Van Cannes naar Rome

Cannes is werkelijk heerlijk en we kwamen er maar niet weg. Voor een deel lag dat aan de bestelling van een rolsysteem waarmee het grote voorzeil wordt gereefd en opgerold,  echt vervangen moest worden.

Ankerbaai bij Isle St. Marguerite tegenover Cannes, waar we de zomer hebben doorgebracht.

Toen dat eindelijk kwam gingen Lutz en ik hem aan boord monteren, dat betekent eerst een worsteling met het oude ding. Stel je maar een reeks van 9 aluminium pijpen voor met een profiel erin waarin de zoom van het zeil wordt gehesen zodat het om de buis kan worden gerold en niet naar beneden hoeft. Die buis is ruim 18 meter, langer dan het schip, en die gingen we slopen. Eerst was hij bijna niet van de masttop af te krijgen, dat betekent een gevecht met gereedschap bovenin de mast terwijl ik daar in een soort schommeltje bungelde. Dan de nieuwe monteren aan de masttop en aan de voorpunt. Natuurlijk bleek op het laatst dat er een koppelstuk ontbrak. Ik heb moeten improviseren om een werkend systeem te krijgen: stuk van het oude profiel afzagen, gaten boren en tappen, monteren. En dan bleef het een punt: waar laat ik het koppelstuk heen sturen, wanneer en dan moet als nog het ding er weer af. Uiteindelijk lossen we alles weer op, geweldig, zo’n meereizende buurman. Ik heb nog wat foto’s van Cannes die ik je niet wil onthouden. Het is echt een filmstad!

Muurschildering, ja ook de ramen.

Muurschildering, ja ook de ramen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA Mijn super buurman Lutz die me met raad en daad helpt met klussen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Logo van Fife, het kenmerk van de hoge adel.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

Het was echt de hoogste tijd om te vertrekken naar Italië, via de prachtige kust van Zuid Frankrijk, zoals de Cap Ferrat. Als jeep de kaart kijkt zie je dat daar prachtige baaien en kommetjes zijn om in te ankeren. Op de kant staan mooie kasteeltjes en luxe hotels. Daarna langs Monaco, de baai van Genua oversteken en dan kom je bij Le Grazie, in de baai van La Spezia. Le Grazie ligt in een baai in een baai, dus dat is dubbel beschut en dan liggen we heerlijk rustig.

Wat is Italië toch een heerlijk land en wat hebben ze er lekker eten. Maar een echt grote verrassing voor mij waren de prachtige oude schepen die er lagen. Echt de hoge oude adel van de zeilboten: de Fyfe-schepen van 100 jaar oud, of zelfs ouder. De Grande Dames van de zee die jaarlijks tegen elkaar racen bij Saint Tropez en incidenteel in Schotland, waar ze zijn gebouwd en worden gerestaureerd.

Wat prachtig om gewoon in je dinghy onder die boegen en hekken te varen, het hout te strelen en te proberen foto’s te maken maar die dingen passen gewoon niet binnen het kader! Je krijgt er hooguit een stukje op. De gieken alleen al zijn zomaar 20 meter lang, een boegsprietje is 9 meter lang!

Grande dame van de zee, 100 jaar racen!

Grande dame van de zee, 100 jaar racen!

Waanzinnig mooi. Enfin, dat is mijn voorliefde voor deze oude schepen dus lekker wat foto’s erbij.

Het dorp van le Grazie is maar klein, ligt gezellig om die baai en leeft van toeristen die op weg zijn naar Porto Venere, een schoonheid die op wandelafstand ligt. Met de bus rij je naar La Spezia voor boodschappen boekenwinkels, marktbezoek, het station en wat stedelijk schoon.

Belangrijkst is het station: daar vandaan ben je in een dik half uur in Pisa! Dus Krina en ik gingen daar heen want dat mag je niet missen als je daar toch bent. Echt, die toren staat heel scheef en als je hem in het echt ziet begrijp je echt niet dat het ding nog staat! Eerst was ie nog schuiner, een Nederlands ingenieurs-bureau heeft hem wat rechter mogen zetten zodat hij niet echt zou om gaan, uitgerekend is dat de marmeren zuilen op de tweede ronde van onderen gaan exploderen door de druk en dan gaat het hele torentje om natuurlijk. Maar echt rechtop mag hij niet staan want dan is de lol er af. Komen er geen miljoenen toeristen meer. Trouwens een mooi staaltje marketing: je neemt een gebouw dat ernstig verzakt is en maakt daar een attractie van!! Knap bedacht hoor. De kathedraal er naast, in Italië staan de klokkentorens meestal los van het kerkgebouw, is het ook best mooi, nog mooier is de doopkapel die daar weer naast staat; ook los en ook scheef maar minder hoog.

 

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Pisa zelf is gezellig om doorheen te wandelen, leuke straatjes en zo.

Als je echter niet uitstapt in Pisa maar in de trein blijft zitten, dan kom je vanzelf in Firenze terecht, in Nederland Florence genoemd. Die stad stond al heel lang bovenaan mijn lijstje te-bezoeken-steden dus daar ben ik een paar keer heen gegaan. Echt heel interessant wat je daar allemaal aan inspiratie opdoet. Het meest onder de indruk ben ik van de prachtige expressieve marmeren beelden. Echt zo mooi en er is zo een overdaad aan dat je gewoon niet weet waar je kijken moet. In het Palazzo Vecchio, in het museum van de Uffizi, op de vele pleintjes, ongelooflijk. En natuurlijk de schilderijen van

David, kopie voor het Palazzo Vecchio

David van Michelangelo,                               kopie voor het Palazzo Vecchio

 

Botticelli, Michelangelo en Leonardo da Vinci, van wie ik een groot fan ben. En ze hebben mooie Rembrandts: een jonge en een oude. En dan is de stad doordrongen van de schrijver Dante d’ Alighieri, waar iedereen meteen over begint als ik mijn naam noem. Wat een geluk trouwens dat ik Italiaans spreek want dat is heel veel van pas gekomen.

Wapenschil van De Medici, overal terug te vinden op kerken en imposante poorten, ook in Rome.

Wapenschil van De Medici, overal terug te vinden op kerken en imposante poorten, ook in Rome.

 

 

 

En een leuke link naar Nederland: vroeger, toen we nog guldens hadden, lang lang geleden, stond er voor die guldenprijs niet een G maar een F, van Florijn. Die florijnen nu kwamen

Cafeetje waarvan je zeker weet dat Dante en Beatrice er nog nooit geweest zijn.

Cafeetje waarvan je zeker weet dat Dante en Beatrice er nog nooit geweest zijn.

rechtstreeks uit Firenze: de familie De Medici, die Firenze groot hebben gemaakt door met veel succes heel betrouwbaar te bankieren, verdiende heel veel geld met dat bankieren. Stel je maar voor; je hebt een bank en de pest breekt uit een derde van de mensen sterft en die banktegoeden, tja, wat zal ik daarover zeggen…. Dat geld besteedde de familie aan het laten maken van enorm veel kunstwerken zodat het culturele leven bloeide en mensen als Da Vinci, Michelangelo en Botticelli en nog rijen

De enorme koepek van Brunelleschi, groot maar mooi??

De enorme koepek van Brunelleschi, groot maar mooi??

andere jongens (ja, jongens) de kans kregen hun vak te beoefenen. Ze lieten kastelen bouwen in de stad; van buiten lijken het meer bunkers maar van binnen zijn ze ingericht en beschilderd en versierd met een ongelooflijke hoeveelheid tierlantijnen en pracht en praal.

Ik moet ook zeggen: in tegenstelling tot wat veel mensen beweren is Firenze helemaal geen mooie stad om te zien, er zijn heel veel mooieren steden. Hier zijn

Plafondschilderingen in de stijl grotesque.

Plafondschilderingen in de stijl grotesque.

het de interieurs, de kunst en de cultuur die het hem doen. Ook de beroemde 8-hoekige koepel van Brunelleschi vind ik geen schoonheid. Hij is enorm en ingenieus, dat wel, maar mooi????

Die Florijnen die de Medici uitbrachten waren in het internationale handelscentrum Nederland/Amsterdam, waar op de Dam voortdurend valuta van over de hele wereld gewisseld moesten worden, een welkome pijler natuurijk, vergelijkbaar met de rol die de dollar nu OLYMPUS DIGITAL CAMERAspeelt. Dus vandaar dat de Florijn zo lang gefloreerd heeft in Nederland en zelfs toen de gulden werd geïntroduceerd die F bleef staan.

Is het jullie ook opgevallen dat  je de dollar niet schrijft met een D maar met een $ (Sterling) en het pond niet met een P maar met een £ (Libra, libbra is nog steeds het Italiaanse woord voor pond)?

Amor en Psyche

Amor en Psyche

Enfin, ik ging er weg met een biografie van Dante, een boek om me voor te bereiden op het lezen van de ‘Commedia’ en ook om te begrijpen hoe het nu zat met die Beatrice, de favoriete obsessie van Dante:  een buurmeisje dat hij voor het eerst ‘ontdekte’ toen zij beiden nog maar 9 jaar oud waren. Hij heeft haar altijd gekoesterd als ideaalbeeld maar ze is nooit zijn vrouw/vriendin geweest.Verder heb ik nu de Notebooks van Leonardo in het Engels samengevat, ze beslaan namelijk duizenden bladzijden. Aan die schriften zie je hoe Leonardo denkt: hij ziet een vogel die opstijgt. Hij vraag zich af hoe dat kan, blijft uren, dagen daar het proces kijken en analyseert het. Datzelfde doet hij met water, de zee, zwaartekracht, alles wat beweegt eigenlijk. Hij blijft kijken en bestuderen, tekenen en beschrijven. Prachtig. Het

nieuwste boek van Dan Brown, die van The Da Vinci Code, Inferno speelt zich af in Firenze, dus ik las het boek in het Italiaans met de plattegrond ernaast. O ja, en een woordenboek.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Uitzicht over Firenze met het Toscaanse landschap dat bekend is doordat het altijd figureert op de achtergrond van de hier gemaakte schilderijen, waar meestal een raam met uitzicht als achtergrond op te vinden is, kijk maar naar de Mona Lisa bijvoorbeeld.

 

Aan de Molo, met kettingen aan de muur vastgelegd, touwen zouden zo doorgesleten zijn.

Aan de Molo, met kettingen aan de muur vastgelegd, touwen zouden zo doorgesleten zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In Le Grazie ontmoeten we ook Alexander, hij is Napolitaans van geboorte maar heeft lang in Duitsland gewoond en gewerkt en ook een Limburg. Hij spreekt Limboduits dus je moet een beetje je best doen om hem te verstaan maar hij is heel vriendelijk en behulpzaam. We ontmoeten hem in zijn bootje met Nederlandse vlag. Krina is heel sociaal en gaat altijd even langs als ze een landgenoot ziet. Hij was erg behulpzaam, reed ons naar de Lidl in de La Spezia. Iemand met lokale kennis en ook nog een auto, is voor ons altijd van grote waarde, hij weet hoe het openbaar vervoer werkt, waar je scheepsmaterialen-winkels hebt, waar je het beste je boot op de kant kunt zetten enzovoort.

Ik mocht de nieuwe motor naar boven hijsen, aan de giek. Is de motor boven de zeerailing, dan kan hij tot boven de kuip gezwaaid worden om hem via de kajuit het motorruim in te laten zakken.

Ik mocht de nieuwe motor naar boven hijsen, aan de giek. Is de motor boven de zeerailing, dan kan hij tot boven de kuip gezwaaid worden om hem via de kajuit het motorruim in te laten zakken.

Krina en Lutz kochten in Nederland een nieuwe motor voor hun 20 jaar oude boot en moesten daarvoor de kant op, dat deden ze in Viareggio. Daar voeren we heen. De Spray werd een gezellig werfje op gehesen en keurig in de bokken gezet. Met de Barracuda bleef ik aan de Molo liggen; een pier die ver in zee steekt om een haven te creëren. Daar lag ik lekker gratis en ook mooi. Wel fijn dat ik een vouwfiets heb want die pier was wel een kilometer lang en om naar de Spray te gaan, aan de andere kant van de haven, was het een kwartier varen met de dinghy (rubberboot met buitenboord motor). Interessant is dat als je met de dinghy gaat, je erg veel gewicht kunt meenemen. Dus toen mijn kapotte generator zou worden gerepareerd, heb ik die in de dinghy naar een punt in de haven vlak bij de garage gebracht. Daar werd hij opgehesen en op een karretje weggereden. Met de fiets heb je natuurlijk weer andere voordelen, zoals winkels bezoeken en

Krina en Lutz hebben op hun beurt ook heel goede vrienden die helpen met grote projecten, zoals Irwin, die kwam logeren om de motor te installeren.

Krina en Lutz hebben op hun beurt ook heel goede vrienden die helpen met grote projecten, zoals Irwin, die kwam logeren om de motor te installeren.

op verkenning gaan want Viareggio is het boten-walhalla van Italië. Het ritselt er van de enorme werven waar gigantische superjachten van de band rollen en overal kun je wat je maar wilt voor je boot kopen: echt goede verf die we nog nergens hadden gezien in Europa, alleen in Nederland dan, alles te kust en te keur. Of smullen in de stoffenwinkel waar de superjacht-eigenaren hun bekleding zoeken a 500 Euro per meter maar dan heb je ook echt iets moois.

Na het monteren van de nieuwe motor ben ik naar Nederland gegaan om Tess, Maayke, Frederike en hun mannen en kinderen te knuffelen. De boot legde ik zo lang voor anker in Le Grazie, waar Alex op haar zou passen. Met twee ankers achter elkaar, ver van de kant meende ik echt goed te liggen maar een mini-storm van de verkeerde kant lieten de

Kess en Pomme op Schiphol. Afscheid nemen is altijd moeilijk.

Kess en Pomme op Schiphol. Afscheid nemen is altijd moeilijk.

Barracuda van de grond los komen. Ik kreeg een telefoontje via de Spray van Alex: foute boel! Oh nee, dat niet! Dan ben je zo machteloos. Via de telefoon moest ik Alex uitleggen hoe hij in het schip kon komen. Ik heb een sleutelkluisje in de kuip, zodat ik, of dus iemand anders, er altijd in kan, ook als ik mijn sleutel kwijt ben. Zo kon ik Alex naar binnen loodsen, uitleggen hoe de motor en de ankerlier elektrisch aangezet moeten worden, waar de bediening zit, en als complicatie: dat tweede anker! Ik vertelde hem dat hij het maar in het water moest laten hangen. Stel je maar voor hij hij in een dinghy door de storm met grote golven naar mijn boot moest varen, die al een heel stuk richting een haventje was gedreven. Dan moest hij nog aan boord klimmen en dan ook nog al die dingen regelen. Echt geweldig dat hij dat allemaal heeft gedaan.

Een vaarwel-party op Schiphol .....

Een vaarwel-party op Schiphol …..

Hij heeft de boot uiteindelijk aan de kant gelegd waar een prachtige steiger is maar waar je officieel niet mag blijven liggen. Omdat de Barracuda maar heel ondiep steekt, 1 meter 15, met haar kiel omhoog, kon ze daar liggen.

Ik had mijn bootpapieren aan boord gelaten, daarbij zat ook mijn paspoort, dat ik vergeten was. De kustwacht, die er bij was gekomen en de papieren wilde inzien, zag aan mijn paspoort dat ik  in de buurt moest zijn, Alex had gezegd dat ik in

Viareggio was, zodat ik geen boete kreeg omdat ik mijn schip onbeheerd had achtergelaten. Dus eind goed, al goed. En tegen de tijd dat ik terug was, lag de Spray vredig langs zij; met haar diepe kiel kan ze niet vlak langs de steiger liggen maar zo ging het prima.

Vrachtschip de Boreas, op het punt naar Nigeria te varen. Vanwege die bestemming kwam er een speciaal pakket aan boord om ebola-patienten te isoleren en te behandelen.

Vrachtschip de Boreas, op het punt naar Nigeria te varen. Vanwege die bestemming kwam er een speciaal pakket aan boord om ebola-patienten te isoleren en te behandelen.

Inspecteur Lutz bij de valboot, een reddingsboot die schuin naar beneden valt als iedereen aan boord zit. In dit geval was het loslaat-mechaniek vast geschilderd.

Inspecteur Lutz bij de valboot, een reddingsboot die schuin naar beneden valt als iedereen aan boord zit. In dit geval was het loslaat-mechaniek vast geschilderd.

Lutz vertelt waar zoal verstekelingen te vinden zijn. Vooral in Afrikaanse havens wordt het schip grondig doorzocht op verstekelingen omdat daar altijd wel mensen proberen mee te varen.

Lutz vertelt waar zoal verstekelingen te vinden zijn. Vooral in Afrikaanse havens wordt het schip grondig doorzocht op verstekelingen omdat daar altijd wel mensen proberen mee te varen.

Omdat Lutz vroeger heeft gevaren over alle wereldzeeën, eerst als scheepsjongen en uiteindelijk als kapitein, werkt hij nu soms nog als inspecteur veiligheid voor de rederij waarvoor hij vroeger werkte. De Boreas, een van de schepen, zou vracht laden in Livorno en Lutz werd gevraagd het schip na te kijken. En ik mocht mee. Het waren een paar echt leuke dagen waarop we het schip van top tot kiel bekeken, vooral natuurlijk naar alle veiligheidsmiddelen, zoals de reddingsboten. aansluitingen voor brandslangen, ladders, reddingsboten en dergelijke. We kregen hutten vlak onder de brug. Ik was nog nooit op zo’n groot vrachtschip geweest, niet dat het gigantisch was, op de oceaan hebben we echt reuzen gezien, maar het was gewoon leuk om een in zo’n schip te zijn.

 

ELBA

Toen werd het tijd voor Elba. Elba was voor ons een soort ideaalbeeld voor ons. En het was er dan ook heerlijk! Wat een fijn eiland en wat een enorme beschutte baai, vlakbij het hoofdstadje Portoferraio. Een tochtje met de dinghy van anderhalve mijl en je bent in de oude haven. Dichterbij wil je niet liggen want er varen voortdurend ferries op en neer naar Piombino op de vaste wal.

Onze ankerbaai gezien vanaf het grote fort dat om de hoofdstad Portoferraio.

Onze ankerbaai gezien vanaf het grote fort dat om de hoofdstad Portoferraio.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Met de dinghy is het 10 minuten varen van de boot naar de stad. Je zien het fort dat om de stad staat.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Tijdens een tochtje om het eiland heen.

(Portoferraio: ijzerhaven, Piombino: loodje). Die maken flinke golven. We hebben volop genoten van dit mooie eiland en zijn er extra lang gebleven omdat Italië werd getroffen door enorme regenval. Die regen zorgde voor veel erosie, bomen werden het water in gespoeld evenals vele auto’s, en kwamen in zee terecht  zodat je niet veilig kon varen. Het was inmiddels al november maar nog wel lekker weer.

Elba ligt beschut tegen de stormen in de Golfe de Lyon achter Corsica, dat eiland kun je zien liggen vanaf de westkust van Elba. En aan de oostzijde ligt het continent van Italië,  dus als je op de windkaarten van de Middellandse Zee kijkt, zie je dat Elba bijna nooit echt hare wind heeft. En aan de zuid- en noordkant was onze baai ook nog eens afgeschermd, dus echt een aanrader voor ankeraars.

Er werd aan de boten gewerkt, onderhoud, reparaties, vooral veel gezellige dingen gedaan. Toch werd het langzamerhand wat koeler en werd het tijd om naar Rome te gaan voor onze winterstop.

ROME

We voeren het Kanaal van Fiumicino op dat de Tyrreense Zee verbindt met de Tiber, de Tevere geheten hier. Dit kanaal is al een paar duizend jaar oud. Kijk eens met Google Maps naar Fiumicino, dat is het stadje dat nu aan de monding van zowel de Tiber als het Fiumicino-kanaal ligt. Het kanaal is het water dat iets ten noorden in zee uitkomt. Als je vanuit zee het kanaal opgaat, op de kaart/satelliet-beelden, dan zie je eerst rechts een vierkante bak water, dat is onze haven deze winter. Daar lig ik nu, half april, nog steeds. Even verderop zie je in een park aan de andere kant van het kanaal, vlak bij de landingsbanen van het vliegveld van Rome, een zeshoekig meertje. Dat is gegraven in op initiatief van keizer Tiberius. Het werd aangelegd als overslaghaven. Schepen van zee, die de ondiepe rivier niet op konden varen, gingen hier de haven in en dan werden de goederen voor het steeds uitbreidende Rome overgeladen op ondiepe schuiten en zo verder vervoerd naar het 30 km landinwaarts gelegen Rome.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Rome is een leuke stad als je gaat wandelen vanaf de gebaande paden.

 

Het Colosseum, verplichte kost voor Romegangers. Er zijn zo veel foto's van Rome  op het internet te vinden dat ik er maar niet aan begin. Maar deze moest even.

Het Colosseum, verplichte kost voor Romegangers. Er zijn zo veel foto’s van Rome op het internet te vinden dat ik er maar niet aan begin. Maar deze moest even.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Triomfboog gezien vanaf het Colosseum.

