Oversteek Atlantische oceaan

Op 10 februari om 1800 uur, na nog even 466 liter (achteraf) extra onnodige diesel getankt te hebben, staken we van wal. Er was bijna geen wind dus de motor deed het werk terwijl La Gomera, dat heerlijke eilandje met die fijne haven langzaam, heel langzaam uit het zicht verdween. De zon ging onder achter het meest westelijke eilandje van de Canarie archipel, El Hierro (de ijzeren).

In een zeilboot zit je meestal achterstevoren, met je rug tegen de kajuit, je benen voor je uit op de bank, lekker kussentje in je rug, flesje water bij de hand en zo is het goed uit te houden. Nog uren lang konden we de lichtjes zien op de eilanden, vooral het hoge Tenerife bleef nog lang nagloeien boven de oostelijke kim.

Het zou nog lange tijd duren voordat we weer land in zicht zouden hebben. Hoe is dat, weken lang geen land, geen andere mensen, geen seconde stilliggen, altijd maar golven, altijd maar wind? Niet samen in een bed slapen maar om de beurt een paar uur slapen en dan wacht houden, koken op een schommelend fornuis, snel de uien doorsnijden, anders rollen ze weg. Het viel gelukkig allemaal erg mee. Het weer op de oceaan is nogal constant, er is veel zon, een paar pluizige wolkjes sieren het zwerk. ’s Nachts zijn die wolken er nog en de lucht is vrij vochtig zodat je wel een prachtige sterrenhemel ziet maar niet helemaal tot de horizon. Toch is het schitterend. Orion passeerde hoog boven ons langs, de maan kwam vrijwel recht boven ons langs en de zon overdag staat ook heel hoog hier in de buurt van de evenaar.

Iedere ochtend doken we een brood op uit de vriezer en bakten het op in de oven. Een heerlijk vers knapperig brood als ontbijt, dat is echt luxe en we genoten ervan. Avondeten was eenvoudig als er veel golven waren (blikjes open trekken en opwarmen), op een rustige zee kan je ook uitgebreid koken. Ik ben nooit zo met eten bezig, ik denk meestal aan het eind van de dag, O jee, we moeten nog eten. Maar op reis betrapte ik mezelf erop dat ik ’s morgens als zat te denken wat we die avond zouden eten. Heel vreemd.

Ook absoluut luxe is midden op de oceaan een warme douche nemen. Omdat wij een watermaker hebben die met behulp van de stroom van de generator 60 liter zeer schoon water per uur kan maken kunnen wij dat gewoon doen. Top vinden we dat.

Nee, ik vond de overtocht helemaal niet te lang duren. Het was juist heerlijk. We hadden fijne boeken en het is ook lekker om gewoon voor je uit te staren naar de golven, de wolken of het kielzog en je gedachten de vrije loop te laten. Het ging allemaal zo gemakkelijk, zo rustig, dat we dachten: een oceaanoversteek? Eitje. Ja, dat dachten die eerste twee weken.

Dus vertrek op de 10e, we besloten meteen flink naar het zuiden te varen om echt in de passaatwind te komen, dus we voeren richting de Kaap Verdische eilanden, ten westen van Dakar. Daar in de buurt beginnen de passaatwinden echt door te zetten, dat betekent dat het constant 15 tot 20 knopen waait, windkracht 4 tot 5. Als je die wind van schuin achter hebt zeilt het geweldig! Ook de golven komen als het meezit uit die richting en die geven ook nog eens een zetje de goede kant op, samen met de noord equatoriale stroom die je met 1,5 knoop zomaar een dag of wat cadeau geeft.

