- en eilandhopt zijn we zo langzamerhand erg moe geworden. We geven het plan om nog meer eilanden te bezoeken op, we gaan nog wel een keer terug voor de rest van de Virgin Eilanden want de natuur hier is erg mooi.

 

Oversteek Caribische zee

Tijd om naar het zuiden te gaan. Het duurt een dag of drie om van Saint Thomas naar Bonaire te varen. We hebben een goede overtocht en concluderen dat we helemaal niet zo ver naar het oosten hadden hoeven gaan. Analyserend blijkt nu dat dit advies is gegeven door mensen met erg kleine boten, rond de 10 meter. Misschien dat die meer last hadden van de wind, golven en de stroming. Bonaire is een vrij klein eiland in de vorm van een boemerang. Langs de zuidpunt vaar je aan. Heerlijk om dan opeens geen golven meer te hebben. De lage zoutvlakte is te herkennen aan de witte pyramides waar het zout staat te wachten op de schepen die het naar Europa brengen. De bordjes ‘overstekende ezels’ hebben ook alles te maken met de zoutwinning: alle eilanden die zout hebben gewonnen vroeger, deden het vervoer met ezels. Toen die niet meer nodig waren zijn ze gewoon los gelaten en hun nazaten lopen nog steeds rond.

We pikken een mooring op bij het hoofddorp Kralendijk, een kneuterig Hollands dorp met een Blokker, een frietkraam en een Albert Heijn. Voor ons is dat echter heerlijk! De AH

De winkelstraat van Kralendijk.

heeft goede chocolade (het Amerikaanse is echt veel te zoet), krentenbollen, drop, behoorlijk brood zonder suiker erin, knapperige stokbroodjes, alles is vers. Je hebt in Nederland geen idee hoe rijk je bent met zoveel goed gemaakt voedsel.

Onze mooring (een stuk beton met een touw en 1 of 2 drijvers eraan) ligt vlak bij het land in helder blauw water. 7 meter onder de boot zie je de krabbetjes lopen.  Rondom Bonaire

Uitzicht op Kralendijk.

ligt een smalle ondiepe kraag en dan gaat de bodem steil naar beneden. Op die steile wand groeit prachtig koraal dat je zo, vanaf de kant kunt bereiken met je zwemvliezen. Het is dan ook een geweldige duikbestemming omdat het koraal al lange tijd wordt beschermd. Tegenover Kralendijk ligt het onbewoonde eiland Klein Bonaire, een platte pannenkoek omringd door duik- en snorkelplekken.

We slenteren in de zwoele avonden langs het water en ontmoeten in een restaurantje de componist van de Smurfenliedjes (nee, niet Pierre Cartner/Vader Abraham). Er zijn heel veel Nederlanders hier en onder de witte mensen is Nederlands de voertaal. Pas als er cruise schepen liggen verandert de taal in Engels. Het zal je verbazen dat in dit Nederlandse dorp de munteenheid de US dollar is. Nog verbazender is het dat dit kleine eiland een nest van criminaliteit is waar je stevige tralies voor je ramen nodig hebt.

Na een heerlijke week is het tijd om met de wind mee naar Curaçao te zeilen. Een vliegtuigje van de kustwacht cirkelt om ons heen en stelt via de radio vragen: waar vandaan (kun je dat niet zien dan?) en hoe heet het schip, hoeveel mensen aan boord en zo verder. Venezuela ligt hier 40 mijl vandaan dus het is oppassen geblazen met piraterij. Wij beantwoorden graag vragen als ze goed op ons passen.

Dan zien we op zee een vuurtoren. Die is van Klein Curaçao, weer een heel plat onbewoond koraaleilandje, met een wrak en die vuurtoren erop. Het wrak ligt er waarschijnlijk omdat de vuurtoren het niet doet.

We slaan rechtsaf de ingang van de Spaanse Water in. Het bevalt de mensen zo goed in dit beschutte water dat de meeste boten er al jaren liggen. De pernamente bootjes hebben allemaal een klein bedrijfje: het leveren van internet, water, vervoer, kanvaswerk, reparaties aan koeling of motor. Zo kom je wel rond want als je ankert betaal je in principe alleen voor je eten. Betalen doe je hier in guldens trouwens. We komen onze vrienden Krina en Lutz tegen die we nog kennen uit Lake Worth in Florida.

De beroemde bonte gevelwand aan de haven.

 

De drijvende pontjesbrug die open vaart als er een groot schip Willemstad binnenkomt. 

Het is hier prachtig en gezellig.Om in te klaren bij de douane en Immigratie moeten we met de bus naar de Willemstad, de hoofdstad. Het is een goed weerzien: we vierden onze eerste vakantie samen hier in dit kleurige stadje. We hadden toen nooit kunnen dromen ooit op eigen kiel hier aan te komen!

 

 

 

 

 

 

 

15 juni vliegen we naar Amsterdam en de boot moet dan in een haven liggen. Dus we vinden nog net een plekje omdat ons schip over een meter diep water heen kan varen. Anders hadden we echt een probleem gehad.

De konijntjes voor baby Kymo, geboren 29 april dit jaar, en de aanstaande baby die in november komt, zijn klaar en kunnen mee naar Amsterdam.

De tijd vliegt voorbij en wij vliegen naar Amsterdam waar Tess op ons wacht in ons nieuwe huis: een kamer bij Tess en Chris in een mooie nieuwe flat aan de Jollemanhof. Het is heerlijk om onze kinderen en kleinkinderen (5,5 stuks) weer te zien.

Op de eerste verdieping is ons nieuwe huis, Ahold en Philips zijn onze nieuwe buren. We wonen in een geweldig inspirerend havengebied met, zoals je kunt zien, een mengvorm van oude en nieuwe gebouwen. Prachtig! 

Op 25 juli vliegen we terug naar Curaçao. Daar komen Tess en Chris aan boord voor een vakantie en dan blijven we nog een poos daar liggen om wat projecten uit te voeren en tot rust te komen. Een volgend verslag zal dus echt een poos op zich laten wachten. Wees niet ongeduldig want het gaat nog spannend worden! We gaan een reis maken naar Colombia, Costa Rica, Nicaragua, Mexico en Cuba.

Advertenties

Over beatrijsvw

Sailor, internet marketer, money maker online
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s