Laat ik het maar over Rome hebben: wat een heerlijke, prachtige en gezellige stad is dat. Ik dacht dat het er veel te druk zou zijn, veel luchtvervuiling, toeristisch, maar niets van dat alles, je kunt er uren lang rondwandelen, de meest prachtige gebouwen, winkels, etalages, straten, cafés en mensen zien. En dan zijn er nog musea, markten, pleinen, fonteinen, kerken, en niet te vergeten: de restanten van wat ooit een glorieuze en indrukwekkende stad moet zijn geweest, vooral in een tijd dat de meeste mensen in een hutje woonden.

Echt een stad waarvoor je tijd moet nemen. Een week minstens (AirBnB zou ik aanraden voor een onderkomen) heb je nodig om het Colosseum, de fora, het Vaticaan (daarvan vooral de musea en natuurlijk de Sixtijnse kapel, neem een rondleiding en een Skip-the-line-kaartje, dat scheelt je uren in de rij staan) en zodra je uit de Sixtijnse kapel komt, die op een zolder is gebouwd by the way, klim je door de koepel van de Sint Pieter helemaal naar de lantaren bovenop die koepel en kijk je uit over heel Rome, kun je de Tiber zien stromen en de zee in de verte met en de vliegtuigen die landen en opstijgen bij Fiumicino, waar je zelf ook bent aangekomen.

De Sint Pieter moet je ook van binnen zien. Dat is zo een enorm groot gebouw dat je je ogen uitkijkt. Ik ben echt wel wat gewend op dat gebied maar ik liep daar rond met een verbazing over de enorme ruimten, een zijbeuk zo groot als een kathedraal! en alleen al in die koepel is het enorm, als je beneden staat kun je die koepel nauwelijks terug vinden, zo enorm. En dan is de hele vloer gelegd in de mooiste kleuren marmer, al vanuit de koepel te bewonderen natuurlijk. En een schilderijen, beeldhouwwerken (la Piëta), mozaïeken waarvan je eerst denkt: wat zijn de kleuren van die schilderijen mooi gebleven, maar dan blijken het steentjes te zijn. Echt, mag je niet missen.

Schildpadjesfontein

Schildpadjesfontein

Schildpadje

Schildpadje

Ruineveldje in de stad waar heel veel katten in wonen.

Ruineveldje in de stad waar heel veel katten in wonen.

Enfin, dan zijn er nog zo veel dingen te zien, daar kun je maanden mee zoet brengen. Gelukkig heb ik het voorrecht hier een paar maanden te wonen. Met een buskaartje en een metrokaartje ben ik voor drie Euro in Rome! Dus Krina en ik bezoeken de stad een of twee keer per week. Ja, dat is niet voor iedereen weggelegd, je moet het ook zelf wegleggen, iemand anders doet het niet voor je. Heb je een droom, werk er dan aan om die te realiseren. Waar wacht je op?

Wij liggen in een goedkoop haventje, voor 10 euro per dag hebben wij een ligplaats, stroom (echt nodig voor de elektrische kachels die we gebruiken), water zo veel we willen. We liggen midden in het gezellige Fiumicino met allerlei winkels, doe te zelf zaken en koffiebars, alles wat nog meer nodig is voor een winterverblijf. Er is maar een nadeel te bedenken: als er golfslag is uit het westen rollen die golven zo het kanaal op en maken van ons waterbakje een kermisattractie: alle boten worden heen en weer, op en neer en van voren naar achteren gesleurd. Echt grote golven zijn het niet maar het is meer een stroming van het water. Eerst werden we hier helemaal dol van. Het gebeurde meteen al de allereerste nacht dat we hier lagen. Onze schepen knalde tegen de stenen kade op, tegen elkaar en de andere buurschepen.

De autoband tussen de boten en de manier waarop de lijnen zitten, voorkomen dat de Spray en de Barracuda tegen de kade gesmeten worden.

De autoband tussen de boten en de manier waarop de lijnen zitten, voorkomen dat de Spray en de Barracuda tegen de kade gesmeten worden.

Maar door dit soort dingen wordt je juist uitgedaagd en vindingrijk. Zie de foto van de autoband-oplossing die ik heb bedacht en waarmee we nu met een gerust hart de ruk-en trek-dagen kunnen doorstaan.

Helaas is Lutz nogal ziek geworden in Rome, zodat de Spray soms wel een ziekenhuis leek. Ik ging met hem naar de dokter als tolk want die Italianen, die spreken werkelijk geen woord over de grens. Zelfs in het grootste ziekenhuis van Rome spreken de artsen geen Engels!  Lutz is voor nader onderzoek naar Amsterdam gevlogen en Krina is naar hem toe gegaan omdat het allemaal een beetje spannend is geworden. Wens hem allemaal maar het beste toe, een goede gezondheid en dat hij snel weer mag herstellen.

Wat ik verder doe tijdens de winterstop? Studeren. Ik ben bezig met een programma over het installeren van een operating system in mijn hoofd: een gestructureerde manier om te denken en daarmee van storende gewoontes als stress, zorgen maken, negatieve gevoelens, faalangst en al die dingen waarmee we onszelf in de weg zitten af kom. Daarvoor in de plaats komt ruimte voor creativiteit en geluk, het vermogen mijn dromen uit te laten komen en succesvol te zijn.

Daarbij leer ik internetmarketing, webdesign en werken met de Law of Attraction. Dus ik heb het erg druk. Bovendien ben ik een boek aan het voorbereiden over het avontuurlijke leven van Krina en Lutz, dat zich voornamelijk op zee heeft afgespeeld, en bouwen we met ons drieën een bedrijf dat zich ook voornamelijk op het internet afspeelt, alleen de leuke dingen doen we zelf. Maar daarover hoor je binnenkort meer ….. als we ermee online zijn.

Tot dan,

Beatrijs

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Gestrand

We waren gebleven op de Azoren, dat weet ik nog. Het heeft lang geduurd voordat ik mijn blog weer aandacht geef. Dat heeft een reden die verderop zal blijken.

Vanuit Florida waren we via Bermuda naar de Azoren gezeild. Voor de liefhebbers even wat cijfers:

Fort Pierce, Florida, vertrek 15 mei 2013, aankomst op Bermuda 23 mei, 946 zeemijl, is 1.751 kilometer in 8 dagen, dus 219 kilometer/118 mijl per dag, niet bijzonder snel dus maar wel een prettige reis.

Dan van Bermuda naar Horta op de Azoren: vertrek 29 mei, aankomst 12 juni, 15 dagen, 2844 mijl, 5267 kilometer, gedeeld door 15 is 351 km per dag, 190 mijl per dag, we; een erg mooie snelheid.

Van de Azoren naar Portugal: vertrek 30 juni, aankomst 7 juli, dat is 8 dagen. 1015 mijl en 1879 kilometer, (inderdaad, we hebben nogal wat om moeten varen, de afstand is ongeveer 800 mijl zoals de vogels vliegen) 127 mijl / 235 kilometer per dag.

Bedenk bij deze dagafstanden dat we de eerste dagen geprobeerd hebben zo langzaam mogelijk te varen om bij de Spray te blijven. Dat hebben we niet steeds volgehouden want de boot wil echt heel graag hard varen en dat is veel comfortabeler bovendien.

 

De Azoren zijn prachtige vulkanische eilanden midden in de Atlantische Oceaan, ter hoogte van Lissabon. Wij waren aangekomen met de Mauyva in de haven van Horta op het eilandje Faial. Onder zeilers is Horta beroemd omdat het een fijne haven is waar je je mede oceaanoverstekers tegenkomt, bij voorkeur in het cafe Peter Sport waar van ouds her zeevarenden hun biertjes drinken en een warme hap halen; nu de zeilers maar vroeger de walvisvaarders en de kabel leggers, voor wie de haven oorspronkelijk gemaakt is.

Krina en Lutz kijken uit over de haven van Horta, waar onze schepen voor anker liggen.

Krina en Lutz kijken uit over de haven van Horta, waar onze schepen aan elkaar voor anker liggen. Hieronder het uitzicht van Horta op het vulkaaneiland Pico.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Mooie oude boom op Pico.

Toen de Spray, zonder werkende motor, en de Abel, die bij de Spray was gebleven al die tijd, ook waren aangekomen was het weer heel gezellig. En je kunt niet in Horta liggen zonder een schilderij van je boot of je reis achter te laten, dus Krina, Geertje (van de Abel) en ik gingen een plekje zoeken om ook een bewijs van passage achter te laten.

 

 

Aan de overkant van de zeestraat ligt de vulkaan Pico waar we met Krina hebben gewandeld tussen de muurtjes van vulkanische steen door waarin, tegen de wind beschut, de druiven, vijgen en andere gewassen groeien. Mooi zijn al die rommelige zwarte stenen niet maar het is wel bijzonder.OLYMPUS DIGITAL CAMERAOLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

De haven van Horta is beroemd onder de zeilers omdat het de gewoonte is om een schilderij achter te laten die gaat over je boot of over je reis. De bootnaam staat er altijd op, dus je kunt ook voorgangers terugvinden die je al eens hebt ontmoet.  Het is geweldig om langs de vol geschilderde kademuren en over de op de grond gemaakte ontwerpen te wandelen.

 

Op de marina van Horta is het gebruikelijk dat de bemanning van alle schepen een straatschildering achterlaat. Die van Mauyva is er nog niet.

Op de marina van Horta is het gebruikelijk dat de bemanning van alle schepen een straatschildering achterlaat. Die van Mauyva is er nog niet.

Het zijn echt kilometers ‘kunst’. Zelf konden we natuurlijk niet achter blijven. Krina schilderde een koraal-met-vissen en de twee schepen, de Topas en nu de Spray, waarmee ze hier zijn geweest (boven de Zeezot). Ik maakte een walvisstaart met onze boot en een langstaaartmeeuw.

 

Daarna was het laatste stuk oceaan aan de beurt. De wind was anders dan verwacht en we maakten enorme omwegen om wind in de zeilen te houden maar het was een prachtige oversteek en eindelijk hadden we ook onze eigen walvis, die lange tijd in ons kielzog bleef zwemmen en af en toe langszij kwam om naar ons te kijken.

Op 8 juli zagen we dan eindelijk Cabo de Sao Vicente, het meest zuid-westelijke puntje van het vaste land van Europa, dat is dan wel een belevenis. De Portugese kust is steil en heeft inhammen om in te ankeren. Toen de Spray zich na een dag weer bij ons voegde voeren we samen verder naar prachtige plekken als Portimao en Faro, waar we de boot op de kant hebben gezet (bij Bruce, een erg fijne plek).

Echt zwaar werk hoor, met zo'n machine die hele boot schuren. Gelukkig heb ik hulp gekregen van een medezeiler.

Echt zwaar werk hoor, met zo’n machine die hele boot schuren. Gelukkig heb ik hulp gekregen van een medezeiler.

Nu de boten veilig op het droge stonden vertrokken we met Krina en Lutz naar Nederland, Amsterdam om precies te zijn. En daar is het gebeurd: ons huwelijk is gestrand. Dat is niet fijn om over te schrijven. At is in Amsterdam gebleven en ik ben, na te hebben genoten van kind, nichtjes en kleinkinderen, naar de boot teruggekeerd.

De boot heb ik omgedoopt in Barracuda omdat Mauyva voor niemand te onthouden of uit te spreken is. En de boot is zilvergrijs met zwarte strepen uiteindelijk, net als de vis. Alleen ben ik de romp gaan opschuren en nu is hij weer zilver. Erg mooi is ze geworden:

Barracuda is op haar mooist, zo mooi is ze nog nooit geweest!

Barracuda is op haar mooist, zo mooi is ze nog nooit geweest!

 

Na lange tijd te hebben genoten van de gemakken van het land: fijn aan je boot kunnen werken, mensen om je heen, Faro bij de hand, een erg leuke en mooi stad, vlak bij de boot een prachtig winkelcentrum om in te bekomen van het klussen en een supermarkt waarin je alles kunt kopen wat je maar wilt (zijn we niet gewend) en een doe-het-zelfzaak ook nog vlak bij. Krina en Lutz hebben mij zo’n beetje geadopteerd in die periode. We eten altijd samen, Krina kookt, Lutz helpt me met het onderhoud van de motor en wat er al niet meer aan machines zit op de Barracuda.

Ik moet ook het onderwaterschip schilderen, dat moet iedere twee jaar gebeuren.

Ik moet ook het onderwaterschip schilderen, dat moet iedere twee jaar gebeuren.

Andere zeilers die klussen aan hun boot zijn ook behulpzaam geweest: zo was er een ingenieur van Rolls Royce (vliegtuigmotoren) die mij hielp met mijn motor, die was vastgelopen. Een kettingingenieur (ja, die bestaan ook) heeft geholpen met mijn nieuwe ankerketting die echt niet geschikt was en terug moest naar de leverancier. Hij heeft me laten zien wat er verkeerd was en nu weet ik erg veel meer over kettingen dan ik had gedacht dat mogelijk was.

 

Pas half december waren we klaar met al het werk en was het tijd voor de tewaterlating. Heerlijk altijd om weer zachtjes te wiegen en te zwaaien achter het anker. De zuidkust van Portugal ligt aan de Atlantische oceaan, daar is volop eb en vloed en je ankert in rivieren en stroompjes die achter een duinenrij liggen. Het water stroomt er altijd hard. Ons voornemen was om eens klassiek te ‘overwinteren’ zoals veel zeilers dat doen: een vaste plek en in het voorjaar pas weer onderweg. Iedereen die het weten kon zei: moet je naar de Guadianarivier gaan, op de grens tussen Spanje en Portugal.

De rivier Guadiana is prachtig in de winter.

De rivier Guadiana is prachtig in de winter.

 

Op de rivier liggen de boten weer aan elkaar aan een anker. Zo hoef ik niet in de bijboot te stappen om bij de buren langs te gaan. Links de Spray.

Op de rivier liggen de boten weer aan elkaar aan een anker. Zo hoef ik niet in de bijboot te stappen om bij de buren langs te gaan. Links de Spray.

Dus dat deden we en na een heerlijk rustige reis over de oceaan kwamen we aan op de rivier. Links, aan de Portugese kant, ligt het toeristische maar charmante Vila Real de Sao Antonio en daar tegenover een echt mooi Spaans stadje Ayamonte. In de brede riviermonding kon je ankeren aan de Spaanse kant, wat we regelmatig hebben gedaan, en bij Vila Real was een nog net betaalbare marina voor een paar dagen. Verderop op de rivier, waar het veel smaller is, tussen de stadjes Alcutim (Portugees) en Santa Luca gooide ik mijn anker uit en kwam de Spray langszij zodat we ieder moment konden overstappen. Heel gezellig. En dan de ene dag boodschappen doen in Alcutim en de volgende dag in Spanje.

 

Frederike met dochter Lora in de kuip: Lora wordt nu al getraind als stuurvrouw zodat ze later met oma kan gaan varen.

Frederike met dochter Lora in de kuip: Lora wordt nu al getraind als stuurvrouw zodat ze later met oma kan gaan varen.

Familieleden kwamen op bezoek voor de gezelligheid en om eens te zien hoe het weer is in Portugal in de winter. Overdag is het vaak heerlijk in de zon maar ’s nachts is het best koud. ’s Morgens en ’s avonds moest de kachel aan en een dikke trui is geen overbodige luxe. Toch wel heel anders dan in de Carieb waar iedereen het al koud heeft als het 23 graden is.

 

Eindelijk heb ik een baby in mijn wasbak, die ik speciaal voor dit doel onredelijk diep en ruim heb laten maken.

Eindelijk heb ik een baby in mijn wasbak, die ik speciaal voor dit doel onredelijk diep en ruim heb laten maken.

We hebben echter niet zoveel geduld, dus we gingen nogal eens terug richting Vila Real en Ayamonte, halverwege stoppend bij zeilvrienden van K&L die daar een huisje hebben. Dan denken wij dat het voor ons niets is, een huisje, met steeds maar hetzelfde uitzicht. En wat moet je dan doen? Dat is toch saai? Je kan nooit eens naar een andere plek met zo’n huisje. Nee, besluiten we dan, we zijn echt zwervers geworden, steeds behoefte om het weer eens verderop te zoeken.

Aan het eind van het overwinteren had ik echt zo genoeg van die harde stroom onder de boot, alsof je altijd aan het varen bent. Het is ook gevaarlijk. Er is iemand te water geraakt midden in de nacht in dat donkere rivierwater. Als die zich niet toevallig had kunnen vastgrijpen aan mijn dinghy (de bijboot) dan moet ik er niet aan denken wat er had kunnen gebeuren. We besloten dus maar naar de Middellandse Zee te gaan, waar ze niet aan getijden doen. Je kunt er heerlijk zwemmen, zonder weg te stromen bij je boot.

De Barracuda, links de Spray en op de achtergrond de rots van Gibraltar, een kwartiertje fietsen van Spanje.

De Barracuda, links de Spray en op de achtergrond de rots van Gibraltar, een kwartiertje fietsen van Spanje.

We maakten een reis langs de kust van Spanje, kwamen langs Cabo Travelgar en zagen Marokko liggen aan de overkant. Dan Gibraltar, erg interessant om daar in de natuurlijke grotten te wandelen en ook in de kunstmatig uitgehakte verdedigingswerken aan de kant van Spanje. Ze hebben een hele stad in die rots uitgehakt zodat ze rustig een bezetting konden uitzitten. Water werd gewonnen van de rots, er zijn nog steeds richels te zien waarlangs regenwater stroomde om te worden opgevangen in grote onderaardse cisternen.

 

Gibraltaraapje, geheel onverschillig geworden voor toeristen met camara's.

Gibraltaraapje, geheel onverschillig geworden voor toeristen met camara’s.

De aapjes heb ik ook nog maar eens bekeken. Ze kijken verveeld naar al die toeristen met hun camera’s.

 

Dan volgt een prachtige tocht langs de Spaanse costas del Sol en Brava. We ankerden in natuurlijke baaien en bezochten de marina van Cartagena. Wat een stad, met dikke muren eromheen en zodra er een gebouw wordt afgebroken komen er oude bouwwerken van de Romeinen tevoorschijn. Zo ligt er midden in het stadje een Romeins theater, er is een therme, (badhuis met warm en koud water) en zelfs nog een deel van een woonhuis waarin mozaiekvloeren en muurschilderingen te zien

Schitterend plein met enorme ficusbomen in Cartagena.

Schitterend plein met enorme ficusbomen in Cartagena.

zijn. De broer van Hannibal heeft een poos geheerst over Cartagena en Hannibal zelf heeft hier zijn tocht over de Alpen voorbereid. Dus olifanten hebben ook gelopen over de straten van Cartagena.

Schilderwerk 2000 jaar oud, gemaakt door de romeinen.

Schilderwerk 2000 jaar oud, gemaakt door de romeinen.

We genieten van de rijkdom aan historie en cultuur van Europa.

Dan volgt een oversteek naar de Balearen, te beginnen met Formentera waar echt een droom van een ankerplaats is. Dan door naar Mallorca, waar we de baai van Pollença bezoeken, een van mijn favoriete ankerplaatsen: ruim, mooi, ondiep (3-5 meter) met een fijn stadje erbij. Oude villa’s op het land, omzoomd met prachtige bomen en palmbomen, die doen het altijd goed in een uitzicht.

 

Maar waarheen gaat de reis eigenlijk? Naar Cannes, waar dochter Tess het filmfestival bezoekt. Hier ga ik ook een experiment uitvoeren: Barracuda als Bed & Breakfast gebruiken via Airbnb. (een website die dit mogelijk maakt: airbnb.com) Het is een oversteek van ongeveer 40 uur. De eerste dag hebben we haast geen wind, de tweede

Als er geen wind is draait de motor en die maakt genoeg stroom om onderweg de wasmachine te laten draaien. Even buiten hangen en de was is droog. Gelukkig heb ik hem op tijd binnengehaald want een kwartier later sloeg het weer om en moest ik tegen de harde wind in boxen.

Als er geen wind is draait de motor en die maakt genoeg stroom om onderweg de wasmachine te laten draaien. Even buiten hangen en de was is droog. Gelukkig heb ik hem op tijd binnengehaald want een kwartier later sloeg het weer om en moest ik tegen de harde wind in boxen.

dag, mijn verjaardag, is er erg veel wind in de Golf van Lion. Dubbel gereefd zeil ik in mijn eentje mijn 1000ste mijl solo. En als ik wil slapen vraag ik Krina en Lutz of ze willen opletten. Ik slaap dan zittend naast de instrumenten en kan ieder moment de marifoon (onderlinge radio) horen als er iets is. En zo lukt het om op een luxe manier solo te zeilen, zonder uitgeput te raken. Onderweg sneuvelt definitief mijn voorzeiloproller. Het ding heet: de furling. Het zeil doet al ruim een jaar niet wat ie doen moet maar met z’n tweeen los je dat nog net op. Nu is het echt over. Ik moet gaan uitkijken naar een nieuw systeem. Gelukkig helpt vroegere bootbuurman Ben de Ruyter mij met deskundig advies.