We hebben veel plezier gehad van onze nieuwe genua, dat is een groot voorzeil,  van North Star, 3D gelamineerd en versterkt met kevlar en carbon strips. Dat zeil heeft geen naden omdat het uit een stuk op maat is gemaakt, dus het kan ook niet op de naden scheuren. Dat zeil staat altijd mooi en is heel krachtig. Dat zeil zit opgerold op het voorstag dus je hoeft het niet te hijsen of te strijken, je rolt het vanuit de kuip uit en weer in. Het grootzeil had drie reven erin, dat had niet gehoeven achteraf, maar we voeren met een ruime oostelijke wind toch nog 5,5 tot 7 knopen.

Op de 13e voeren we over de kreeftskeerkring en de 14e vierden we Valentijensdag, nog meer feest hadden we op de 17e, onze 5e trouwdag, en de 18e toen we 13 jaar samen waren. We hadden lekkere hapjes voor de feestjes en muziek en dans in de kuip bij zonsondergang. Reuze romantisch allemaal.

Na ruim een week hebben we voor het eerst ons nieuwe Parasailor voorzeil opgezet. Het is een soort spinaker maar dan met in het midden een opening over de hele breedte met daarin een vleugel. Het geheel wordt op zijn plaats gehouden met touwtjes en banden. Dit is een super zeil dat heel hard trekt maar dat ook een teveel aan wind kwijt kan door die opening. Met dat zeil hoef je geen grootzeil te voeren. Het is nogal een gedoe om dat zeil te zetten omdat het vier schoten heeft in plaats van twee en ook bleek dat het zeil het beste werkt als het uitgeboomd staat. Uitbomen is een lange paal, een spiboom van 6.5 meter lang, die met een kant aan een rail op de mast vastzit, met een lijn naar boven, een naar voren en eentje naar achteren vanaf de mast tot buiten het schip te plaatsen zodat je aan het uiteinde een schoot kunt voeren. Zo staat het zeil een beetje aan de wind kant (loef) van de boot en vangt het meer wind.

Dat hadden wij nog nooit gedaan, uitbomen. We moesten eerst ontdekken hoe dat precies werkt maar ja, je hebt niet veel anders te doen dus met onze tuigjes (veiligheidsharnas), vastgemaakt aan een veiligheidsband (lifeline) die van voor naar achter over het dek loopt, rommelen met touwen op het voordek is dan wel leuk. En de Parasailor deed het fantastisch met die boom. De snelheid ging nu naar de 8 knopen en dat scheelt een slok op een borrel, oftewel dagen op de reis. Een knoop harder varen is 24 mijl per dag meer afleggen.

Zo is een oceaanreis een gelegenheid om als zeiler te groeien. Omdat je op een gegeven moment toch met je zeilen wil gaan spelen leer je veel meer dan je zou doen op een kleinere afstand waarop snelheid geen groot verschil maakt. Het gedoe van het uitbomen is de moeite waard als je lang gebruik maakt van die boom. En nu gaat het alweer veel sneller.  Onze dagafstanden nemen toevan tussen de 150 en 160 naar tussen de 160 en 180.

We zijn nu ook echt in de passaat beland, het wordt steeds warmer, kleren heb je hier niet meer nodig, de oceaantemperatuur, die bij La Gomera nog 21 graden was neemt toe tot 27 graden. Als we met onze voeten in het water achterop het strand zitten, natuurlijk met tuigje, voelt het echt als badwater zo warm. Maar we gaan te snel om even een duik te nemen. Dat moet je toch niet doen, zelfs als je een lang touw achter de boot aan zou hebben is het risico dat je je eigen boot vanuit het water moet uitzwaaien veel te hoog. Een vlaag wind of een rare golf en hij gaat er vandoor. Dat zullen we dus nooit doen. Op de oceaan in het water vallen betekent dat je waarschijnlijk verloren bent. Daarom maken we ons altijd vast aan de life lines, sterke banden die van voor tot achter over beide kanten door het gangboord naar het voordek lopen. Als je de kuip uitgaat maak je je vast met een lijn van je harnas of tuigje zodat je hooguit langs de boot komt te hangen maar niet los in het water. Verder gaan wij de kuip niet uit als de ander er niet bij is.