Na een overnachting bij Saint Tropez belanden we in de baai van Cannes waar de opbouw van het Filmfestival al flink op gang is. De sfeer op het land is nu al geweldig, als het festival begint wordt het nog beter. Ik krijg mijn eerste twee gasten en Tess, die natuurlijk ook aan boord slaapt, helpt goed mee. We liggen voor anker en moeten de gasten heen en weer varen als ze naar het festival willen. En Tess gaat natuurlijk ook hard aan het werk op het festival. Ze heeft een film die er wordt vertoond en de zaal zit bomvol bij de premiere van ‘Don’t kill the messenger’. Het is een erg geslaagde periode, Tess bereikt veel met het maken van afspraken en het leggen van contacten. En ook de gasten hebben het erg naar hun zin, zelfs zo erg dat de dame (schrijfster Risaria) liever niet van boord wil. Haar review na afloop is dan ook heel positief.

In juni zijn er de reclamemakers die hun wedstrijd hebben. Ook hier heeft SeaB&B succes, het geld voor het rolreefsysteem van het voorzeil is helemaal terugverdiend!

En als dan alles voorbij is, genieten de twee boten van zon en rust ankerend bij de eilandjes die voor de kust liggen van Cannes. Het gaat nu echt zomeren. Ik wacht nog steeds op de komst van mijn nieuwe furling begin juli. Hierna gaan we richting Italië en Griekenland.

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Panama tot Azoren

De relatief smalle strook land die de Stille oceaan van de Atlantische oceaan scheidt is sinds de 16e eeuw een doorn in het oog van de Europeanen, die goud en zilver aan het stelen waren in Peru. Stel het je maar voor. De prachtigste voorwerpen van de indianen werden omgesmolten tot broodjes goud en zilver. Met schepen vervoerden ze die ze tot aan het smalste punt van de landbrug waar nu Panama ligt. Dan moest dat goud en zilver in manden op de ruggen van ezeltjes en dan ging het in een 80 kilometer lange tocht met reserve-ezeltjes, soldaten en ezelmenners over een smal pad, over bergen, door moerassen helemaal tot de oever aan de Caribische zee. Ondertussen stierven de soldaten aan malaria, gele koorts, slangenbeten, infecties en boze indianen.

Aan de Caribische zee waren twee grote overslagplaatsen met enorme versterkte goudpakhuizen: Portobelo, dat inderdaad in een prachtige baai ligt, en Colon.Van daaruit ging het edelmetaal per schip naar Europa als het niet onderweg gestolen werd.

Bij Colon  loopt de rivier de Chagres en die maakte dat hier de beste plaats was om een doorsteek te graven naar de andere oceaan. Al in 1534 schreef Karel de Grote een brief aan de gouverneur van dat gebied dat er een offerte moest komen voor het graven van een dergelijk kanaal. Alle Europese landen die probeerden te profiteren van een dergelijk kanaal waren het er al snel over eens dat het een kanaal moest worden dat neutraal was, voor iedereen beschikbaar.

Het zou nog tot 1855 duren voordat er een spoorweg was aangelegd van Colon aan de ene kant naar de Panama stad aan de andere oceaan. In 1880 beginnen de Fransen met het graafwerk. 17.000 werkers worden van de eilanden in de Caribische zee gehaald om het werk te doen. In Europa kocht men aandelen. De aarde van Panama is echter fragiel, als je de jungle weg kapt en de regentijd breekt aan in mei, dan spoelt de bodem weg en alles wat was uitgegraven is loopt weer vol. Bovendien stierven de werkers in de regentijd net als de mensen van de ezeltjestreinen, aan malaria en gele koorts, knokkelkoorts en andere ellende. Hoewel de lijken van de werkers werden gepekeld en in tonnen werden verkocht aan de Europese medische faculteiten, mocht ook dat een faillissement niet voorkomen.

De Amerikanen namen het over van de Fransen. In 1904 begonnen ze met het bestrijden van gele koorts en malaria. Toen pas kon er met succes gegraven worden. De Chagres werd afgedamd zodat er een groot meer ontstond. Aan weerszijden werden drie sluizen aangelegd die de schepen 26 meter optillen naar het meer en aan de andere kant weer laten zakken. In 1914 voer het eerste schip van de Atlantische oceaan naar de Stille oceaan. Hiermee besparen de schepen een weken lange tocht om Zuid Amerika heen. Dus het Panamakanaal kan enorme bedragen vragen voor de doorvaart en dat doen ze ook.

Maar dit terzijde. Wij hangen een briefje op in de marina van Shelter Bay: “twee line handlers bieden zich aan om mee te varen door het kanaal”. Je moet namelijk naast een stuurman vier mensen aan boord hebben die de touwen aanpakken van de sluismannen. Het lukt. Met een fransman en zijn vrienden vertrekken we ’s middags, volgens het schema van de sluiswachter. Met drie jachten aan elkaar gebonden varen we de eerste enorme sluiskamer, kolk, in.

Een kolk van de sluis.

Een kolk van de sluis. Rechts op de muur zie je een treintje.

Vanaf de beide kanten, tien meter boven ons, en zes meter naast ons worden dunne touwen met een bal aan het eind geworpen naar de vier line handlers; twee op ons schip en twee op het derde schip. Aan de touw maken we de lijnen van het schip vast. Die worden omhoog getrokken en vastgemaakt op de kant. Miljoenen liters water uit het kunstmatige meer vullen de kolk en ik moet de lijn inhalen op een lier om  mede te zorgen dat de drie schepen in het midden blijven liggen. In de sluis naast ons zien we een enorm schip langzaam naar beneden zakken. Vier treintjes op de sluismuren houden de grote schepen van de kant af: die hebben een ruimte van maar  een halve meter aan weerszijden! Na te zijn gestegen in drie sluizen achterelkaar is het donker geworden. We gaan voor anker op het Gatunmeer en een heerlijke maaltijd wordt geserveerd. Dan gaat iedereen te kooi om de volgende morgen vroeg de lange reis over het meer af te leggen. Dan met de sluizen naar beneden en we zijn in de Pacific!

Als we voor anker liggen voor de lunch springt de kapitein over boord om even te gaan zwemmen, zoals hij dat gewend is. Een verschrikt gezicht komt weer boven: in plaats van de 30 graden die we gewend zijn, is het water hier maar 20 graden! Koud!

We nemen een hotel in Panama stad, een beetje een vervallen vieze stad maar wel met aardige stukken erin met moderne hoogbouw en luxe appartementen. We gaan met een taxi naar de oude stad, lopen wordt afgeraden. Er is niet veel aan. We bezoeken het Panamakanaal Visitors Center bij de Miraflores sluizen. Erg interessant. Op het internet lees je meer over het Panamakanaal, daar kun je ook zien dat er hard wordt gegraven aan een nog veel grotere sluis.

Panama is een geweldig natuurgebied, vol dieren en exotische planten. De haven waarin we liggen is Shelter Bay. Het is een verzamelplaats van schepen die nog door het kanaal gaan of juist uit de Pacific komen. Het is er bedrijvig en gezellig, sommige mensen maken hun boot klaar voor de Pacific: karren vol eten en drinken worden aangesleept en reserveonderdelen worden besteld. Noodzakelijke reparaties kunnen nu nog worden gedaan, daarna zal het maanden duren voordat er weer een goede werf voor handen is.

We ontmoeten aardige Nederlanders, zoals Cees de Ria, die organische groenten kweken in Maasland. Pim en Paula zijn er ook. Met ons zessen spelen we Perudo, ons lievelings spel waarmee we al veel zeilers hebben aangestoken. Van Ria leren Paula en ik van kraaltjes 3D-beesten te maken. Ria wordt door Paula en mij aangestoken met het beestenbrei-virus.

In de Jedi, een prachtige zeilboot, een boot die wij al heel lang als favoriet hebben aangemerkt: de Sundear, ontwikkeld door de Dashews, treffen we het Rotterdamse stel Nic en José aan. Het zijn dertigers die al met pensioen zijn na de verkoop van hun internetbedrijf. We doen een grappige ontdekking. Ik ben een verzamelaar van ‘handige dingen’ in de keuken en voor het schip en voor de naaimachine bijvoorbeeld. Nu blijkt dat zij precies dezelfde verzameling handige dingen hebben. Steeds meer halen ze –letterlijk- uit de kast om te controleren of ik die ook heb. Het is erg grappig; José pakt bijvoorbeeld een opvouwbaar vergiet en dan zie je Paula bevestigend knikken: ja, dat hebben ze ook. En dit slimme lepeltje? Ja hoor. Deze siliconen bakmat? Inderdaad.

Brulaap, fotografie: José

Brulaap, fotografie: José

Nic en José zijn fervent fotografen en hebben de prachtigste lenzen. Ze zijn gespecialiseerd in dieren, vooral vogels. Samen met José trek ik een paar keer de jungle in, die bevindt zich rondom de marina dus je loopt er zo in. We horen brulapen roepen en gaan naar ze op zoek. Ja hoor, daar is een hele groep. Ze zitten ons te blijken vanaf een tak. We kunnen vlak onder ze komen en moeten oppassen dat ze niet op ons plassen. Ik laat de foto’s zien die José heeft gemaakt, die zijn mooier dan die van mij. Een andere dag gaan we op spinnenjacht. Bij een verlaten Amerikaanse bunker, het hele gebied rond het Panamakanaal is namelijk lange tijd Amerikaans

Bananenspin. Fotografie: José

Bananenspin. Fotografie: José

grondgebied geweest, wonen bananenspinnen. Ze zijn erg mooi en giftig. Voorzichtig zijn dus. Ook hier heeft José een prachtige foto gemaakt en die laat ik hierbij zien.

At is ondertussen de kuip aan het afkrabben, schuren, plamuren en schilderen. Met moeite verlaten we Panama. Nu moeten we een stuk hoog aan de wind varen, schuin tegen de passaat in. Panama ligt eigenlijk in een soort fuik: je komt er makkelijk in maar eruit is een probleem. Hoe ze dat vroeger deze met ie schepen die niet tegen de wind in kunnen varen is mij een raadsel. We zouden eerst naar Guatemala gaan, waar Pim en Paula hun boot achterlaten voor de zomer, als ze naar Nederland gaan. In het najaar komen ze terug en varen rond in de Carieb. Een goed idee, er zijn meer mensen die dat zo doen. Maar Nic heeft ons verteld over hun vrienden die voor anker lagen bij een haven en van wie de keel is doorgesneden door een stel rovers. Er zou erg veel geweld zijn in Guatemala. Wij besluiten om daarin geen enkel risico te lopen en besluiten de steven te wenden naar de Cayman eilanden, 1000 mijl naar het noorden. De oversteek begint zwaar, we varen hoog aan de wind en er zijn vervelende golven. Het is vermoeiend en ik werd er zeeziek van. Na drie dagen ben je dan wel weer ingeslingerd en kun je weer lezen, koken en andere dingen doen maar vermoeiend blijft het. De laatste dag was prachtig, een lekker windje blies ons naar die heerlijke stukje Engeland.

Cayman Islands

De Cayman eilanden staan erom bekend dat je er banken hebt die jouw gegevens geheim houden. Het is er ook een echt belastingparadijs: een paar eeuwen geleen hebben de bewoners van Grand Cayman, het eiland waar wij zijn, de bemanning van een gestrand schip gered in een storm. Koning George van Engeland heeft toen het eiland voor altijd vrijgesteld van belasting. Je kunt er bijvoorbeeld een huis kopen zonder dat je ooit nog iets hoeft te betalen aan onroerend goed belasting en als je kinderen je huis erven betalen ze geen successierechten.

Lokale leguaan

Lokale leguaan bij de marina waar we onze rubberboot parkeerden als we naar het dorp gingen.

Maar als je boodschappen doet in de supermarkt betaal je je blauw want alles is geïmporteerd. Ha, eindelijk weer organische producten, heerlijk fruit, lekkere kaasjes (niet alleen maar cheddar, een soort zeepachtige Engelse kaas) en verder alles wat je hartje begeert. Wat een luxe! En op dit eiland geen criminaliteit! De beschutte ankerplaats is 6 kilometer fietsen van het dorp maar er is nog een supermarkt dichterbij.

Om de ankerplaats te bereiken moet je via een zig-zag-paadje navigeren door het beschermende rif. Een rif is altijd aan de ene kant een gevaar voor je schip en aan de andere kant een geweldige bescherming tegen de golven van de zee. Omdat Pim en Paula hier met hun diep stekende schip ook naartoe komen, verkennen we de ingang zorgvuldig. Overal zien we ruim twee meter diepte. Als we met de fiets naar het dorp gaan zien we de boot van Cees en Ria bokkensprongen maken, ankerend op de rede van George Town, waar je je moet melden bij de douane bij aankomst. Niet alleen staan er grote golven door de wind, er varen ook snelle boten af en aan naar de zes enorme cruiseschepen die, hoog boven het eiland uit torenend voor anker liggen bij het dorp. We kunnen ze met de handmarifoon niet bereiken. Dus heb ik op de oever een plek gezocht zo dicht mogelijk bij de Mariële en dan hard op mijn vingers gefloten. Ze horen het. Met de dinghy komt Cees mij ophalen. Ik vraag waarom ze niet naar de ankerplek komen. “Wij durven niet door het rif, we steken 2,30 meter diep.” zegt Cees. Ik vertel dat wij een route weten, wijs hem aan op de kaartplotter. Hij heeft liever dat we dan meevaren, dus de volgende dag mag ik loods spelen. Het gaat gelukkig allemaal goed en het wordt al gezelliger op de bijna lege ankerplaats. Als later Pim en Paula ook komen zijn we weer met zes en doen we gezellige dingen samen, zoals met onze boot, die 1,10 m kan zijn, naar Sting Ray City, een plaats waar vanouds een grote groep mantaroggen gevoerd worden, eerst door visafval van de vissers en nu door toeroperators. Het is geweldig om te zien hoe die beesten zich laten aaien en knuffelen. Maar het blijft oppassen voor die gevaarlijke stekels op hun staart. We hebben allemaal onze fietsen meegenomen dus we kunnen ook uit fietsen gaan.

Unieke blauwe leguaan.

Unieke blauwe leguaan.

Later maken we moet Pim en Paula een trip over het eiland met een huurauto.  We  bezichtigen de blauwe leguanen, uniek voor dit eilandje. We zwemmen met tarpons, de grote zilveren roofvissen, die onder een huisje boven zee rondhangen. We kunnen ze bijna aanraken. Er zwemmen daar ook kabeljauwen en platvissen.

Een poging om de beroemde duikmuur van Grand Cayman te zien valt in het water, onder meer door veel te hoge golven. De eilanden rijzen stijl op uit zee, op een paar kilometer uit de kust is het 7 kilometer diep! Er is altijd veel vis, veel koraal en mooie rifhaaien. Jammer dus.

Als iedereen weg is ga ik aan het werk: ik maak onze zithoek opnieuw. Er liggen alleen wat OLYMPUS DIGITAL CAMERAin stof verpakte stukken schuimrubber, een rugleuning is er niet. Nu is er een fijne zitting en er is een rugleuning. Het is veel werk maar dit is de eerste plek waar je goed schuimrubber kunt krijgen.

Cuba

En als je vanuit de Caymaneilanden pal noord vaart ben je zo in Cuba. Dus wij naar Cienfuegos, waar we alweer Cees en Ria aantroffen. Een communistisch land is tegenwoordig een bezienswaardigheid. Het is erg triest om te zien dat de mensen

Mooie maar vooral oude auto's.

Mooie maar vooral oude auto’s.

niets hebben, anderzijds hebben ze wel allemaal goede kleding aan. De huizen verkruimelen allemaal want ze zijn van ‘niemand’ en er is ook niemand die geld heeft voor onderhoud. De collectieve boerderijen functioneren wel, je ziet overal landbouw, voornamelijk wordt er suikerriet geteeld. We kregen onderweg naar Havana een stukje suikerriet bij de koffie: het is heerlijk sappig en mierzoet maar op een of andere manier ook verfrissend. De snelweg waarover we reden naar Havana was vrijwel leeg. Er is geen benzine, er is geen geld voor benzine en er zijn bijna geen nieuwe auto’s. Voor ons westerlingen is dat erg leuk. De grote attractie van Havana is het enorme arsenaal Amerikaanse auto’s van voor de coup in 1959. Sommige auto’s zijn op sterven na dood maar andere zijn perfect opgeknapt en glimmen alsof ze nieuw zijn.

Of mooi opgeknapt.

Of mooi opgeknapt.

Verder is Havana een en al nostalgie: het is ooit zo mooi geweest, het was er chique, sexy en rijk. Althans voor de Amerikanen.

Er waren schitterende panden met zuilenrijen voor de gevel en enorme tuinen. In de binnenstad zijn nog een paar van die luxe hotels in bedrijf, zoals hotel Ingles, waar ons favorite terras was.

En het hotel waar de schrijver Ernest Hemingway verbleef als hij niet in zijn Cubaanse villa was

In Havana is het Hemingway voor en Hemingway na. Het is de ennige Amerikaan die door de Cubanen echt wordt gewaardeerd.

In Havana is het Hemingway voor en Hemingway na. Het is de enige Amerikaan die door de Cubanen wordt gewaardeerd.

waar hij lange tijd gewoond heeft als fel voorstander van de Cubaanse revolutie. Cubanen houden van Hemingway, aan de rest van de amerikanen hebben ze een grondige hekel. (Behalve dan dat ze eigenlijk liefst zelf in in de VS zouden willen wonen en rijk worden.) Hemingway wist natuurlijk niet dat Cuba een vazalstaat van Rusland zou worden.

Maar er zijn ook auto's van na 1959 ...

Maar er zijn ook auto’s van na 1959 …

Logeren doe je op Cuba bij de mensen thuis, er is een overheidsorganisatie die Casa Particular heet en waarbij je je kunt aansluiten. Dan komen er toeristen bij je thuis logeren. Wij sliepen bij een mevrouw in huis in een nette flat op de Prada, de mooie wandelboulevard die nog in tact is. De panden er omheen zijn tot ruïnes geworden. Onze flat ligt op de 7e verdieping. We zien uit over de Prada maar ook over de zee en over de daken van de verkruimelde panden. Op de daken zijn krotten gebouwd en daarin wonen veel mensen en honden die dag en nacht blaffen. In het centrum is een wijk waar wel veel panden zijn opgeknapt: daar waar de cruiseschepen aanmeren. Zijn die toch ergens goed voor.

In het fortmuseum van Havana leren we hoe Piet Hein die zilvervloot op de kop heeft getikt: Op een maanloze nacht liet hij roeiboten de haven in varen, de bewakers van de vloot overmeesteren en geruisloos liet hij de schepen de haven uit slepen door de roeiers. De volgende morgen was iedereen stomverbaasd dat de schepen weg waren.

In het fortmuseum van Havana leren we hoe Piet Hein die zilvervloot op de kop heeft getikt: Op een maanloze nacht liet hij roeiboten de haven in varen, de bewakers van de vloot overmeesteren en geruisloos liet hij de schepen de haven uit slepen door de roeiers. De volgende morgen was iedereen stomverbaasd dat de schepen weg waren.

De mensen willen erg graag wat verdienen, bijvoorbeeld met een fietsriksha. We rijden met een bus rond in de stad en komen zo op het grote plein waar Fidel Castro zijn toespraken houdt. De regeringsgebouwen zijn versierd met afbeeldingen van Fidel, Che Guevara, dat is de beroemde man met de alpinopet met ster erop die mensen van onze generatie, ik dus ook, op een poster aan de muur van hun tienerkamer hadden hangen. Wisten we veel dat het een moordenaar was.

Revolutionaire lectuur is nog altijd populair hier op Cuba.

Revolutionaire lectuur is nog altijd populair hier op Cuba.

Che domineert het straatbeeld nu nog steeds, hij is gestorven in 1969 en heeft daarna een mythische status gekregen op Cuba. Je moet ook geen grapjes maken over Fidel bijvoorbeeld want de mensen houden oprecht van die man en maken zich ernstig zorgen over zijn gezondheid.

De Cubanen vinden het echt leuk om met buitenlanders te praten. Ze weten allemaal waar Amsterdam ligt, dat het de hoofdstad is van Nederland en iedereen zou er graag eens een kijkje nemen. Wat een leuke mensen hier.

Che Guevara is nog steeds het grote voorbeeld.

Che Guevara is nog steeds het grote voorbeeld bijvoorbeeld met een fietsriksha.

Ankerplaats van Cayo Grande. Wat een paradijsje!

Ankerplaats van Cayo Grande. Wat een paradijsje!

Na nog een paar dagen in Cienfuegos vertrokken we naar Cayo Grande, een verweneiland waar alleen maar grote toeristenhotels staan en mooie stranden zijn. Wat is de zee daar prachtig zeg, een heerlijke ankerplaats is er. Cubanen worden er in ploegen heen gebracht om er 10 dagen lang te werken in de hotels en winkeltjes, daarna worden ze afgelost. Er wonen dus geen cubanen. Toevallig blijkt dat er de wereldkampioenschappen onderwaterfotografie worden gehouden. Dus eigenlijk een sport gecombineerd met kunst. Een beetje vreemde combinatie. De fotograaf gaat met een assistent naar een aangewezen plek op een rif en moet daar binnen een thema, bijvoorbeeld ‘close-up’ of ‘groothoeklens’, zijn of haar foto maken. In een paar dagen worden tien categorieën afgewerkt. Slechts 18 landen doen mee, meestal winnen Spanje en Italië. De Nederlanders, die met twee fotografen meedoen, winnen zilver in een categorie en zijn dol van blijdschap. Er is nauwelijks sprake van pers, er is alleen een oud docent van de School voor de Journalistiek, waar ik gestudeerd heb. Hij schrijft voor de onderwaterpers. Ik heb dus aangeboden een algemeen artikeltje voor de kranten in Nederland te schrijven en was daarmee betrokken bij het hele gebeuren.

Mijn eigen onderwaterfoto.

Mijn eigen onderwaterfoto.

At is een week naar Nederland gegaan omdat zijn broer Joop op sterven lag. Heel verdrietig, maar hij leeft gelukkig nog steeds. Veel gezondheid wensen we je Joop!

In het prachtig heldere water ligt een chonchschelp met zijn bewoner er nog in. We hebben hem netjes teruggelegd en niet opgegeten.

In het prachtig heldere water ligt een chonchschelp met zijn bewoner er nog in. We hebben hem netjes teruggelegd en niet opgegeten.

Maar ik was alleen op Cayo Largo en vond het wat gezellig met een hele ploeg samen te eten en te kletsen ’s avonds. En dan was er nog de prijsuitreiking en het eindfeest. Ondertussen kwam op de ankerplaats de catamaran Outlandish, van de amerikanen Matt en Renee, die hier al drie jaar komen. Dat is bijzonder want de meeste amerikanen willen of durven hier niet te komen. Als de douane in de VS er achter komt dat ze in Cuba waren, worden ze ervan beschuldigd dat ze ‘handelsbetrekkingen met de vijand’ zijn aangegaan en dat is strafbaar. Maar de Cubanen zetten geen stempel in je paspoort dus je hoeft nergens bang voor te zijn.

Deze manden heb ik zelf gevlochten van palmbladeren.

Deze manden heb ik zelf gevlochten van palmbladeren en heb versierd met schelpjes.

Renee en Matt hebben een grote invloed op de Mauyva: ze hebben een goed systeem bedacht om de koeling in te richten, op een boot is een koeling meestal een groot diep gat in het aanrecht en het is een ramp er iets uit te pakken of er iets in te vinden. Zij hebben plastic mandjes die over railtjes schuiven en die je er zo uit kunt pakken.  Verder hebben ze een regenkap boven hun slaapkamerluik zodat je ook met regen en wind kunt ventileren en ik leer van Renee van palmbladeren manden vlechten.

Manden in de koelkast.

Manden in de koelkast.

Jullie raden het al: we hebben gevlochten manden in de kombuis, een goed ingedeelde koelkast en ik heb een kap gemaakt voor over het slaapkamerluik.

Op weg naar Florida ankerden we met de Outlandish bij de Rosario eilanden waar we geweldig gesnorkeld hebben en duizenden vissen en koralen zagen, mooie roofvissen en zelfs een schildpad die op de bodem aan het grazen was.

We hebben een goede oversteek van twee dagen naar de Dry Tortuga’s bij Florida, een oud fort midden in zee, tussen de riffen. Prachtig daar, mooi snorkelen tussen paarse koralen en sponzen!

Key West is zo  mooi: oude huizen en oude bomen.

Key West is zo mooi: oude huizen en oude bomen.

Dan een tocht naar Key West waar we al eerder waren, een favorite plek van mij. Zo gezellig, mooie huizen, goede botenwinkels. Toen via Marathon, waar we ook al eens een fijne maand hebben doorgebracht, verder naar Miami, ook al zo’n prachtige stad. Wij ankeren bij South Beach, als vanouds de chique buurt met mooie art deco hotels en de fijnste winkelstraat van de States: Lincoln Road. Zoek maar op op internet.

We bezochten deze keer ook het Holocaust memorial, een indrukwekkend monument met fraai beeldhouw werk en duizenden namen van slachtoffers in graniet vereeuwigd. Het is een erg geslaagd monument dat veel goede informatie geeft en je echt naar binnen zuigt als het ware.

Het Holocaust Memorial is echt een landmark in Miami.

Het Holocaust Memorial is echt een landmark in Miami.

In Miami zelf vinden we een geweldige winkel: de Container Store, waar ze niets anders verkopen dan manden, bakken, houders, en andere zaken waar je iets in kunt doen. Hier vinden wij de ideale manden voor de koelkast, dezelfde als die van Matt en Renee.  At maakt van teakhout en epoxy rails en nu hebben we echt een fijne koelkast.

Maar we moeten door: we willen immers naar Europa terug varen en de Atlantische oceaan oversteken moet je doen in mei en begin juni. Eerder heb je nog teveel winterstormen uit het noorden en daarna begint het hurricaneseizoen met gevaarlijke stormen vanuit het zuiden. We gaan naar Fort Pierce, waar Krina en Lutz op de Spray ook naar opweg zijn. Samen gaan we oversteken. Maar eerst nog genieten van Florida en de fijne supermarkt die niet al te ver van de ankerplaats af is. We moeten inkopen doen voor de oversteek naar Bermuda, 900 zeemijl verderop. Ik ben nu altijd op zoek naar de juiste palmbomen om bladeren vanaf te halen voor mijn manden.

Samen steken we over. De Spray is veel langzamer dan wij, dus wij leren hoe je je schip langzaam laat varen en wel precies op het tempo van de Spray. Het is een interessante oefening en het is ook leuk om elkaar te zien varen want het is erg leeg op zo’n oceaan

Een week lang zien we niets dan de oceaan en de Spray van Krina en Lutz.

Een week lang zien we niets dan de oceaan en de Spray van Krina en Lutz.

hoor. Via de marifoon praten we soms met elkaar en we maken veel foto’s van elkaars schip. En Bermuda, dat eilandje dat echt helemaal alleen midden in de oceaan ligt, is erg mooi. Het is veruit het mooiste eiland dat ik aan deze zijde van de oceaan heb gezien. Meestal is er op het land niet veel te zien of het is lelijk, vol troep, wrakke huizen en vuilstort plaatsen. Bermuda is daarentegen heel Engels maar dan op zijn tropisch. Dus mooie cottage tuintjes maar met palmbomen. De wegen zijn er bochtig en mooi, de huizen goed onderhouden en in plaats dat je overal lidtekens ziet van de hurricanes zijn de huizen hier sterk gebouwd. Je ziet niet dat hier vrijwel ieder jaar een hurricane overheen dendert. De straatjes zijn gezellig, de huisjes netjes geschilderd in pasteltinten en er zijn in het kleine dorpje Saint George, waar we ankeren, wel twee

Je vraagt je wel eens af of ze zich soms vervelen op Bermuda.

Je vraagt je wel eens af of ze zich soms vervelen op Bermuda.

breiwinkels met vriendelijk dames erin. Scones kun je hier kopen, high tea drinken en de mensen hebben duidelijk een Engels accent. Vergelijk dat eens met de Cayman Eilanden waar het accent eerder Amerikaans is en de cultuur ook.

Op Bermuda zien we opeens erg veel Nederlandse boten. Ze zijn op weg naar huis, meestal omdat de kinderen weer naar school moeten na een jaar vrij of omat ze zelf weer moeten werken: het geld is op. Meestal zijn zeilers aan de west kant van de oceaan ‘ ’bejaarden’, zoals wij, maar nu zijn de meeste mensen in de dertig, of veertig en er zijn veel kinderen. We zijn allemaal druk in de weer met voorbereidingen voor het volgende grote stuk: de 3700 kilometer naar de Azoren waar je twee tot drie weken over doet met een zeilboot. Bij een oceaanoversteek houd je ook rekening met zwaar weer. Een weerbericht is redelijk goed tot over over een dag of vijf. Je kunt dus te maken krijgen met een storm en het schip moet tiptop in orde zijn, er moet genoeg eten.

Bermuda is een naam die de meeste mensen kennen van de bermuda broek. Maar wat dat

Een Bermudakantoorklerk trekt een nette korte broek aan met kniekousen en gepoetste nette schoenen.

Een Bermuda-kantoorklerk.

echt is weet bijna niemand! Je lacht je rot als je de echte bermudabroek ziet. Het is namelijk een broek voor bij een mannenpak maar dan kort, tot net boven de knie. En daar onder dragen ze dan zwarte kniekousen en gepoetste zwart nette schoenen, tussendoor bleke, harige knieën. Het is een dracht voor naar kantoor. Echt grappig. Hierbij een foto die ik nam in Hamilton, het hoofddorp.

We ankerden samen met Krina en Lutz en de Abel. De bewoners van de Abel hebben we leren kennen in Bermuda. Ze hebben een aluminium boot, een beetje zoals die van ons maar dan wat kleiner. Ze zijn allebei huisarts en heel aardige mensen, ze houden ook van Perudo spelen. Fijn voor Krina en Lutz, die absoluut verslaafd zijn. Dus iedere avond van zeven tot negen speelden we samen. Soms aten we ook met z’n zessen.

Kaart van de oceaan met daarop de namen en posities van de boten in het radionet.

Kaart van de oceaan met daarop de namen en posities van de boten in het radionet. Het muntje bij de muizen ligt op Bermuda, da munt rechts is Horta met reeds aangekomen boten.

Op weg naar de Azoren heb ik ons schip aangemeld op het korte golf radionetje van een groep Nederlandse boten. Ik heb me meteen opgegeven als presentator. Wij zaten toen midden op het traject van bijna 4000 kilometer, terwijl de initiatiefnemers alweer bijna in de havenplaats Horta, waren aangekomen. Het bleek erg leuk om te doen. Een voor een roep je de aangemelde boten op en vraagt hun positie in noorderbreedte en westerlengte, dan de afgelegde dagafstand en of ze verder nog iets te melden hebben. Sommigen hebben dan dolfijnen gezien, of walvissen, iemand heeft zelfs in een hele school orka’s gelegen! Wij zagen trouwens maar een enkele walvis, een vinvis. Zie foto.

De kop van een vinvis, hij zwemt van links naar rechts.

De kop van een vinvis, hij zwemt van links naar rechts.

Toen de tropische storm Andrea vanuit het zuiden en de VS naar ons toe kwam en een echte storm zou worden, heb ik aan het net een weerpraatje toegevoegd. De boot de Vrijheid, die wij op het net tegen kwamen en al kenden vanuit de Canarische eilanden, heeft aan boord Erik die veel met het weer bezig is. Hij werd onze weerman. En zo hebben we het heel leuk gehad op de oceaan. We konden de storm vermijden door wat zuidelijker te gaan varen. Op de oceaan heb je alle ruimte om uit te wijken.  Op de foto zie je een zeekaart van de Atlantische oceaan met op de papiertjes de namen van de boten op hun positie.

Op de marina van Horta is het gebruikelijk dat de bemanning van alle schepen een straatschildering achterlaat. Die van Mauyva is er nog niet.

Op de marina van Horta is het gebruikelijk dat de bemanning van alle schepen een straatschildering achterlaat. Die van Mauyva is er nog niet.

En zo zijn we in twee weken naar Horta gevaren waar we welkom werden geheten met een borrel door de boten van het radionet die er al waren. En steeds komen er meer van ons binnen. De Spray (met motorpech) met Krina en Lutz, en de Abel met Casper en Geertje, die ook op windstille dagen bij de Spray zijn gebleven, zijn pas aangekomen.

We hangen nog wat rond op deze heerlijke plek, bezoeken later nog een ander eiland van de Azoren, dan steken we over naar de zuidkust van Portugal, een kleine 2000 kilometer die we in een week zullen afleggen, en dan zijn we weer vlak bij huis, voor ons gevoel dan.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Curaçao, Colombia en Panama

Curaçao is een beetje home-away-from-home geworden voor ons. Een vaste groep bootbewoners (zeilers noem ik het niet) en een wisselende groep bekenden en minder bekenden ligt in het grote beschutte Spaanse Water, het sociale leven is zo druk als je wilt. Op happy hour, vrijdags vanaf zes uur, komen ook eilandbewoners en zo leer je lokale mensen kennen. Wij hebben twee heel fijne vrienden overgehouden van happy hour: Peter en Dorreen. We missen ze nu al. Beide zijn opgegroeid op Curaçao,  vertrokken naar Nederland voor een studie en werk, trouwden met iemand anders, kregen kinderen en zijn elkaar een paar jaar geleden weer tegengekomen. Nu zijn ze terug op het eiland. Uiteindelijk voelen eilanders zich hier het meeste thuis.

Lange draden, gesponnen met vliegtuigvluchten en internet, verbinden ouders met kinderen en kinderen met ouders over de oceaan. Een beetje wat wij nu ook hebben: eigenlijk zijn de kinderen te ver weg. Dat is ook waarom wij naar de Middellandse Zee terugkeren deze zomer.

Wij boften omdat dochter Tess met vriend Chris op bezoek kwamen. We zeilden naar Bonaire en reden een rondje om het eiland.

Het zout ligt te drogen en wacht op vervoer.

Het zout ligt te drogen en wacht op vervoer.

Tess en Chriss

Tess geniet in de hangmat op het strand.

Tess geniet in de hangmat op het strand.

Na ons verblijf in Amsterdam afgelopen zomer bleven we in het Spaanse Water rondhangen omdat er in November een nieuw kindje zou worden geboren in Amsterdam.

Kleine Lora

Kleine Lora

Ik ben er alleen heen gegaan terwijl At de boot opnieuw schilderde en zoon Tim op bezoek kreeg. In Amsterdam werd de snoezige Lora geboren bij kersverse moeder Frederike en vader Stefan. Helaas werd het klimaat me weer te gortig en besteedde ik een groot deel van de tijd ziek in bed en de rest van de tijd moest ik het hoestend en zonder stem doen. Dit is een van de redenen dat wij niet meer in Nederland verblijven ’s winters.

Lionfish, de plaag van de Caribische zee. At is er dol op!

Lionfish, de plaag van de Caribische zee. At is er dol op!

Ondertussen kreeg At bezoek van zoon Tim. Terug gekomen zijn At en ik gaan duiken om het onderwaterlandschap van dit eiland te bewonderen. Dan anker op en op naar Cartagena voor kerstfeest en oud-en-nieuw met vrienden Pim, Paula, Krina en Lutz en de

Oud en nieuw in Cartagena: de jaarwisseling maar ook de stad.

Oud en nieuw in Cartagena: de jaarwisseling maar ook de stad: een oude muur, achter de baai ligt een nieuw deel van de stad. Hotels en flats, malls en kantoren.

nieuwe gezichten van dierenartsen Matilde en Wim, zij doet de gezelschapsdieren en hij is gespecialiseerd in het opereren van paarden.

Stadspoort Cartagena

Stadspoort Cartagena

Spaanse balkons...

Spaanse balkons…

Cartagena is een prachtige ommuurde stad met gezellig straatjes, spaanse balkonnetjes en leuke winkeltjes. Na het wat te warme en benauwde Curaçao genieten we van wat koelte. Ook is hier de bevolking erg ijverig en het ritselt er van de winkeltjes, sommige zo groot als een kast of desnoods een dienblad maar geld verdienen is hier prioriteit nummer 1. Heel anders dan op Curaçao waar uitkeringen de mensen passief houden.

Dit is echt een fijne stad en Colombia is een prachtig land waar we niet genoeg van gezien hebben helaas.

Straatbeeld: iedereen heeft een winkeltje, al is het ter grootte van een dienblad.

Straatbeeld: iedereen heeft een winkeltje, al is het ter grootte van een dienblad.van hebben gezien helaas.

 

De koffieshop is mobiel.

De koffieshop is mobiel.

 

 

 

 

 

Na Cartagena bezochten we een paar uur zeilen verderop de Rosarias eilanden en toen de Sint Barnard eilanden. Heel bijzonder daar was een klein eilandje, ter grootte van anderhalf voetbalveld, dat door de bewoners zelf is gemaakt op een ondiepte van conch(konk)schelpen, waarschijnlijk door maroons, weggelopen slaven. De bewoners zijn allemaal nog steeds zwart terwijl de rest van de bevolking gemengd indiaan, spanjaard en zwart is.

Isla Islota, een zelfgemaakt eilandje, van comch schelpen.

Isla Islota, een zelfgemaakt eilandje, van comch schelpen.

Hutje mutje wonen

Er is van alles te koop hier.

Er is van alles te koop hier.

de mensen op elkaars lip, leven van de visserij en wat er te ruilen valt met de bevolking van het land. Omdat er erg veel kinderen zijn en de bevolking toeneemt, groeit het eilandje gestaag. Je kunt de conchschelpen

Middenin het eiland staat een kruis. Er zijn hier veel prullenbakken, het is netjes!

Midden op het eiland staat een kruis. Er zijn hier veel prullenbakken, het is netjes! links zie je de kappaer staan: een jonge man heeft een kam en een scheermesje, daarmee weet hij de prachtigste kapsels te maken.

gewoon zien liggen.

Bouw je eigen eiland van conchschelpen, je kunt het uitbreiden als er te weinig ruimte is.

Bouw je eigen eiland van conchschelpen, je kunt het uitbreiden als er te weinig ruimte is.

Daarna was het een flinke oversteek met aardig hoge golven en een hoop wind naar de San Blaseilanden van Panama. Vlak boven de grens met Colombia ontmoetten we onze eerste echte indianen.

De Kuna indianen van Panama

Een kunadorp lijkt erg veel op een openluchtmuseum.

Een kunadorp lijkt erg veel op een openluchtmuseum.

Het is een strijdlustig volk, de Kuna indianen van Panama. Door hun doorzettingsvermogen hebben ze onafhankelijkheid verworven binnen Panama zodat ze als autonome groep hun eigen leefwijze kunnen handhaven. De vraag is nu of hun cultuur ook bestand is tegen de moderne tijd.

Onze eerste kennismaking met de Kuna is meteen een goede. De Kuna leven onder strenge leiding van henzelf, Een paar dagen per week komt het congres bijeen, alle mannen boven de 18 moeten erheen. De klank van een conchschelp is het signaal dat iedereen moet komen in de grote hut van het congresso. Hier mag je geen foto’s maken. De hut is ongeveer 10 bij 20 meter, flink hoog en het klimaat is er heerlijk koel. De wanden bestaan uit stokjes die met een kleine tussenruimte de wind de kans geven door de ruimte te blazen. Het hoge rieten dak vangt warmte op en voert die af. In het midden bungelen een stuk of acht hangmatten voor de hoogsten in rang (meestal mannen), de rest van de mannen zit op een houten bank of stoel. Hier wordt alles besproken, beslissingen worden genomen, regels vastgesteld, problemen opgelost en ruzies bijgelegd. Ik probeer me dan voor te stellen hoe Job Cohen met stoffige blote voeten zachtjes zwaaiend in een hangmat de gemeenteraad voorzit. De vrouwen vergaderen apart.

Mannen verdienen geld door kokosnoten te oogsten en te verkopen aan schepen uit Cartagena: aan de kust zijn geen steden en geen wegen, de handel wordt dus over zee gedreven door deze schepen die veel te zwaar beladen zijn, er zijn hier grote golven!

Zwaae beladen kokosnoten boot.

Zwaae beladen kokosnoten boot.

Kokosnoten zijn echt geld van de Kuna. 60.000 stuks gaan naar Colombia.

Kokosnoten zijn echt geld van de Kuna. 60.000 stuks gaan naar Colombia.

Ons eerste dorp, Perme, heeft een conservatief beleid. Wat betekent dat voor de mensen? Geen licht, nog net wel stromend water, buiten op ‘straat’ en geen radio of telefoon. Om 5 uur ’s morgens staan de kuna op, de mannen gaan in hun ulu, boomstamkano, naar hun plotje land om kokosnoten te halen of te vissen. De vrouwen zorgen voor de kinderen, het huis, eten bereiden ze verdienen het geld door mola’s te maken en te verkopen.

Onze eerste mola, een kunstwerkje gemaakt met naald en draad en een heleboel lapjes.

Onze eerste mola, een kunstwerkje gemaakt met naald en draad en een heleboel lapjes.

Mola’s zijn doeken waarop patronen in meerdere lagen stof met piepkleine steekjes zijn vastgenaaid. De mola’s worden zelf gedragen op de borst en rug maar vooral verkocht aan reizigers zoals wij. daarboven zijn mouwen van dunne stof gezet en er onder dragen ze

Een jonge dame in kunadracht: veel kralen, een mola om het bovenlichaam met mouwen en als rok een geknoopte lap.

Een jonge dame in kunadracht: veel kralen, een mola om het bovenlichaam met mouwen en als rok een geknoopte lap. Zij draagt een vrij korte rok maar dat is een uitzondering.

een lap als rok tot over de knieen. Op het hoofd hebben ze meestal een rode doek, die heeft te maken met de Kuna religie. Om hun onderbenen zitten kralen in geometrische patronen. Die kralen verwikkelen de vrouwen in een levenslange strijd tegen de zwaartekracht: de meeste kralenwerken hangen slordig rond de kuiten. Op hun onderarmen dragen ze ook kraaltjes.