Enfin, zo lieten we ons geriefelijk voortsleuren door de Parasailor terwijl de stuurautomaat al het stuurwerk deed en wij alleen maar hoefden te genieten. Uitkijk werd gehouden door de AIS, dat is een systeem van schip naar schip berichten waarbij de positie en de koers wordt doorgegeven. Als de AIS computer ziet dat er een schip onze kant op komt zet hij op het navigaatiesysteem een symbool waar de boot ten opzichte van ons is. Zo kunnen wij besluiten al dan niet uit te wijken.  Heel handig want alle grote schepen moeten zo’n ding hebben.

Op de oceaan hebben wij erg weilnig dieren gezien, een enkel dolfijntje, wel twee ‘slome duikelaars’ zoals we ze noemen; langzame dolfijnen waarvan we inmiddels weten dat het een kleine walvissoort is, maar zo schuw dat niemand iets van ze weet. Wel zagen we vliegende vissen als schichten over de golven schieten, soms zigzaggend en altijd met een plons in een golf verdwijnend. Iedere ochtend liepen we een rondje over het schip om de overleden vliegende vissen uit het gangboord in zee te kieperen. Er zijn mensen die ze opeten. At is zelfs een op zijn been keer geraakt door zo’n vis. Hij schrok zich een hoedje. Je kunt ze ook tegen je hoofd krijgen als je buiten zit. Maar je wil niet de hele reis binnen doorbrengen dus dat risico loop je gewoon.

Het was aan het eind van de middag op 27 februari dat wolken zich boven onze hoofden samenpakten, Uit een regenbui kwam een hoop wind maar wij dachten, ach, het zal zo’n vaart niet lopen, op de weerkaart die we hadden binnengehaald met onze SSB radio stond een verwachting van 15 knopen wind in de nacht (4 Beaufort) dus we lieten de Parasailor staan. Maar het ging steeds maar harden waaien, enorme golven bouwen in korte tijd op en het was pikdonker geworden. Het schip ging sneller en sneller, eerst 9 knopen, dan 10, 11 en zelfs 12 knopen! We hadden 28 tot 30 knopen wind (windkracht 7). Het water siste en bruiste om ons heen maar we zagen helemaal niets. Wolken hielden zelfs het llicht van de sterren tegen en de maan was in zijn  laatste kwartier dus het was zwart om ons heen.

Als je je zeil wilt behouden, dat eigenlijk geschikt is tot 25 knopen, moet je proberen er zo min mogelijk wind in te hebben en dat doe je door precies met de wind mee te varen. Omdat het dek nat was, het zo donker was en enorme golven aan het stoeien waren met de boot vonden we het onverantwoord om ons uit te kuip te wagen dus het zeil strijken was geen optie. We moesten dus wel een heel stuk de verkeerde kant op varen, naar het zuidwesten in plaats van het noord westen. Ongeveer 60 mijl voeren we de verkeerde kant op. Pas toen het licht was geworden en de wind afnam tot 24 knopen hebben we met z’n tweeen het zeil in bedwang gekregen en opgeborgen. De genua en het grootzeil gingen gereefd (verkleind) de boot weer netjes naar het noorden brengen. He he, de stress was er af. Gelukkig bleef de Parasailor heel (het is nogal duur) en kunnen we er nog veel plezier aan beleven. Die dag nam de wind weer flink toe terwijl wij met de wind en de enorme golven dwars van opzij probeerden weer naar het noorden te komen. Anders waren we zo in Brits Guyana of in de Orinocorivier terecht gekomen! Het vreemde is dat Mauyva, die de hele tijd eigenlijk al voorbeeldig vaart, op deze ongemakkelijke koers erg rustig in het water ligt. Je ziet enorme golven van opzij op je af komen, dan denk je; nou, dat zal me een zwieper worden, maar er gebeurt helemaal niets!  Ze blijft keurig rechtop varen, glijdt misschien even met het kontje een stukje naar beneden, maar er is verder niets aan de hand. Ongeloofelijk. We hebben op deze reis echt nog veel meer waardering voor Mauyva gekregen. Ze zeilt altijd bijna rechtop, tussen de 5 en 15 graden helling, ook als ze een sleurzeil aan de zijkant heeft hangen. Super.