De kralen op de benen en de mola’s zijn ontstaan doordat de missionarissen in de jaren 50 de Kuna wijsmaakten dat ze zich niet mochten tatoeeren. Toen hebben ze besloten de patronen op stof te maken. Je moet wel toegeven dat je beter en vaker een lap stof kunt verkopen dan je huid.

De beenkralen worden geregen op een model van het onderbeen in hout.

De beenkralen worden geregen op een model van het onderbeen in hout.

In Panama, dat maar een paar graden boven de evenaar ligt, is het rond half zeven stik donker. Bovendien komen rond die tijd de muskieten in aktie. De Kuna kruipen dan in hun hangmat, onder de klamboe en gaan slapen. Je ziet immers geen hand voor ogen. De hutten zijn opgebouwd uit vrij dun hout, vaak wordt bamboe gebruikt. Ook hier stokjes naast elkaar, de deur is meestal van mooi dit teakhout en soms zit er zelfs een slot op.  Het dak is gemaakt van palmbladeren en iedereen verzekert ons dat het geheel waterdicht is, zelfs in de regentijd als alles druipnat is.

Een indiaan neemt ons mee de rivier op en laat ons enkele Kunagraven zien, die op  mooie plaatsen langs de rivier staan.

Kunagraven met wat gebruiksartikelen erop.

Kunagraven met wat gebruiksartikelen erop.

Wat een prachtige tocht maakten we met de rubberboot op de rivier.

Wat een prachtige tocht maakten we met de rubberboot op de rivier.

Wij moeten bukken om binnen te komen. De Kuna zijn, na de pigmeeen, de kleinste mensen van de wereld. Vrouwen hebben vaak de gestalte van een kind van 10 jaar. Ze willen niet op de foto helaas, ze zien er altijd kleurig uit met hun kralen en doeken. Binnen bestaat de vloer uit aangestampte aarde en is hobbelig. Wij krijgen altijd een plastic stoel aangeboden. Kinderen, oma’s en honden

De boomstam kano is hier wat bij ons de auto is. Ook boten van moderne materialen worden in deze vorm gemaakt.

De boomstam kano is hier wat bij ons de auto is. Ook boten van moderne materialen worden in deze vorm gemaakt.

worden eerst van de stoel afgejaagd. De vader heeft zelf een plastic stoel en de moeder zit vaak in een hangmat, liefst met een kind aan de borst. Voor het zogen heeft hun molajakje een horizontale rits aan de voorkant.

Voordat we in huis komen zijn we eerst door kindertjes de tuin in genodigd. De kinderen zijn erg vrolijk, moeten erg lachen als ze ons zien en roepen ‘Ola, Ola!’ en dan moet je zwaaien en zelf ook ‘ola’  roepen. Sommigen tronen je aan de hand mee de omheinde tuin in. In de tuin staan een paar hutten. Een hut is de keuken. Potten, pannen en andere keukenspullen staan op rekjes. In de grond steken drie stukken ijzer, daartussen liggen boomstammetjes met een smeulende punt naar het midden. In de stokjesmuur is een wat grotere opening gelaten om extra wind over het vuurtje heen te laten blazen. Moet er iets worden gekookt, dan gaat er wat kokosnotenvezel bij de smeulende stammetjes, de stammetjes schuiven op naar het midden en een vuurtje ontstaat. Omdat iedereen in een gortdroge hut met palmbladerendak woont, is het gevaar voor brand enorm groot dus iedereen is heel erg voorzichtig. De indianen eten erg eenvoudig: wat rijst, bonen, een beetje kip of vis, soms mais, kokos of een vrucht.

In een andere hutten wordt geslapen door families: zussen van elkaar. De mannen trekken in bij hun vrouw in de tuin van haar ouders. Hij neemt alleen zijn kleren mee. En lopen dingen mis, dan vertrekt hij weer.

Kleding hangt netje aan het dak. De grond is van aarde dus daar laat je liever niets op liggen.

Kleding hangt netje aan het dak. De grond is van aarde dus daar laat je liever niets op liggen. Hier staat een bed, er zijn geen lakens.

Er zijn hangmatten maar tegenwoordig zie je ook bedden.  De kleding hangt keurig gewassen op hangertjes aan een stok van het dak. De mola’s en de rokdoeken hangen opgevouwen over een stok. Soms tref je op de vloer een kist met houten poppen aan. Deze poppen zijn gemaakt door de medicijnman of –vrouw. Ze leven en gaan op zoek naar problemen die je hebt in de lichaam of in je geest en verhelpen die dan. Dat ik deze foto mocht maken is echt heel bijzonder want de Kuna hebben het niet zo op fotograferen.

Een riool is er niet op de eilanden. Ieder gezin heeft een eigen hokje op een gammel steigertje dat een gat heeft boven de zee. Wat ze in het donker doen weten we niet, die steiger kun je dan in ieder geval niet vinden. Maar stinken doet het nergens.

De Kuna die wij na die eerste keer ontmoeten wonen allemaal op koraaleilandjes die uit hun voegen barsten van de hutten. Vroeger woonden de stammen op het vaste land bij een rivier. Wij hebben het geluk dat we hier zijn in de droge tijd, als het waait uit het noorden, ruwweg in de winter en het voorjaar. In de natte tijd is het hier erg benauwd en stikt het er van de muggen. Omdat veel indianen ziek werken van

De geneespoppen, absoluut geen kinderspeelgoed.

De geneespoppen, absoluut geen kinderspeelgoed.

bijvoorbeeld malaria, zijn nogal wat dorpen verhuisd naar de eilandjes. Hier heb je vrijwel geen insecten en dat is een zegen natuurlijk. Alleen het eerste dorp waar we waren lag op het vaste land.

Indianen van de San Blas wonen in een schitterend natuurgebied met droomeilandjes met zandstranden en palmbomen. De zee is blauw en het water lekker warm. Voor ons zeilers is het een paradijsje met als bijzonderheid de ontmoeting met deze mensen die zo uit het stenen tijdperk komen. Als je ankert bij een onbewoond eilandje komen er toch

De groenteman komt langs in een ulu.

De groenteman komt langs in een ulu.

indianen langs in hun boomstamkano. Daarmee steken ze rustig de ruige zee over, al is het alleen maar om $5 liggeld op te halen, wat vis, groente of kokosnoten te verkopen of het zijn vrouwen met mola’s. Die kun je dan op je gemak bekijken, onderhandelen over de prijs of vriendelijk bedanken omdat je de mola’s niet mooi vindt. ‘Pane malo!’ roep je dan, dat betekent ‘tot morgen’. Eindelijk valt er ergens iets moois en bijzonders te kopen. Dat is voor het eerst deze reis.

In de verschillende dorpjes zijn indianen naar ons toe gekomen om ons het dorp te laten zien en er over te vertellen. Ik ben heel blij dat ik mezelf Spaans heb geleerd want nu kan ik daar volop van genieten. Ik hoor onze gidsen uit over hun leven en ze nodigen ons uit bij hen thuis wat echt heel bijzonder is.

Ook kinderen komen naar ons toe en zijn benieuwd naar ons land. Ik geef ze een boekje

De kinderen bekijken graag de foto's van Nederland. Ze mogen in de dingy zitten.

De kinderen bekijken graag de foto’s van Nederland. Ze mogen in de dingy zitten.

met luchtfoto’s van Nederland. Al snel is er een hele groep kinderen aan het lezen en praten met elkaar.

Meerdere keren ontmoeten we even de Saila, dat is de

Kunacode, deze tekeningen staan voor 6 uur zingen. Echt een schrift zou ik het niet noemen.

Kunacode, deze tekeningen staan voor 6 uur zingen. Echt een schrift zou ik het niet noemen.

chef of het opperhoofd van het dorp. En we maken kennis met een medicijnman die ons het Kuna ‘schrift’ laat zien; een reeks tekeningen die bedoeld zijn als hulp bij het zingen. De medicijnman moet soms uren lang zingen bij een zieke. Die liederen gan over de duivel, over planten en als in het lied de genezende plant voorkomt moet die op dat moment ook worden toegediend. Het is jammer dat deze man, van 88 jaar oud, niemand kan vinden die het schrift wil leren tekenen, de liederen van soms zes uur lang wil leren of wil leren hoe de medicijnen worden gemaakt. Dat is echt heel zonde en ik hoop dat er mensen zijn die alles op schrift en video vastleggen.

Ik kon het niet laten: ik moest een keer in z'n ulu varen. Pim peddelt mee.

Ik kon het niet laten: ik moest een keer in z’n ulu varen. Pim peddelt mee.

Een heel grote medicijnpop op het eiland Pinos.

Een heel grote medicijnpop op het eiland Pinos.

In een dorpje is een ‘museum’ en daar gaan de Panoramix van Pim en Paula en onze Mauyva voor anker. We vallen met onze neus in de boter want er is een bruiloft. Eerst bezoeken we het museum. Het is geheel in Kunastijl: het is een hutje. De deur zit op slot maar er komt een oudere dame aan die een sleutel van de deurpost pakt om de deur open te doen. ‘Tres’, zegt ze. Nee, zeggen wij, we zijn met ons vieren. We lopen maar naar binnen. Langs de wanden staat wat artefacten zoals de houten geneespoppen en modellen van ulu’s, schelpen, met de hand getekende informatieborden in de vorm van een

At, Pim, Paula en Andres. Hij heeft een Apple computer thuis, maakt kralenwerken en heeft veel gereisd.

At, Pim, Paula en Andres. Hij heeft een Apple computer thuis, maakt kralenwerken en heeft veel gereisd. We hadden echt een vriendshcap opgebouwd.

stripverhaal. Zo ga ik begrijpen waarom de albino’s hier in hoog aanzien staan. Indianenvriend Andres heeft al verteld dat het is omdat de blanken nu eenmaal intelligenter zijn dan de indianen. Nu zie ik dat er een mythe is waarin een maansverduistering wordt veroorzaakt door een draak. De draak kan uitsluitend worden verslagen door een albino.

We hebben heel wat albino’s gezien in de dorpen: meestal met hoed, lang mouwen en broek en een ernstig beschadigde huid. De Kuna waren vroeger nogal pragmatisch als het ging om mensen met een afwijking: alle baby’s die niet helemaal gezond waren of afweken werden meteen gedood. Dat mocht natuurlijk niet van de missionarissen dus nu blijven ze allemaal leven. En door inteelt zijn er nogal wat mensen met een handicap. Wie echt niet goed bij zijn hoofd is moet in een hok en wordt gevoerd, zo hebben we al eens gezien.

We hebben trouwens een keer een heel nest missionarissen op zo’n eiland gezien: acht enorm dikke, bleke en grote vrouwen en mannen van het Amerikaanse platte land, leden van een klein onbekend kerkgenootschap. Ze kwamen hier op bezoek om wat te zingen in de kerk, te knutselen met de kinderen en, het zou niet leuk worden, een begrafenis te leiden. Een vrouwelijk lid van de kerk was juist overleden en de Kuna wilden de vrouw op hun eigen manier begraven. De acht vette amerikanen probeerden die avond ze te dwingen om het op hun manier te doen. Gelukkig hebben de Kuna ze uit de kerk gezet maar het geeft wel aan wat een respectloze mensen die missionarissen zijn.

Enfin. In het museum zou een gids werken die vertelt over de Kuna Mister Davis. Veel indianen hebben een Amerikaanse naam aangenomen speciaal voor de buitenlanders die de ingewikkelde Kunanamen niet kunnen onthouden. Maar Mister Davis was dronken want hij was op de bruiloft. Hij kon niet komen maar wij mochten wel naar de bruiloft. Een indiaan die ook naar het museum was gekomen, inde de toegangsprijs van drie dollar, daarom zei de mevrouw natuurlijk steeds ‘tres’.  Met de oudere vrouwen kun je niet praten omdat ze niet naar school zijn geweest waar tegenwoordig alle kinderen Spaans leren.

Wij naar de grote feesthut. Daar werd lol gemaakt. De Kuna drinken erg weinig alcohol, wat de redding is van hun bestaan. Maar als het feest is maken ze chicha, een brouwsel van suikerriet, koffie, cacao en kokos dat in grote aardewerken kruiken in de hut staat te gisten en met de dag rijker wordt aan alcohol. De mannen, met een zwarte broek, roze hemd en zwart hoedje, dansen samen in een kringetje, ze geven de kalebassen waaruit ze drinken met chicha aan elkaar door en roken sigaretten en hash. Wij zitten te kijken op een bankje maar worden al snel uit elkaar gehaald; At en Pim moeten aan de mannenkant zitten en Paula en ik bij de vrouwen. Daar is het een en al feest. De oude dametjes zijn stom dronken en dansen met ons in het rond. Jonge meiden lopen rond en delen rum uit en lolly’s, wij moeten ook meedrinken. Iedereen spuugt  vrolijk op de aarden vloer. Zo blijft al dat stof en zand mooi liggen.

Ik voel me een beetje een pottenkijker op dat feest. Iedereen draagt zijn mooiste kleren, de vrouwen hebben niet alleen hun beste mola’s aan, ze hebben ook roze rondjes op hun wangen geschilderd en een zwarte streep over hun neus getrokken. Hier is een grote neus een schoonheidsideaal en onze westerse neuzen zijn enorm vergeleken met hun neuzen, nu voel ik me eindelijk een keer trots op mijn neus. Als de indianen een toekan hebben geschoten nemen de vrouwen de enorme snavel van de toekan en wrijven die langs hun neus,  in de hoop dat die hierdoor groter wordt.

Een oudere vrouw is gaan zingen op een hoge indringende manier. Het klinkt echt als Kunazang. Je hoort hier nooit iemand zingen, behalve in de kerk. Nu krijg ik een beetje een idee van hoe dat moet hebben geklonken vroeger.

Maar als je zelf niet dronken bent is het niet lang leuk in de hut dus we wandelen nog even door het dorp en gaan weer naar de boot terug.

Kunakinderen weten zich goed te vermaken. ze bouwen vliegertjes van een stuk tijdschrift

Heerlijk vliegeren.

Heerlijk vliegeren.

en die vliegers blijven uren lang staan in de lucht!  Ik heb een vlieger gekregen van een meisje.

Spelen met een doos.

Spelen met een doos.

Een A-4tje, drie stokjes, een lange sliert geknoopte lapjes en wat vistouw: mijn vliegertje.

Een A-4tje, drie stokjes, een lange sliert geknoopte lapjes en wat vistouw: mijn vliegertje.

Een doos is ook fijn om mee te spelen.

Op weg naar de boot trapt Pim bijna op deze giftige slang.

Op weg naar de boot trapt Pim bijna op deze giftige slang. Inderdaad, je moet goed kijken om hem te zien!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De volgende dag is het weer eens tijd voor wat anders. We gaan naar een ankerplek bij zo’n idillisch tropeneilandje en ontmoeten daar weer onze vrienden Krina en Lutz. We zijn weer zeilers onder elkaar en we wisselen verhalen en ervaringen uit. En koffie natuurlijk plus wat tips waar je het beste kunt snorkelen.

De avond valt ...

De avond valt …

 

 

 

 

 

 

En dan reizen we Kuna Yala (kunaland) uit, richting het Panamakanaal. We gaan niet met de boot door het kanaal want we keren dit jaar terug naar Europa: de Middellandse Zee is echt veel dichter bij de kinderen en kleinkinderen en onze Nederlandse vrienden zodat we niet de Pacific over gaan zeilen. Maar we gaan wel proberen om op andere boten mee te varen door het Panamakanaal. We liggen in een marina in Shelter Bay, vlak bij de ingang van het kanaal. De volgende keer lezen jullie hoe het is om het kanaal met de sluizen door te varen. Een groot avontuur staat ons te wachten.

Geplaatst in Uncategorized | 3 reacties

DR, PR, maagden, ABC

Een code lijkt het wel. Vanaf het extreem prachtige en blauwe Sand Island staken we in een krappe 21 uur over naar de noordkust van de Dominicaanse Republiek: de DR (Amerikaanse uitspraak: Die Ar) geheten. Deze republiek ligt samen met het geruïneerde Haïtiop het eiland Hispaniola. Wij verwenden onszelf met de mooie, luxe nieuwe Ocean World Marina die een terrein deelt met een zeezoogdieren park.

Van de DR hebben we niet genoeg gezien om er een oordeel over te kunnen hebben. We namen een busje om Puerto Plata (zilverhaven) te bezoeken. Deze stad heeft een fort dat de haven bewaakt. De haven is industriegebied en er loopt een vuile rivier in die het water smerig maakt. De stad zelf is niet veilig of aantrekkelijk voor bezoekers. De foto hiernaast geeft geen representatief beeld.We namen een gids in de arm voor een wandeling naar het fortje en om met de kabelbaan de berg op te gaan voor

Uitzicht over Puerto Plata

een mooi uitzicht.

We kijken naar het sigarenbouwen.

Het busje naar Puerto Plata werd steeds voller.

In de DR zagen we voor het eerst sinds lange tijd bergen. De Amerikaanse oostkust is geheel vlak, Florida is zo vlak dat het land zelfs hol staat, de Florida Keys en de Bahama’s bestaan uit vlakke koraalplaten dus geen berg te zien. De DR heeft een aantal hoge bergketens die de vochtige oceaanlucht uitnodigen om wolken te vormen die zich vervolgens in de middag leegregenen om het land vruchtbaar te maken. De regen spoelt met aarde en modder uiteindelijk de zee in die daardoor troebel wordt en daarmee niet aantrekkelijk om in te zwemmen.

We bezochten het waterzoogdieren park dat shows verzorgde met de dieren. Vrolijke jonge mannen deden met veel humor ‘grappige dingen’ met de dieren, zoals schuifelen met de zeehonden en de dieren deden betrekkelijk vrolijk mee. De show met de nurse sharks, (niet vertalen met verpleegsterhaaien want dat zijn

Schuifelen met de zeehond. Op de achtergrond zie je de masten van de marina.

gevaarlijke menseneters,  nurse sharks zijn de zwarte bodemhaaien die wij hebben gezien op de Bahama’s) was interessant omdat we nu van dichtbij konden zien hoe die beesten eten: als ze een hapje kregen hoorde je een enorme smak want ze zuigen met kracht het eten naar binnen. Ze hebben een soort vacuümpomp in hun bek. Hiermee kunnen ze grote zeeslakken uit hun schelp zuigen. De haaien werden zelfs opgetild door hun trainers, toch kwamen de haaien braaf zelf aanzwemmen toen ze aan de beurt waren voor hun kunstjes.

 

 

 

Een uitstapje

Samana, aan de oostkust, was de volgende bestemming want daar liggen bijzondere eilandjes, zo hadden we gehoord van andere zeilers. Onderweg praat je met andere zeilers die het gebied kennen en vertellen wat zij mooi vonden, zo improviseer je hoe je uiteindelijk gaat varen en waar je stopt.

Samana werd het dus. Na een nachtelijke rit waarbij 20 kilometer uit de kust kakkerlakken aan boord vlogen (allemaal dood gemept) kwamen we aan in het dorp. Hier zie je overal bromfiets taxi’s en met Juan, een aardige en goedlachse vent gingen we naar de supermarkt. Hij bood ook aan naar een mooie waterval te gaan. We hadden al gehoord dat die hier was dus dat wilde ik wel. Er zijn in dit soort gebieden geen folders of toeristenbureau’s dus wij met die aardige vent mee. At had nog wat handdoeken en badkleding gehaald op de boot en een camera want je kon zeker zwemmen bij die waterval had Juan gezegd. Toen het maar verder en verder ging vroeg ik hoe ver het eigenlijk was. Nog 20 kilometer! De weg slingerde door de bergen en was niet echt comfortabel. We reden inmiddels in de wolken! Toen stopte onze bestuurder en zei: je moet straks ook nog een stukje op een paard rijden hoor! OK, we zien wel.

Een stukje waterval: ik had alleen een telelens bij me en we stonden te dicht bij.

En ja hoor, langs de weg stopten we en daar stonden twee muilezels opgezadeld. Wij erop en met twee jonge mensen ondernamen we een hachelijke tocht over knobbelige natte keien door het regenwoud. De ezelpaardjes glipten met hun hoefjes van de keien en de jongelui liepen de hele weg (ruim een half uur steile hellingen op en af) op hun kaplaarzen. Dan kom je bij een trap en loop je nog 200 meter trappen af tot je eindelijk bij een mooie kleine waterval kwam met modderig water. Nee, van zwemmen kwam er niets meer maar toch werden we doornat want, zoals je aan het woord ‘regenwoud’ al kunt zien, blijft het er nooit lang droog.

Doorweekt kwamen we bij de bromfietstaxi aan. Nu nog 25 kilometer over de weg!

Enfin, zo gaat dat in de DR. Het was een mooi avontuur dat ons nog lang zal heugen.

 Wie geen fiets of brommer heeft in deze contreien, pakt gewoon het paardje.

 

 

 

 

Dan die eilandjes bekijken die tegenover Samana in de enorme baai liggen. Ik zal de foto’s voor zich laten spreken.