En dan, op de 28e: Land in Zicht!! Tobago doemt op aan de horizon en die zelfde dag om 12 uur laten we het anker zakken op de bodem van Man of War (Engels oorlogsschip) Bay bij het dorpje Charlotteville. Naast ons was het strandje te zien van Pirates Bay. Een prachtig stil strandje, dat meteen overgaan in tropisch woud, op een eiland dat  niet vergeven is van de toeristen, waar de bewoners zelf het straatbeeld uitmaken. Langs het strand van het dorp staan hokjes waarin mensen een bedrijfje runnen, een eettentje, een internetplek plus wasserij, een miniatuur ‘supermarktje’ of een benzienestationnetje.

De overtocht in cijfers

in Zeemijlen

De rechte lijn afstand was 2700 mijl  (een mijl is 1.852 kilometer)

We hebben totaal 2973 mijl afgelegd.

We hebben daar 430 uur over gedaan, namelijk 18 dagen, dag 1 van 1800 uur tot 16 uur op de laatste dag in UT tijd.

De gemiddelde snelheid is daarmee 6,9 knopen en dat is heel hard als je bedenkt dat het niet altijd hard waait.

Gemiddeld per etmaal 165 mijl.

in Kilometers

Afgelegd totaal 5506 kilometer

We hebben daar 430 uur over gedaan, namelijk 18 dagen, dag 1 van 1800 uur tot 16 uur op de laatste dag in UT tijd. Op een grote oversteek houd je een tijdklok aan.

(In Tobago is het 4 uur vroeger dan op de 0-meridiaan Universal Time, in Nederland is het 1 uur later.)

Dat is gemiddeld 12,58 kilometer per uur, het tempo waarin je rustig fietst.

Per etmaal ruim 300 kilometer.

Per etmaal om 12 uur ’s middags hebben we opgeschreven hoe groot de afstand was, dit is de lijst:

1e etmaal (van 18 uur) 104 mijl   er was weinig wind

2               156

3               153

4               157

5               168

6               183      we hadden veel wind en voeren bijna halve wind

7               158

8               153      vrijwel al het verse eten is bedorven

9               160      de parasailor wordt uitgeboomd gebruikt

10            148

11            163

12            158

13            188

14            188

15            163      At wordt getroffen door een vliegende vis

16            154

17            193      de parasailor blijft per ongeluk staan

18            191      we varen met 25 – 27 knopen wind dwars op de golven

Charlotteville, Tobago

Heerlijk is het in die baai, er liggen maar vijf boten, ver uit elkaar. We worden omringd door bergen met regenwoud erop. En de voertaal hier is engels, dus dat we niet zo hard spaans hebben gestudeerd als de bedoeling was is niet heel erg.

De mensen zijn allemaal heel vriendelijk, ze zijn de zeilers wel gewend. Verder zijn er wat huisjes die aan westerlingen worden verhuurd, de rest van de mensen is zwart, deels met rastahaar. In elegante visbootjes, met aan weeszijden lange hengels die als sprietantennes op een insect uitsteken, gaan ze de zee op en halen daar grote tonijnen, dolfijnvissen en marlijnen uit, naast een hoop klein grut.

Als At meegaat met een visboot vangt hij niets en dat is een uitzondering.

In het midden van de foto zie je een mooi gebouw met varanda, dat was ons restaurantje. Buiten eten, lokale gerechten.