 

 

 

 

 

 

 

 

De beruchte Mona Passage

Van de DR steek je over naar de PR: Puerto Rico. De zeestraat tussen de eilanden heet de Mona Passage en is berucht vanwege de windwervelingen, stromingen en woeste onweersbuien die hier de zeelui teisteren. Er zijn veel theoriën over de beste aanpak om de straat over te steken, wij kozen voor een nachtelijke noordelijke omweg om de buien heen maar in het donker belandden we toch midden in een bui met heftige winddraaiïngen. Het was niet zo erg als in de boekjes staat hoor. Ondertussen stond de passaat in het noord-oosten, hij schommelt namelijk tussen noord-oost, oost en zuid-oost. Wij wilden langs de noordkust naar de hoofdstad San Juan varen maar met een noord-ooster is er geen enkele mogelijkheid om te schuilen aan de noordkust; de enige goede haven is San Juan maar die ligt ver naar het oosten. Na beuken tegen de golven en wind in besloten we toch maar met een zuidelijke koers beschutting te zoeken voor de harde wind aan de westkust van Puerto Rico. Wat een opluchting om nu de wind en de golven mee te hebben en met een vaart de kust te zien naderen. In de loop van de ochtend kwamen we aan in Mayagues.

Plein Ponce de Leon met oude brandweerkazerne.

De PR is door Amerika gekocht, het is geen echte staat in de zin dat ze stemrecht hebben in het congres, maar ze zijn wel US grondgebied. De voertaal is Spaans (evenals in de DR) maar er zijn veel engelstaligen en, voor het eerst sinds tijden, behoorlijke supermarkten. Langs de west- en zuidkust voeren we, rustig aan, verder naar het oosten. Bij de oude Spaanse stad Ponce de Leon, genoemd naar de Spaanse ontdekkingsreiziger, gingen we voor

Hier hangt een enorm strandstuk van Mesdag!

anker. Per fiets bezochten we de stad waar een mooi kunstmuseum is met vooral religieuze schilderijen maar ook portretten door Ferdinand Bol en een enorm strandstuk van Mesdag. Ponce is rijk geworden door de teelt van koffie op de voet van  de nabijgelegen

Het museum voor oude en moderne kunst.

bergen en in de vlakte werd suikerriet gekweekt. Die tijden zijn natuurlijk voorbij. Voor ons was het fijn weer eens een ouderwets luxe Amerikaanse mall te struinen en, voor mijn verjaardag, een Samsung Galaxy Tab 10.1 te kopen zodat we weer bij de moderne mens horen.

 

 

RAT!!!!

Toen onze fietsen in de bijboot lagen en wij nog even op de wal liepen, is er een rat in de bijboot gesprongen. Onder de fietsen hield hij zich schuil om pas op de Mauyva tevoorschijn te komen. Snel deden wij alle luiken goed dicht, behalve het luik waar hij juist voor zat. Dus wij hadden een rat aan boord. Dat is een kleine ramp. De rat heeft snijtanden die blijven groeien dus hij moet knagen, Als hij een waterslang onderin het schip doorknaagt zinkt het schip binnen enkele uren. Hij moet er echt uit!

Wat we meteen deden was plakvallen zetten die naar pindakaas ruiken. De rat zet een pootje erop en blijft dan plakken. Dan volgen er steeds meer pootjes tot hij vastzit. Deze vallen hebben het grote voordeel dat niet je schip vol gif zit, dat de rat niet wordt doorgehakt en dat je weet waar je moet zoeken. Wat je vervolgens met de rat doet is dan weer de vraag. Enfin, onze rat, inmiddels Ponce de Leon geheten, trapte niet in die vallen. ’s Nachts hoorde ik zijn nageltjes krassen over de bodem. Brrrr. De volgende avond had At een ingeving. Hij heeft een groot inlevingsvermogen en de psyche van een rat heeft voor hem natuurlijk geen geheimen. “Als ik die rat was, dan had ik de eerste nacht het schip van binnen verkend en zou ik de tweede nacht het schip van buiten willen zien.” Zo besloot hij. Dus het luik waardoor de rat binnen was gekomen zette hij open en ieder kwartier inspecteerde hij het dek. En ja hoor, de rat liep om 11 uur over het dek. Snel het luik weer dicht. De rat bleek de weg al goed te kennen want hij rende naar de andere kant van de boot, liet zich in de kuip vallen en glipte door het beluchtingsgat onderin de gaskast naar binnen. We deden het gat dicht, de klep open en de jacht kon beginnen. Jammer dat zo’n rat van die lieve oogjes heeft en van die schattige tere rose oortjes, hij moest het afleggen tegen At. Nee, geen foto. Andere mensen hebben wel eens de rat naar het land gebracht met hun bootje  maar de rat zwom net zo hard weer terug naar de boot, waar immers zijn huis was. En er zijn ook ratten die op hun plakval de oceaan rond varen.

 

Coffin Island, waar een piraat zijn schat bewaarde: een doodskist met het lijk van zijn geliefde erin.

Volgende stop: Isla Caja de Muerte, in het Engels Coffin Island, een eiland in de vorm van een doodskist een eindje van het land af. Hier is het water eindelijk weer helder en blauw met mooie vissen, aantrekkelijk om in te zwemmen en te snorkelen. Eigenlijk zwemmen we altijd met een snorkel op.

 

 

Dan op naar de heerlijk beschutte baai van Salinas (vernoemd naar de voormalige zoutwinningsvelden, er zijn veel Salinas in de Carieb) waar veel zeekoeien en tarpons wonen. De zeekoeien, manatees, zijn dikke grijze zeezoogdieren met een gemoedelijk karakter terwijl tarpons felle zilveren vissen zijn van een tot twee meter lang die At wel graag aan zijn vishaakje zou willen hebben.  Hier is een gezellige zeilersgemeenschap, leuke restaurantjes, voor vleeseters althans. We huurden een auto om naar San Juan aan de noordkust te rijden.

Ons hotel El Convento, een voormalig klooster met een prachtige binnenplaats en uitzicht over de stad en de haven.

Je steekt dan de bergrug over die van west naar oost over het eiland loopt en die je altijd kunt zien. San Juan is eindelijk weer eens een echt mooie stad zoals wij Europeanen die gewend zijn. Mooie gebouwen, een goed stratenplan, fijne winkels en goede restaurants. Mijn nieuwe tablet verleende goede diensten met de GPS erin. Zo sliepen we in het beste hotel, El Covento, een voormalig klooster, en aten bij een geweldige italiaan die erg goede recenties had gekregen van bezoekers. Dit alles was te vinden in de app Map. Je kunt opzoeken hoe laat de musea open zijn, wat ze kosten en op welke dag ze dicht zijn.

Veel kunst op straat.

 

 

 

 

 

San Juan heeft een zeer indrukwekkend fort dat wel vijf verdiepingen telt. In een boek over de geschiedenis van de Carabean lezen we over het belang van deze haven. Hij heeft een smalle doorgang en een grote diepe haven daarachter waar je een aardige vloot in kwijt kunt. San Juan was een belangrijk element in de verdediging van de zilver- en goudvloten die vanuit Zuid Amerika naar Spanje voeren. Ondanks dit fort zijn Nederlanders een paar eeuwen geleden de haven binnengekomen en hebben de stad aangevallen. Toen ze werden verdreven hebben ze brand gesticht en geplunderd. Dat leren wij niet op school…

Na een tocht door een bijzonder stukje regenwoud, een boswandeling naar een waterval en een lekke band reden we terug naar de boot.

De bizarre, eeuwenoude ceibaboom, een soort eik.

Nu gingen we naar de Virgin eilanden. Dat is een groep van ongeveer 30 eilandjes, er zijn veel onbewoonde eilanden bij. We begonnen bij de Spanish Virgins, die bij Puerto Rico horen en dus ook van de Verenigde Staten zijn. De VS hebben de eilanden gebruikt om bommen op te gooien tot 2005. Vieques was het eerste eiland. Het is niet erg interessant, hoogtepunt was een 375 jaar oude ceiba boom. Ook aardig zijn de vele wilde paarden,

In de ‘hoofdstad’ van Vieques zat dit juweel op een pleintje.

afstammelingen van de Spaanse paardjes. In groepjes trekken ze het eiland rond.

 

At in het zeilerscafeetje.

 

 

 

 

Volgende eiland: Culebra, dat betekent ‘slang’. Eerst geankerd bij een eilandje voor de kust: blauw water, schildpadden, zon, strandje, een paradijsje.

Dan weer geankerd in een besloten baai met weer een zeilersgemeenschap, een bibliotheek met een ruilboekenkast, leuke ontmoetingen en … een bezoek aan een van de mooiste stranden ter wereld: Flamingo Beach. Er was niet veel zon die dag, wat vrij normaal is.

Flamingo Beach op een drukke dag.

 

 

 

 

 

 

Het is leuk varen in dit gebied omdat je om je heen de andere eilanden ziet liggen, de afstanden zijn in een halve dag te zeilen, ook al vaar je tegen de wind in. We gingen naar

Mooie gebouwen in Charlotte Amelie.

Saint Thomas, ook van de VS maar niet

Tommy Hilfiger heeft zich ook een mooi pakhuis aangeschaft.

van Puerto Rico. De hoofdstad, waar wij voor anker gingen, is Charlotte Amelie, genoemd naar een Deense prinses. Nog veel straatnamen zijn Deens en de gebouwen zijn oud en duidelijk Skandinavisch. Het is een prachtig

Steegje waarin je je paard nog kunt laten drinken.

stadje maar omdat de Virgin Islands belastingvrij zijn kun je in de winkels alleen maar goud, zilver, diamanten, alcohol en horloges kopen. Niet echt veel aan dus.

Onze golfbrekers.

Cruise schepen breken hier de golven voor de ankeraars, jammer dus als ze weg zijn. Als je er vlak bij bent zijn die schepen echt gigantisch.

Golfbreker van dichtbij. De cruise schepen zitten vol met Amerikanen maar de schepen zijn voornamelijk Skandinavisch.

De ankerbaai van Charlotte Amelie zonder de cruise schepen.

 

 

 

 

 

 

Omdat we een beetje te veel hebben gehaven- en eilandhopt zijn we zo langzamerhand erg moe geworden. We geven het plan om nog meer eilanden te bezoeken op, we gaan nog wel een keer terug voor de rest van de Virgin Eilanden want de natuur hier is erg mooi.

 

Oversteek Caribische zee

Tijd om naar het zuiden te gaan. Het duurt een dag of drie om van Saint Thomas naar Bonaire te varen. We hebben een goede overtocht en concluderen dat we helemaal niet zo ver naar het oosten hadden hoeven gaan. Analyserend blijkt nu dat dit advies is gegeven door mensen met erg kleine boten, rond de 10 meter. Misschien dat die meer last hadden van de wind, golven en de stroming. Bonaire is een vrij klein eiland in de vorm van een boemerang. Langs de zuidpunt vaar je aan. Heerlijk om dan opeens geen golven meer te hebben. De lage zoutvlakte is te herkennen aan de witte pyramides waar het zout staat te wachten op de schepen die het naar Europa brengen. De bordjes ‘overstekende ezels’ hebben ook alles te maken met de zoutwinning: alle eilanden die zout hebben gewonnen vroeger, deden het vervoer met ezels. Toen die niet meer nodig waren zijn ze gewoon los gelaten en hun nazaten lopen nog steeds rond.

We pikken een mooring op bij het hoofddorp Kralendijk, een kneuterig Hollands dorp met een Blokker, een frietkraam en een Albert Heijn. Voor ons is dat echter heerlijk! De AH

De winkelstraat van Kralendijk.

heeft goede chocolade (het Amerikaanse is echt veel te zoet), krentenbollen, drop, behoorlijk brood zonder suiker erin, knapperige stokbroodjes, alles is vers. Je hebt in Nederland geen idee hoe rijk je bent met zoveel goed gemaakt voedsel.

Onze mooring (een stuk beton met een touw en 1 of 2 drijvers eraan) ligt vlak bij het land in helder blauw water. 7 meter onder de boot zie je de krabbetjes lopen.  Rondom Bonaire

Uitzicht op Kralendijk.

ligt een smalle ondiepe kraag en dan gaat de bodem steil naar beneden. Op die steile wand groeit prachtig koraal dat je zo, vanaf de kant kunt bereiken met je zwemvliezen. Het is dan ook een geweldige duikbestemming omdat het koraal al lange tijd wordt beschermd. Tegenover Kralendijk ligt het onbewoonde eiland Klein Bonaire, een platte pannenkoek omringd door duik- en snorkelplekken.

We slenteren in de zwoele avonden langs het water en ontmoeten in een restaurantje de componist van de Smurfenliedjes (nee, niet Pierre Cartner/Vader Abraham). Er zijn heel veel Nederlanders hier en onder de witte mensen is Nederlands de voertaal. Pas als er cruise schepen liggen verandert de taal in Engels. Het zal je verbazen dat in dit Nederlandse dorp de munteenheid de US dollar is. Nog verbazender is het dat dit kleine eiland een nest van criminaliteit is waar je stevige tralies voor je ramen nodig hebt.

Na een heerlijke week is het tijd om met de wind mee naar Curaçao te zeilen. Een vliegtuigje van de kustwacht cirkelt om ons heen en stelt via de radio vragen: waar vandaan (kun je dat niet zien dan?) en hoe heet het schip, hoeveel mensen aan boord en zo verder. Venezuela ligt hier 40 mijl vandaan dus het is oppassen geblazen met piraterij. Wij beantwoorden graag vragen als ze goed op ons passen.

Dan zien we op zee een vuurtoren. Die is van Klein Curaçao, weer een heel plat onbewoond koraaleilandje, met een wrak en die vuurtoren erop. Het wrak ligt er waarschijnlijk omdat de vuurtoren het niet doet.

We slaan rechtsaf de ingang van de Spaanse Water in. Het bevalt de mensen zo goed in dit beschutte water dat de meeste boten er al jaren liggen. De pernamente bootjes hebben allemaal een klein bedrijfje: het leveren van internet, water, vervoer, kanvaswerk, reparaties aan koeling of motor. Zo kom je wel rond want als je ankert betaal je in principe alleen voor je eten. Betalen doe je hier in guldens trouwens. We komen onze vrienden Krina en Lutz tegen die we nog kennen uit Lake Worth in Florida.

De beroemde bonte gevelwand aan de haven.

 

De drijvende pontjesbrug die open vaart als er een groot schip Willemstad binnenkomt. 

Het is hier prachtig en gezellig.Om in te klaren bij de douane en Immigratie moeten we met de bus naar de Willemstad, de hoofdstad. Het is een goed weerzien: we vierden onze eerste vakantie samen hier in dit kleurige stadje. We hadden toen nooit kunnen dromen ooit op eigen kiel hier aan te komen!

 

 

 

 

 

 

 

15 juni vliegen we naar Amsterdam en de boot moet dan in een haven liggen. Dus we vinden nog net een plekje omdat ons schip over een meter diep water heen kan varen. Anders hadden we echt een probleem gehad.

De konijntjes voor baby Kymo, geboren 29 april dit jaar, en de aanstaande baby die in november komt, zijn klaar en kunnen mee naar Amsterdam.

De tijd vliegt voorbij en wij vliegen naar Amsterdam waar Tess op ons wacht in ons nieuwe huis: een kamer bij Tess en Chris in een mooie nieuwe flat aan de Jollemanhof. Het is heerlijk om onze kinderen en kleinkinderen (5,5 stuks) weer te zien.

Op de eerste verdieping is ons nieuwe huis, Ahold en Philips zijn onze nieuwe buren. We wonen in een geweldig inspirerend havengebied met, zoals je kunt zien, een mengvorm van oude en nieuwe gebouwen. Prachtig! 

Op 25 juli vliegen we terug naar Curaçao. Daar komen Tess en Chris aan boord voor een vakantie en dan blijven we nog een poos daar liggen om wat projecten uit te voeren en tot rust te komen. Een volgend verslag zal dus echt een poos op zich laten wachten. Wees niet ongeduldig want het gaat nog spannend worden! We gaan een reis maken naar Colombia, Costa Rica, Nicaragua, Mexico en Cuba.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Onder de groene wolken

Het begon met een geweldige oversteek over de oceaan van de Florida Keys naar de Bahamas. In plaats van de 120 zeemijl afstand, ongeveer 220 kilometer, voeren we 140 mijl omdat we tegen de wind in moesten varen. Dan vaar je heen en weer, schuin tegen de wind op. Het ging erg goed en we kwamen tevreden aan in de haven van Bimini na een halve middag, een avond, een nacht en een ochtend zeilen.

De oceaan vanaf Bimini...

De haveningang was een beetje verzand dus je moest op het oog proberen naar binnen te varen door het glasheldere water. Met ons ondiepe schip lukte dat aardig. We zijn lekker in een haventje gaan liggen, de paar haventjes die er zijn waren half leeg. Onder de steiger zwom een enorme tarpon, de bankjes waren bezet door pelikanen. Het dorpje Alice Town bestaat uit huisjes die de vele orkanen hebben overleefd maar daar wel de sporen van dragen. De hoofdweg is een wat stoffig straatje omzoomd met kleine rommelige winkeltjes. Niemand maakt zich hier druk, het is heerlijk on-Amerikaans.

De conch (konk) is ook hier het belangrijkste ornament.

We gaan op bezoek bij Alice en David van de catamaran Alice May. We praten over welke eilandjes er allemaal te zien zijn en wat goede routes zijn. We besluiten naar de Berry eilanden te gaan.

De schaduw van het zeil valt op de bodem van de bank.

Je moet dan eerst de Great Bahama Bank overzeilen, een stuk van 120 kilometer. Het water is er ondiep, een meter of 4 gemiddeld, dus het is er relaxed, lichtblauw, er zijn geen grote schepen en je kunt zomaar ergens het anker uitgooien om een nachtje te gaan slapen. Het was op 17 februari de meest romantische trouwdag die je maar kunt hebben; alleen op de wereld, een lege horizon en dat prachtige water om je heen.

’s Nachts gaat de wind helemaal liggen en als je met een lamp in het water schijnt zie je de bodem met de vissen. De nacht is gitzwart fluweel met de helderste sterren in verschillende kleuren. Dat zie je echt zelden!

De volgende dag varen we naar het Great Harbour eiland en gaan de haven in. Hier ontmoeten we weer allerlei mensen, zoals de Amsterdamse Andre met zijn Finse vrouw Helen. Ze werken al een hele tijd aan een oude schoener terwijl ze erop wonen. We brengen de avond met ze door op de steiger waar een paar Bahamianen aan het barbequen zijn. ‘Bahamianen’ zijn zwarte mensen. De witte mensen hier heten ‘toeristen’ ook als ze hier al lang wonen, en zo heb je geen zwart/wit problemen. De inwoners van de Bahama’s waren oorspronkelijk indianen maar die zijn binnen een generatie uitgestorven en uitgemoord  toen de Spanjaarden hier kwamen. Daarna kwamen de Britten die plantages aanlegden en veel slaven ‘importeerden’. Toen de slavernij werd verboden bleven de slaven op de eilanden wonen en kregen stukjes land. Daarna zijn er vrijgemaakte slaven van elders heen getrokken en de Loyalisten: Amerikanen die tijdens de burgeroorlog loyaal bleven aan Engeland en dus weg moesten toen ze de oorlog verloren hadden.

De volgende avond zijn Andre en Helen uitgenodigd bij de ‘baas’ van de marina, Joe, een zetbaas van een groep projectonwikkelaars uit Zuid Afrika die hier mooie dingen gaan bouwen. Wij worden ook gevraagd en belanden in een van de vele miljoenen dollars kostende villa’s aan de oceaan. Deze is gebouwd in de jaren zestig en is in het bezit van diverse filmsterren geweest. Het is dan ook super de lux, met een enorme inloopkast, verschillende logeerkamers,ook met badkamer en bad en inloopkast, de ‘master bedroom’ heeft een prachtig terras aan de zeezijde, en de badkamer is een zaal met een in de vloer verzonken bad. Het geheel is uitgevoerd in Bahama pasteltinten, de kleur van de zee met wat variaties daarop.

Lauren komt ook op bezoek, ze is de makelaar van dit eiland. We horen steeds meer verhalen. Zo wonen hier 350 mensen op het eiland en iedereen kent elkaar. Per hoofd van de bevolking heb je hier de meeste miljonairs van de hele Bahama’s, maar het zijn vooral Amerikanen. De helft van de lokale bevolking leeft van het werken voor de cruisschepen die hier twee eilandjes hebben ingericht voor hun gasten. De gasten van de enorme schepen worden er uitgelaten en mogen op het strand liggen of spelen met een snel bootje, hangen aan een parachute achter een boot of zwemmen. De plek hier is gunstig omdat het tot vlak aan de kust diepgenoeg is voor de cruisschepen. Om 6 uur is iedereen weer aan boord van het schip. Het vele eten en drinken dat voor de dag aan land wordt gebracht doet ook dienst als voedsel voor de bewoners, vele flessen drank worden achgterover gedrukt en op het eiland verkocht.

Mauyva voelt zich hier helemaal thuis.

We ankeren na 3 dagen marina in een prachtige baai aan de andere kant van het eiland.  We zwemmen en roeien dan naar het strand voor een hapje eten. De tent blijkt dicht te zijn maar er zijn een paar vaste klanten en de ene wil wel in de keuken een potje vet voor ons opzetten terwijl de twee andere met ons gaan jeu-de-boulen. Zo afwisselend is ons leven en zo volmaakt onvoorspelbaar en gezellig.

In deze baai maakte Helen ook de foto bovenaan de blog, de vage vlek is ontstaan door een nat hondenneusje tegen de lens.

Na de Berries steken we een stuk oceaan over naar de volgende enorme bank en binden de

Met vloed heb je geen strand.

Mauyva vast aan een mooringbal in de haven van het eilandje Spanish Wells. Hier zouden de Spaanse schepen water hebben gehaald voor de oversteek naar Europa maar de vele riffen die rondom het eiland liggen maken dat erg onwaarschijnlijk. In ieder geval is het verhaal dat het een puur ‘wit’ eiland is, wel waar. Er wonen sinds mensen heugenis alleen maar blanken op het eiland. Zwarten mogen er wel werken maar je ziet ze aan het eind van de dag, voor het donker wordt, met en veerbootje naar het volgende eiland, Eleuthera, worden overgezet.

De blanke bevolking bestaat, net als in de VS, van origine uit sekteleden die de ‘vrijheid’ zochten om hun leven te leiden volgens hun eigen geloof en mensen met een ander geloof te vermoorden. Overal in de VS en ook hier zie je vooral veel kerken. Babtisten, evangelisten, katholieken, 7e dags adventisten; ieder heeft zijn eigen kerk en stort ongeveer 10% van zijn inkomen op de rekening van de kerk. Op zondag is op de Bahamas echt alles dicht behalve de kerk. Zelfs het kleinste dorp heeft minstens drie kerkgebouwen.

Mooi huis maar die hebben we al veel gezien. We raken verwend.

We maken nog een uitstapje met een veerboot naar een ander eiland, eveneens met de naam: Harbour Island, waar veel filmsterren een huis hebben en waar prachtige resorts zijn. Hier wonen wel gewoon zwarte en witte mensen in een dorp maar wel in aparte buurtjes. De Bahamianen hebben meestal primitieve huisjes zonder water, wc of stroom. Het is hier echt allemaal klein, er zijn een paar straten en dat is het dan. De wegen zijn slecht en stoffig. Veel mensen rijden in golfwagentjes en wij huren er ook eentje om rond te crossen maar al snel hebben we ‘alles’ gezien.

Bijzonder aan Harbour Island is het rose zand. Er zitten echt rode stukjes in het zand. Ja, het regende die dag.

Nassau

Gevels worden zelden met rust gelaten.

Na Spanish Wells gaan we naar de hoofdstad Nassau, 40 mijl verderop. Nassau is de enige plek in de Bahamas waar criminaliteit bestaat. Er zijn veel winkels, goede supermarkten, gelukkig zijn er Starbucks-cafeetjes, eindelijk weer eens behoorlijke koffie! Grote delen van de stad zijn groen; stukken jungle met ‘straten’. Het is er vuil, vol krottige huisjes en autowrakken. De mensen halen flessen water op

Zo haal je water in Nassau als je geen waterleiding hebt. Ik bespaarde Paula nog een forse buikgriep door haar er nog net op tijd ervan te weerhouden dit water te drinken.

straat bij een kraantje. Drinkwater kopen ze bij de supermarkt. Bij wijze van contrast is er een klein buurtje waar alles goed gebouwd is, er dure winkels zijn en een goede bestrating. Het is bij de aanlegplaats van de cruise schepen. Er kunnen hier 5 van die enorme schepen liggen die ieder duizenden passagies uitbraken. De passagiers kunnen vlak bij de boot soeveniers en kleding kopen, even op het goudgele strand zitten om zich te laten verbranden en dan gauw weer naar de boot.

Dijken van cruiseschepen meren dagelijks aan in Nassau.

Fort Charlotte is een kluster van drie forten, strategisch gelegen bij de haveningang.

Je ziet ze niet op het vlakbij gelegen fort Charlotte waar Paula

Verveelde soldaten krasten hun wens in het steen: een schip dat ons hier vandaan haalt.

en ik een keer heen wandelen, dwars door Nassau heen.

Straatbeeld Nassau. Het idee is er wel maar de uitvoering niet.

Wat ook in schril contrast staat tot Nassau is Paradise Island, inderdaad een paradijsje vergeleken met Nassau. Er staat een superdelux hotel, Atlantis genaamd, met kamers van $350 tot $25.000 per nacht. Het zwemparadijs kost $120 terwijl een kaartje voor het aquarium slechts $42 kost. Een schijntje, niet?

At drentelt door de marina.

Ons uitzicht op Atlantis. Deze versie moet nog onder de zeespiegel verdwijnen.

Maar je kunt er wel fijn rondlopen in een luxe omgeving, om de dure haven heen, gevuld met enorme jachten, van die dingen met een helicopter erop. En het casino is

Wij hebben nog geen heli op dek, we denken er wel over.

ook niet te versmaden, je kunt zien hoe je zo snel mogelijk van je geld af kunt komen aan de black jack tafels, de roulette tafels en de dobbelstenentafels waarvan ik niet begrijp hoe het werkt.

At en Pim worden in Atlantis gedragen door zeepaardjes.

Het zeethema wordt strak doorgevoerd in Atlantis.

De Bahamadollar is evenveel waard als de US dollar. Je kunt ook met beide valuta door elkaar betalen.

Deze foto’s zijn van het hotel en de omgeving. De Mauyva ligt in het brede water tussen Nassau en Paradise Island, de ankergrond is niet erg goed: een harde, gladde plaat met een beetje zand erop, en de wind hard, dus we moesten een keer midden in de nacht anker op omdat een buurman had gezien dat ons anker krabde en we bijna op een andere boot belandden.

Exumas

Schelpenzoeken op Norman Cay. Het water is bijna te ondiep voor de rubberboot.

Na een week verwaaid te hebben gelegen, (dat betekent dat er onaangenaam veel wind is) vertrekken we eindelijk naar de Exuma eilandenketen. De eilandjes liggen een paar honderd meter van elkaar af en er zijn overal fijne ankerplekken. Het water is blauw of groenig als er gras of koraal onder ligt. De zon schijnt fel en daardoor zien de laagste wolken er groen uit aan de onderkant. Als Columbus zijnde kun je dus best zien waar de ondieptes zijn. Je moet alleen niet ’s nachts varen.

Dit zijn de groene wolken, laaghangende wolken boven de banken reflecteren het groene licht van de ondiepte.

We genieten hier volop van de prachtige snorkelplekken. Het water is ondiep genoeg zodat je je duikspullen niet aan hoeft. Alleen staat er wel altijd stroming, de getijden gaan hier natuurlijk gewoon door. Je moet dus met je bijboot, de dingy, naar de plek, dan de dingy ankeren met een klein ankertje en een touw. Dan ga je met de zwemvliezen en snorkel overboord en zwem je tegen de stroom in zodat je aan het eind van de trip je terug naar de boot kunt laten drijven.

Het is gedoe. Je moet oppassen niet bij het koraal te ankeren want dan richt je schade aan en het anker wil niet altijd houden op de harde grond zodat je achter je bootje aan moet. Daar hebben we iets op gevonden: we varen met de boot tegen de stroom in, gaan dan aan de boot hangen en drijven met de stroom over het koraal. Zodra je een haai ziet (nee, niet echt), of je hebt er genoeg van of er is alleen nog maar zand te zien, klim je in de boot en start te motor. Zo valt er heel wat meer te zien en word je niet moe.

Dit is mooi, of niet soms?

Bij Norman Cay kun je bij een vliegtuigwrakje duiken Foto van de cameraduikbril.

Onze lievelingsplek is Warderick Wells Cay (spreek uit als ‘kie’) waar het zo heerlijk is dat we eigenlijk niet meer weg willen. Het eiland ligt midden in een natuurpark, er zijn vele wandelingen uitgezet. We nemen de weg naar Boohoo Hill. De naam verwijst naar de geesten die zijn overgebleven na een stranding van een schoener, 300 jaar geleden. De boehoe geluiden worden eigenlijk gemaakt door gaten in de kust waar de golven tegenaan slaan en lucht en water door gaten heen persen. Boven op Boohoo Hill ligt een berg drifthout met de naam van passerende schepen erop. Ook wij hebben op een houtje Mauyva geschreven en het aan de berg toegevoegd.

Een traditie: zet de naam van je schip op een drijfhout en leg het op de berg.

De vogeltjes van Warderick Wells zijn niet erg bang. Je mag ze niet voeren, dat doen ze zelf wel.

Als je met de dingy rondom de zuidpunt van het eiland vaart, kom je in Pirates Cove, een prachtig stuk water tussen Warderick Wells en een eilandje in de oceaan. Stel je de Bahamas maar voor als een reeks hooge, platte bergen die op de oceaanbodem staan. De platte bovenkanten zijn de banken en aan de rand liggend de eilanden op een rij. Dus de eilanden liggen met een kant naar de bank, ligt blauw, en aan de andere kant rollen de oceaangolven binnen, donker blauw. Op het

Pirates Cove met aan de overkant het eiland met gaten.

oceaanstrand was een plek waar erg veel rommel was aangespoeld. Wij hebben die plek helemaal opgeruimd, al het plastic en de netten verzameld en in een groot net opgeborgen.

We hebben gewerkt jongens. Zeker een uur lang.

Het natuurgebied wordt beheerd door vrijwilligers, wij hebben een klein steentje bijgedragen. Daarna klommen we op het eilandje, dat vol gaten zit waar de zee door loopt en vervolgens lieten we ons aan de bijboot met onze snorkels op bijna twee kilometer over koraal heen stromen. Wat

Klots en blaasgaten, dwars door het eilandje heen.

geweldig was dat!

Op weer een ander eiland maken we een tocht met de bijboot door de mangroven. Aan de oceaankant kom je op een heuvel met uitzicht.

Iemand maakte aan de voet van de uitkijkheuvel een steenman.

Op Leaf Cay heb je leguanen. Er zijn nog maar een paar eilanden met leguanen, de rest is uitgeroeid door ratten, katten en honden.

Ja, leguanen.

Een ander geweldig eiland in Staniel Cay. Daar wonen ‘nurse sharks’, dat zijn vrij platte, donker gekleurde haaien die vooral krabben, visjes en schelpdieren eten. Ze hebben een krachtig zuigbekje waarmee ze zelfs een slak uit zijn schelp kunnen trekken. Als ze een hap nemen is er een snelle smak en weg is het beestje.De foto is gemaakt met mijn cameraduikbril: een grote rog en een haai op ongeveer 15 meter diep water.

Vanuit de mast: in het linker eilandje zit de grot. Tussen de eilandjes door dreven we met een vaart naar de boot.

Pim en Paula kwamen ook naar die ankerplek om samen de verjaardag van At te vieren. Ze waren hier al geweest en wisten de weg. Bijvoorbeeld naar de Thunderball grot, bekend van de James Bond film Thunderball. We hebben die film kunnen vinden en

De verjaarsvisite komt eraan! Met appeltaart!

bekeken hem. Echt aandoenlijk zo knullig als de stunts werden gedaan, met een nog jonge Sean Connery en een hoop onderwater gevechten met duikflessen, wat toen allemaal nog heel nieuw was. Die grot is erg mooi, je kunt er met laag water in en er omheen groeit prachtig koraal. Samen met Pim en Paula lieten we ons met een noodvaart tussen de eilandjes door sleuren aan de dingy. Wat een pret.

En toen moesten we ook nog naar de zwemmende varkentjes. Ja echt, kijk maar naar de foto’s. Nu snap je meteen waarom varkens van die omhoog krullende snuiten hebben: om mee te zwemmen. Van ons kregen ze een blikje flageolettees die ze geduldig een voor een oppeuzelden. Ze klommen gelukkig niet in onze dingy.

Geduldig knabbelen ze de boontjes op, een voor een. Zand schuurt de maag.

Voor At was het een geweldige 64e verjaardag op 22  maart. Hij knapte er helemaal van op.

Als je geen eten aan boord hebt druipen de varkens af naar het strand.

Volgende stop was Little Fisher Island waar ik bij de plaatselijke kunstenaar JR een conch (spreek uit konk) shell heb gekocht die gereed was om op te ‘toeteren’. Alsof je op een trompet blaast blaas je op de opening waar eerst de top zat. Het geluid lijkt op het loeien van een koe maar zonder omhoog en omlaag te gaan (dus OE in plaats van LOEI).

Vanaf deze dag blaas ik twee lange

JR met mijn conch. Hij gaat hem even 'signeren'.

stoten op het moment dat de zon onder gaat. Heel soms krijg ik antwoord van een andere conch blazer.

Van dit eilandje zie je de drankwinkel en de supermarkt op de foto’s.

De drankwinkel.

We voeren steeds verder naar het zuiden. Er is nog een ‘stad’ op de Bahamas: Georgetown. Een geweldig grote ankerbaai is daar, rondom beschermd. Door een uitgehakt gat vaar je met je dingy een binnenmeertje

op waar je achter de supermarkt kunt aanmeren. Heel handig.

Het dingydok achter de supermarkt. Superhandig.

Meer dan een dorp met een paar banken en winkeltjes is het niet. Wel liggen er, vooral in de winter, honderden zeilboten: Amerikanen en Canadezen die de kou ontvluchten. We maken er leuke nieuwe vrienden: Bill en Lara met hun 3-jarige dochtertje Isobel. We hebben veel pret met het spelen van Perudo, een dobbelstenenspel waarbij erg

Ankerplek bij Georgetown.

veel gelachen wordt. Er liggen wat Nederlandse boten, wel 4 op een moment! Normaal zie je Canadezen, Amerikanen en heel soms een fransoos. Als je de varkentjes wilt zien zwemmen, kijk dan op de website van Saskia en Wouter: www.schorpioenopreis.nlen daarop kun je ook een filmpje zien dat Saskia maakte van een walvis met haar jong!

Onze vriendin Isobel, 3 jaar, is bij At gekropen.

Dan zijn de Exumas op.

Op zee zie je waar een eiland ligt. Deze wolk hangt permanent boven Rum Cay bijvoorbeeld.

Deze wolk verraadt de plaats en de vorm van Long Cay.

We steken over naar een paar losse eilandjes, snorkelen wat en zeilen veel. Hier is het niet meer ‘druk’. Op Long Island ankeren we in een baai die vol zit met schildpadden! Moeilijk te fotograferen trouwens. Je zit ze even ademhalen met het kopje boven water en het is onmogelijk om dan

Kerk in Clarencetown. Welk geloof weet ik niet.

nog scherp te stellen. Onder water heb ik ze zien zwemmen. Prachtig. Het dorp heet Clarence town, ik heb wat foto’s gemaakt toen de tweewekelijkse ‘mail boat’ er net was. Alles voor het dorp wordt op de kant gezet en dan zoekt met het maar uit.

Uw bestelling is gearriveerd per postboot.

Als het pasen is zijn we op het heel afgelegen Acklins eiland waar je alleen met een ondiep schip (zoals het onze) kunt komen. Toch ligt er nog een boot in de Delectable Bayen samen gaan we naar de mis. In het dorp wonen alleen maar zwarte mensen, afstammelingen van de slaven die een eigen stukje land kregen dat van de ene generatie op de andere werd

Op haar paasbest naar de kerk.

doorgegeven. Daarom blijven mensen hier ook. Er valt niets te verdienen en groeit haast niets. Maar ze hebben hun eigen landje.

Vanuit de ruimte gezien: linksboven Crooked Island, tweede baai van onderen rechts is de Delectable Bay.

In de kerk, die met houten platen is dichtgetimmerd na de laatste hurricane, zitten ongeveer 12 mensen. Op  het ‘podium’ is een man met een elektrische gitaar, nog een man en de vrouw die hier de mis doet. Welk geloof het precies is weten we niet maar in dit kleine dorpje staan minstens 3 kerken. De vrouw die de mis opdient heeft een harde schelle stem die ook nog eens versterkt wordt. En je mag niet met je oren dicht gaan zitten. We krijgen een bijbel uitgereikt en een boek met gezangen. Ons wordt gevraagd waar we vandaan komen en ze vinden het geweldig dat we van zo ver komen en in hun kerk zijn.

Terwijl de voorgangster spreekt echoot de man zonder gitaar wat ze zegt. ‘Praise the Lord, and praise his name!’ klinkt het voortdurend. Ze preekt over de kruisiging van Jezus en hoe het geloof in de wederopstanding na 3 dagen de bindende factor is tussen alle christelijke kerken. Dan komt er vrouw uit het ‘publiek’ om te zingen. Ze zingt echt goed maar heel hard en iedereen gaat swingen. De gitaar begeleidt het geheel. Alle mensen zijn mooi aangekleed en de dames dragen een hoed. De kleding past niet echt goed maar het gaat om het idee.

De takkenman, al generaties lang bewerkt zijn familie tekken voor de Camparibereiding in Italie.

Dit was bijzonder om mee te maken. Na de mis omhelst iedereen

Bijzondere graven bij Delectable Bay settlement.

elkaar en praten we nog even met wat mensen. Na een lange wandeling over een zandweg komen we bij een begraafplaats die al heel wat stormen heeft meegemaakt. De graven hebben een bijzonder vorm en we ontmoeten iemand die er familieleden heeft liggen. Hijzelf heeft al twee jaar een gebroken arm maar er is geen goede medische hulp.

Bijzondere graven bij Delectable Bay settlement.

Een andere man vertelt over de boomtakken van de cascarilla boom die ze hier verwerken tot een poeder waarmee de Italianen Campari maken. Die bomen groeien alleen hier, de takken liggen met bossen in het water bij de betonnen pier waar onze dingy aan ligt. Het is veel werk om de takken te snijden, te weken, de bast eraf te halen, te drogen en tot poeder te maken. Maar het is werk en die bomen, zo vertelt hij, gaan nooit dood. Al vele generaties doet zijn familie dit werk.

De cascarillatakken worden verzwaard met stenen en blijven zo een paar maanden onder water liggen weken (of zo).

We varen naar French Wells aan de andere kant van de bank. At ontlokt een aanbeet van een tarpon (grote zilveren vis) die ik vanuit de mast voor hem heb gespot.

At neemt genoegen met een aanbeet, hij vangt de vis niet. Ik zie het gebeuren vanaf het dek. De vis bijt en schudt dan snel het aas met de haak weer uit zijn bek.

Het Governement Dock waar je je dingy moet achterlaten.

Vanuit deze eilandengroep, varen wij naar het eiland Mayaguanawaar een douanepost is zodat we het land kunnen uitklaren. Dan moet je weer betalen.

Dan maar een ankertje op het beton gelegd. We zijn er tegelijk met een Engelsman die juist moet inklaren.

Maar in het volgende land, Turks en Caicos Eilanden, vragen ze om je uitklaringsbewijs, terwijl je daar weer moet betalen om in te klaren. Helaas is het in de Turks & Caicos zo dat als je een week blijft je $100 moet betalen maar zodra je langer blijft $400. Dus blijven we maar kort hier. Bovendien stuurt dochter Tess mij mijn nieuwe creditcard op naar de South Side Marina, dus daar wachten we een paar dagen. Het is wel erg gezellig, het is er klein, iedere dag is er happy hour waarop je met je eigen drankje de paar andere zeilers ontmoet. De eigenaar is zeiler Bob, ondernemende geest die hier al 30 jaar woont. Hij neemt zijn gasten met de auto mee naar de zeer goed voorziene supermarkt op het eiland Provinciales. Het is een oase van luxe temidden van al die schaars bewoonde afgelegen eilandjes. Hier zijn luxe resorts, echte supermarkten en restaurants.

De Card komt gelukkig aan. Een tip van ons: noteer die drie laatste cijfers aan de achterkant van de kaart en kras ze er af want als die worden overgeschreven en ze hebben je kaartgegevens ingelezen, dan kunnen mensen via het internet van alles bestellen op jouw kosten. Daarom was mijn kaart geblokkeerd.

Onze tijd hier is bijna op, Bob bestelt de douane zodat we kunnen uitklaren en betalen. De volgende dag nemen we afscheid en varen we naar Big Sand Cay, een onbewoond zandeilandje in de oceaan waar in februari bultrugwalvissen hun kalfjes baren. Het is 20 april, we zijn te laat! Maar hier filmde Saskia begin april haar walvisjong.

Dit is een droom van een eilandje met zo’n prachtige baai! De foto’s doen nooit recht aan de zinderend blauwe kleuren van de baai maar jullie doen het er maar mee.

Big Sand Cay. Als je niet van blauw houdt heb je hier niets te zoeken.

Vanaf dit eilandje steken wij in een nacht over naar de Dominicaanse Republiek in het Caribisch gebied.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Florida

Vaar je Florida binnen, dan heb je eerst nog een mooi stuk natuur maar geleidelijk aan komt er steeds meer bebouwing. En waren de huizen eerst nog van hout, of plastic hout, dan worden ze steeds vaker van gepleisterd steen.