 

Rock and Roll

“You will roll” waarschuwde de pilot van de Cariebische eilanden bij het hoofdstukje over ankeren. ’s Nachts is de wind vrijwel weg en gaat het schip inderdaad vreselijk liggen rollen. In bed is dat een ramp want hoe je ook ligt, op je rug, dan schuif je heen en weer over je vel, op je zij beweegt je onderlichaam anders dan je bovnelichaam en dat wiebelt in de onderrug. Uit wanhoop waren we maar weer ieder in een apart bed dwars gaan liggen en ik werd de volgende dag wakker met een vreselijke rugpijn. Ik dacht: daar gaat mijn reis, ik wil naar huis of ik moet dit probleem nu oplossen.

Het werd optie B: we hebben een Sea Breake, een stopzak om achter je schip te hangen als je gesleept wordt bijvoorbeeld, zodat je niet tegen je sleper aanbotst, of om af te remmen als je te hard van de golven afsurft. Die stopzak hebben we aan het eind van de giek gehangen in het water, verzwaard met wat kilo’s duiklood en de volgende nacht hebben we heerlijk, in een bed, geslapen.

Je zou denken dat je onderweg in de golven van de oceaan ook dit probleem zou hebben, maar onder het zeilen heb je winddruk naar een kant van de boot. Onze bedden zijn aan de zijkanten dicht dus je kunt er niet uit vallen. Aan de lage kant van het bed leg je kussens neer, je vlijt je er tegenaan en je ligt prima vast. Dan is slapen geen probleem.

Met een auto met gids gaan we een dag het eiland rond. Aan de noordkust is de ene na de andere prachtige baai met namen als Bloody Bay en Englishmans Bay. De engelsen zijn de laatste heersers geweest op het eiland, na de gebruikelijke machtswisselingen tussen de spanjaarden, hollanders, fransen en britten.  Nu is Tobago samen met Trinidad een onafhankelijk land. De Tobagohoofdstad Scarborough is niet erg interessant, wel bezoeken we het King George Fort dat de stad bewaakt heeft en waarin een museum is met oude kaarten, artefacten van de oorspronkelijke bewoners, de arwac indianen en wat koloniale spullen.

Ook rijden we een stukje door het regenwoud op de bergrug, het oudste natuurreservaat ter wereld. De zuidkust is echt een atlantische kust met ruige zee en stromingen die de strandjes daar ongeschikt maken om te zwemmen. Maar ook daar zijn baaien, zoals King Bay, met een prachtig strand en daar zou je ook prima kunnen ankeren, wat een enorm superjacht dan ook doet.

De dorpen/stadjes die we tegen komen zijn nogal lelijk eerlijk gezegd, eigenlijk is alleen Charlotteville echt mooi om te zien.

Op 4 maart in de avond vertrekken we naar Trinidad om onze vrienden Pim en Paula van de Panoramix (www.panoramixopzee.nl) op te zoeken en samen naar de grote en beroemde carnavalsoptocht te gaan. De ochtend van de 5e komen we aan in de haven Crews Inn bij Chaguaracas aan de noord westpunt van het eiland. We zien dolfijnen als we tussen eilandjes tegen een harde stroom in varen naar de enorma baai van Trinidad.

We liggen nu in een luxe jachthaven met hotel en zwembad, alle voorzieningen voor het goede leven. Het is soms nogal warm hier, dik boven de 30 graden, dus dat zwembad komt van pas.

Hier houden we het wel een paar weken uit; morgen de optocht en dan een visum aanvragen voor de USA.

Beatrijs

Over beatrijsvw

Sailor, internet marketer, money maker online
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Een reactie op Oversteek Atlantische oceaan

  1. Hoi zeilers,
    Wat een prachtige verhalen. Rug weer gestrekt ondertussen? Geen enge vliegende vissen meer die At in het vizier hebben. Kun je je toch niet voorstellen dat die vissen echt zo stom zijn om op te gangpad te landen! Heerlijk jullie verhalen te mogen meebeleven via julli site. Ben benieuwd naar het vervolg.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s