~ Om te lezen wat er op de foto staat, foto aanklikken ~

De Intra Coastal Waterway loopt nu door een lange, brede, ondiepe rivier waarin een kaartsrechte weg is uitgebaggerd. Ook zijn er meer en meer bruggen omdat er meer wegen zijn die de vele auto’s naar de oceaankust voeren waar luxe paleizen wachten op hun bewoners.

Een mooie basculebrug, altijd met wachthuisje.

En om het de auto’s gemakkelijk te maken zijn de bruggen niet meer zo haar dat we er onderdoor kunnen dus we moeten een brugopening aanvragen en er dan door. Toch zijn er nog een paar hoge bruggen. Bij eentje is het duidelijk op de peilschaal dat het erg krap wordt, Pim loodst ons er veilig doorheen.

En als we een keer op laag water moeten wachten om er onderdoor te kunnen is er een goede gelegenheid om de bald eagle die daar woont te betrappen met een vis.

De eagle 'woont' op dit bord, een perfecte plek om vis op te sporen.

 

Een stadje waar we graag een paar dagen blijven ankeren naast de prachtige brug met leeuwen, is Saint Augustine. Het is de eerste permanent bewoonde vestiging van Europeanen, Spanjaarden in dit geval. Dat is nog duidelijk te zien aan het stratenpatroon en de oude huizen.

De slavenmarkt in Saint Augustine.

Kopie van een eind 16e eeuwse fontein in Aviles, spanje, de zusterstad. Staar er pas sinds 2005.

 

 

 

 

 

 

 

 

Er is een geweldig fort, gebouwd van cocinelle, kalksteen waar de schelpjes nog in te zien zijn, nog niet door dikke aardlagen geplet tot kalksteen of zelfs marmer. Deze broze steen is de kracht van het fort. Er is daar flink wat geknokt, tegen andere koloniserende landen als Engeland, Frankrijk en Nederland. Piraten mochten ook graag het rijke St Augustine aanvallen. De kogels die het fort raakten maakten er alleen een deuk in omdat de steen zo zacht is. En daarom staat het fort er nog steeds en vuren ze voor de toeristen dagelijks twee keer een kanon af, geheel volgens de traditie.

Kanon afvuren volgens de regelen der kunst. Iedereen heeft een taak, de commando's worden gegeven in het Spaans, passend bij de kostuums. Gelukkig vuren ze geen echte kogels af.

Je schrikt je wel iedere keer te pletter van de kanonsschoten als je daar ankert.

De ankerplek gezien vanaf het fort.Als je ankert bij dat fort, zoals wij, schrik je elke keer van die harde klap.

Kogels konden het fort niet deren, een deukje is de enige schade.

Gebouwd door Flagler, enorm hotel met groot binnenzwembad en balzaal met uitzicht daarop. Inmiddels is het een museum met de verzameling van de kunstenaar Lightner. Man op voorgrond is Ponce de Leon, ontdekker van dit gebied. De leeuwenbrug verwijst naar zijn naam.

Een belangrijke man voor heel Florida en zeker ook voor Sain Augustine, is mijnheer Flagler. Hij zag een eeuw geleden in het door muskieten getijsterde zompige oost Florida het potentieel als vakantiebestemming voor de nieuwe rijke Amerikanen uit het noorden. Hij bouwde twee prachtige hotels in Spaanse stijl en om de vakantiegangers er heen te krijgen legde hij ook meteen maar een spoorweg aan, van New York naar St. Augustine en, zoals we nog gaan zien, nog veel verder.

Aan de andere kant van de rivier ligt de vuurtoren met een prachtig huis erbij en niet ver daarvandaan is de aligator farm die we ook maar eens bezoeken, samen met Pim en Paula. De bomen hier hebben nog steeds enorm lange takken en zijn rijkelijk begroeid met epifyten (plantjes met luchtwortels die op bomen leven zonder schade aan te richten).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Binnenplaats van het hotel, in spaanse stijl. Prachtig, en 's avonds met kerstverlichting tot een sprookjestuin omgetoverd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fresnel lens die van relatief zwakke lamp, 100 Watt bijvoorbeeld, een echt vuurtorenlicht maakt door te bundelen.

De bomen hier zijn echt indrukwekkend!

Lekker dikke aligators.

 

Ze hebben blijkbaar niet echt honger.

Wie het bevroren konijn krijgt heeft gewonnen.

Er was veel krokodillenkunst te zien in het park.

Op 21 december laten we het anker zakken bij Canaveral, dat is een stad vlak bij het Kennedy Space Center waar ze de raketten en space shuttle lanceerden. We zien de eerste manatees die nieuwsgierig naar de boot komen kijken. We huren een auto en rijden met ons vieren naar Orlando om Walt Disney World te bezoeken. Disney World bestaat uit een aantal parken, zoals het sprookjesachtige Magic Kingdom bijvoorbeeld maar wij kiezen voor het filmpark Disney Hollywood Studio’s.

Ons hotel, thema: de film Love Bug

De avond van aankomst gaan we naar een voorstelling van het Cirque du Soleil. De volgende dag wandelen we in het park van de ene naar de andere attractie; decors, stuntwerk van Indiana Jones en een rondrit back stage. We bekijken het Disney Museum dat de ontwikkeling van de tekenfilm en van Walt Disney zelf laat zien.

In het filmpark deze 'art deco' straat met winkels en cafees.

Het ontstaan van Disney World, de visie van Disney en de ondersteuning van zijn broer zonder wie het allemaal niets was geworden met Walt, is mooi in beeld gebracht.

De goedkope drassige grond bij Orlando werd stilletjes opgekocht om de prijs laag te houden. En daar verrees dit imperium vol winkels en leuke dingen voor de mens. Duizenden mensen werken hier, allemaal klantvriendelijk en behulpzaam.

 

De kerstverlichting is niet vergeten.

De volgende dag is het Kennedy Space Center aan de beurt. Met een rondrit bezoeken we lanceerinrichtingen, de grote hangar waarin de raketten geassembleerd werden met gigantische hijsinstallaties. Allemaal super spannend om te zien.

Tuin met raketten, de meeste zijn nooit van de grond gekomen.

Er is veel hier dat ‘geheim’ moest blijven. Omdat het ook in de moerassen ligt, en het gebied erg uitgestrekt is, helpen de vele aligators mee om het terrein te bewaken. Omdat er vrijwel geen verkeer is op dit grondgebied is het een enorm matuurgebied geworden met naarst aligators veel vogels en zeekoeien: hier heten ze manatee’s. We hebben een hele kudde wilde zwijntjes gezien.

Zonder dit ding kun je de lancering wel vergeten.

Op deze foto zie je een van de belangrijkste uitvindingen: het vasthoudertje. Als je een raketmotor start, kom je op het punt dat de raket net opgetild kan worden. Op dat moment gaat ie iets omhoog en dan valt ie om. Jammer, Maar gebruik je nu deze vasthoudertjes, dan kun je de stuwmotoren op volle kracht laten draaien en dan pas de vasthoudertjes loslaten. Dan gaat je raket, hup, naar de maan.

Pim en Paula willen ook naar de maan maar 1. ze kunnen niet van de knopjes afblijven, 2. ze laten het raam open ataan en 3. ze vergeten de raket. Goede reis jongens.

Ja, echt heeeeeel groot!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Onze kerstboom!

In Cocoa Beach, vieren we de twee kerstdagen. We hebben een boompje dat niet omvalt versierd met schelpen waar glitter op geplakt is en ‘sand dollars’, een rond, plat exoskeletje van een zeediertje. Bovenin troont een zelf geknutseld sterrenengeltje maar Pim dacht dat het Maria was met een bad hair day.

Via Vero Beach varen we verder naar het zuiden om in Stuart aan een mooring ball oud en nieuw te vieren.

Pim maakt het beslag en samen met At bakt hij een emmer oliebollen. Heerlijk.

In Stuart hebben ze echt hard gewerkt aan het uitroeien van de sailfish.

Bij wijze van vuurwerk laten we papieren ballons op met vuur erin. Om niet de restanten in het water te laten vallen doen we de ballons aan een hengel en laten het snoer ver uitlopen. Op het laatste moment draaien we de draad weer in en kunnen zo het restant opruimen.

Onze volgende pleisterplaats is Lake Worth, in Palm Beach. Het is een ruim meer dat doodloopt in een slootje zodat er geen doorgaand verkeer is dat grote golven maakt. Hier ontmoeten we de zeer ervaren zeilers in dit gebied Krina en Lutz en we krijgen veel advies over de praktijk van het varen in de Bahama’s, bij Cuba en het leven in Curacao, waar we van de zomer verwachten te zijn. Ook kregen we een spoedcursus kakkerlakbestrijding, want, zo zegt de Amsterdamse Krina, je krijgt zeker kakkerlakken.

Vlak bij de plek waar je je rubberboot op een strandje trekt is een geweldige supermarkt en er is een botenwinkel met een groot assortiment.

At en Pim gaan vissen op catfish.

Paula leert mij onderweg kalligraferen. Het is erg leuk om te doen maar je moet veel oefenen. Hele bladzijden schrijf ik vol met letters van verschillende typen. Als project maak ik een grote hoeveelheid kaartjes met aan de ene kant gekalligrafeerd een Spaans woord en op de keerzijde het Nederlandse equivalent. Zo ga ik vijftienhonderd woorden leren. Dan nog wat grammatica en ik spreek Spaans zodat ik me op Cuba verstaanbaar kan maken.

Via een ankerplek in een klein meertje in Fort Lauderdale, waar zoveel kanalen zijn gegraven dat iedereen met een boot voor de deur aan het water kan wonen, gaan we het zeegat uit. Er is in de volgende stop, Miami, een brug waar wij niet onderdoor kunnen en dan ga je even via de oceaan. Vlak langs de kust loopt de warme golfstroom vanuit de Caribische zee de Atlantische oceaan in. Deze golfstroom steekt de oceaan over om west europa een ijsvrije kust te bezorgen. Anders was het klimaat in ons kikkerlandje een stuk kouder geweest en had geen kikker het overleefd.

Miami vanaf de oceaan gezien.

Die golfstroom loopt hier door een smal stuk oceaan tussen Florida en de Bahama’s. De snelheid is ongeveer 6 kilometer per uur. Als er een noorden wind staat, tegen de stroom in, ontstaan er enorm hoge en steile golven. Blijf je vlak onder de kust, dan is er niets aan de hand. Maar At wilde naar het diepe water, meer dan 100 meter, en zo kwamen we in die golfstroom terecht, met noorden wind! Wat een steile golven van ca 4 meter! Wel heel mooi maar met die tegenstroom kwamen we niet vooruit, al gingen we hard door het water. Dan toch maar verstandig zijn en terug naar de 15 meter lijn. Dan met het windje in de rug naar Miami waar Pim en Paula al lang heerlijk lagen te zonnen op hun boot.

Een Miami-hondje, dat zie je zo.

Samen voeren we door de stad naar een ankerplaats. Miami is een enorme stad aan het water met een grote haven waarin rijen gigantische cruiseschepen aanmeren. Wij liggen bij het modieuze South Beach, daar waar de nouveau riche zich laat bewoneren in de luxe winkelstraat met veel terrassen Lincoln Avenue. Die ligt op vijf minuten lopen van de ankerplek! En via deze straat kom je op het brede witte strand. Het allerleukst is hier mensen kijken. Rijke oudere mannen met een mooie jonge vrouw aan de arm, prachtige jonge mensen die hopen ontdekt te worden door een

Lincoln Avenue terras.

modellenbureau en zolang in een cafe werken, oudere dames met veel operaties achter de rug maar ook andere lichaamsdelen, die er een dagtaak aan hebben om mooi te blijven. Verplichte acessoire: een kleine hond, of liever twee. En als je even op een terrasje neerstrijkt moeten de hondjes ook op een stoel. Dus je neemt twee honddoeken voor ze mee.

'art deco' bouwvoorschriften geven Miami een aparte sfeer.

Deze buurt is opgetrokken voor een deel in art decostijl, kenmerkend voor Miami. Een groot deel is natuurlijk nep maar het geeft wel sfeer. Als je mooie foto’s wilt zien, ga dan even naar de website van Pim en Paula want Pim heeft een paar erg mooie foto’s in Miami gemaakt. www.panoramixopzee.nl.

Wij hadden het hier heel erg naar onze zin. De temperatuur is hier alweer stukken milder dan in bijvoorbeeld St. Augustine, waar het wel mooi weer was maar soms, bij noorden wind, het koud werd en je een lange broek aan moest of zelfs sokken! De kachel wordt niet meer gebruikt, het dekbed kan uit de hoes en de zwemspullen liggen bij de hand.

Maar je kunt niet overal maar weken blijven hangen, dus we hijsen het anker op en varen de Baai van Florida op. Heerlijk ruim water, niet meer tussen de gebouwen varen! Zeilen omhoog dus, op naar Key Largo.

De Panoramix en de Mauyva kunnen hun vleugels weer uitslaan.

De Florida Keys is een reeks eilandjes die als een staart onder Florida hangt. Het wordt ook aangeduid als het Caribische deel van de VS. Het klimaat wordt steeds milder en aan de barograaf kun je zien dat het vaste golfjespatroon van de tropen ontstaat: op en neer met het getij. Bij vloed is de luchtdruk iets lager en bij eb weer wat hoger. Twee golfjes per 24 uur. Bij Key Largo kruipen we over een ondiepe drempel heen een ankerplek op die Lutz heeft geadviseerd. Het gat van Lutz noemen we het. Het is windstil ’s avonds en prachtig mooi. Geen stad meer om ons heen, alleen de mangrovebomen op de kleine eilandjes bij Key Largo.

Een stille avond op de ankerplek.

We gaan niet aan land maar verder naar het zuiden. We moeten buitenom omdat de baai te ondiep is voor de Panoramix (die bijna 2 meter steekt). Wij zetten de lampjes en windapparatuur weer op de mast zodat we geen bruggen meer door kunnen. Via de oceaan zijn enkele ankerplekken te bereiken. We gaan achter Indian Key liggen, maar de golven van de oceaan maken de boten aan het schommelen. We liggen hier omdat er vlakbij, na een tocht met de rubberboot, een cafeetje is waar je de grote zilveren tarpons van 1 tot 2 meter lang kunt voeren.

Tarpons zijn grote zilveren vissen.

Dat is geweldig!  Je koopt een emmertje vis en dan is het de kunst om de pelikanen weg te houden zodat de tarpon uit je hand eet. De pelikanen zijn heel brutaal en pikken het niet als je ze niet voert. Iemand moet met een stok de vogels weghouden. En twee gaan op onze rubberboot zitten!

De pelikanen op onze rubberboot.

 

 

De volgende ochtend bezoeken At en ik Indian Key. Het is echt piepklein maar was korte tijd een bloeiende stad, opgericht door Jacob die gevlucht was voor de indianen. Dit speelde zich af tijdens de indianenoorlogen die Florida hebben geteisterd. De indianen waren natuurlijk eerst en hadden geen zin om hun leefgebied af te staan.

Indian Key is echt een stadje geweest, levendig, vrijwel onafhankelijk van het vaste land. Hurricanes laten echter niet veel over van de cultuur hier.

Een belangrijke bron van inkomsten voor de Keys waren de vloten spaanse schepen die vol schatten op de riffen liepen. 5 mijl buiten de eilanden ligt een langgerekt riffengebied dat de ergste golfslag van de oceaan weghoudt van de eilanden. Je kunt ze niet zien, overdag zie je wel dat het water licht blauw kleurt, maar ’s nachts, tja, dan loop je er zo op. De keys werden rijk van ‘wreaking’, Jacob ook, hij had zelfs een hotel op zijn eilandje voor schipbreukelingen. Velen bleven er wonen omdat het heerlijk is op dat eiland. Er was een botanist die sisalplanten ging verbouwen voor scheepstouw en het eiland van voedsel voorzag. Uiteindelijk is Jacob toch door indianen vermoord maar zijn vrouw en kinderen hebben het overleefd door zich aan de oren van de hond naar hun boot te laten trekken!

Indian Key is echt maar een heel klein eilandje, hier gezien vanaf de ankerplek.

Het stratenpatroon van het dorpje plus nog wat funderingen zijn al wat rest. Vele hurricanes trokken daarna over het eilandje. Daarna voeren wij naar Key Vaca (koe), genoemd naar de manatees (zeekoeien), waar een geweldig beschutte haven is, omringd door elandjes. Hier zit je midden in de keys.

 

 

Was ooit een brug, kenmerkend beeld voor Boot Key Harbour, Marathon.

Je bent hier echt in de subtropen, fijne openlucht-restaurantjes met uitzicht op de zonsondergang.

Mijnheer Flagler, die spoorwegen aanlegde en hotels bouwde in St. Augustine, heeft ook hier zijn bedenkelijke sporen achter gelaten. Aan het eind van de eilandenreeks ligt Key West. Vanaf Key West is het maar 90 mijl naar Havanna, op Cuba, dat in het begin van de vorige eeuw rijk en populair was bij de jet set. Flagler had daar een paar schepen heen en weer varen maar om naar Key West te gaan was erg moeilijk. Dus, hij bedacht dat er een spoorweg over die eilanden moest gaan lopen. Iedereen vond het een belachelijk plan maar hij zette door. Ondanks een aantal dodelijke hurricane’s slaagde hij erin om de eilanden te verbinden. Het heeft geduurd van 1912 tot 1934 toen een superhurricane de spoorweg vernielde, de wagons eraf sleurde en alle eilanden overspoelde. Flagler was toen al dood, anders had hij de boel laten herstellen.

 

Een oud stuk spoorbrug.

Over het traject van de spoorlijn, en voor een deel er langs, loopt nu een weg. Op Key vaca, bij het stadje Marathon, waar onze ankerplek was, is het een vierbaans weg, verder is hij tweebaans. Deze brede weg neemt een groot deel van het eiland in beslag, dat eigenlijk een strip mall is geworden; een weg met winkels en bedrijven er langs. Een heel klein hoekje is beschermd natuurgebied. Je kunt dus in enkele uren naar Key West rijden.

Een klein hoekje natuur is er nog maar op Key Vaca.

Langs de snelweg over de eilanden, een duikshop.

 

 

 

 

 

 

Key West, ooit de rijkste stad van Florida door de vele Spaanse en ook Hollandse en Engelse wrakken die er leeg te roven.

Kapokboom in Key West met Paula tussen de wortels.

In dit huis heeft Hemingway gewoond. Het is nu een museum, de bouwstijl is typerend voor Key West, evenals de vele bomen.

Met deze palmbladeren worden de rietdaken gevlochten. Het heet dan ook Thatch palm.

waren, is erg mooi. Iedereen had hier vroeger porselein op tafel met zilveren bestek. Hier heb je weer die houten huizen die New Engeland zo mooi maken. Ik vind ze tenminste erg sfeervol.

Onderweg naar Key West...

Marilyn, exact hetzelfde beeld als we in Chicago zagen maar dan op een schaal van 1:1, staat voor de art deco bioscoop in Key West.

Oude huizen, oude bomen. Key West is voldoende beschermd tegen de hurricanes om nog veel oude gebouwen te hebben.

 

 

En aan de ouderdom van de bomen zie je dat het hier ook oude huizen zijn. En er is een heel gezellige haven.

Het Hemingway huis wordt nu bewoond door katten met zes tenen per poot. Ze negeren de vele bezoekers en zijn de enigen die op het bed mogen liggen.

Een beroemde bewoner hier was de schrijver Ernest Hemingway, levensgenieter, jager, bootjesman, vrouwenliefhebber (5 x getrouwd) en drinkebroer. Hij zal nog vaker op ons pad komen, hij was een vervent sportvisser en sleurde de grootste marlijnen van honderden kilo’s uit zee. Dit formaat is inmiddels uitgeroeid door de visserij-industrie, maar voor sportvissers is deze zee nog steeds geweldig. Ik bezoek zijn prachtige huis en besluit zijn biografie te gaan lezen.

De Banyan tree doet wat hij wil en coloniseerd de tuin van de buren.

Het eindstation van de trein naar Key West, vanuit New York reed je zo hierheen en dan stap je op de boot naar Havannah.

De ankerplek van Key West laat te wensen over. Het ligt er bomvol, er zijn ongemakkelijke golven en we besluiten dat we maar teruggaan naar Marathon. Wachtend op gunstige wind liggen we daar heerlijk, gaan op de verjaardag van Paula naar het restaurant met zonsondergang-uitzicht en doen inkopen voor het verblijf op de Bahama’s, waar alles erg duur is, en Cuba, waar niets te koop is.

In het schildpaddenziekehuis is een schildpad doorgelicht, geopereerd. Hij zwemt weer.

Schildpadje laat zich kriebelen in het schildpaddenziekenhuis van Marathon.

 

 

 

 

De Keys bestaan geheel uit oud koraal dat boven water is gekomen.

 

 

 

 

Op 16 februari steken we over naar Bimini op de Bahama’s. Lichtblauw en turquoise water maar daarover meer de volgende keer.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie